Archief landelijke politiek

Op deze pagina staan onze volledige berichten over kwesties uit de landelijke politiek, voor zover relevant voor onderwijs aan kinderen met autisme en cognitief talent.

Een overzicht van de headlines met 1e alinea's en mogelijkheden tot doorklikken vind je op onze pagina Landelijke politiek.

20 juni 2017 - 11e Voortgangsrapportage Passend Onderwijs

Geplaatst 30 jun. 2017 07:46 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 30 jun. 2017 07:47 bijgewerkt ]

De extra ondersteuning op school wordt vaak naast de normale gang van zaken van het onderwijs georganiseerd. Dit leidt tot onnodige complexiteit voor de onderwijsprofessionals en onvoldoende ondersteuning voor de leerling die dat nodig heeft.
Dat concludeert Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht uit de Case Studie naar Passend Aanbod en Ontwikkelingsperspectief, die op 20 juni 2017 als bijlage van de Elfde Voortgangsrapportage Passend Onderwijs naar de Tweede Kamer is gestuurd. Lees in dit nieuwsbericht waar wij deze conclusie op baseren.


Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

17 mei 2017 - Algemene Rekenkamer wil meer duidelijkheid waar geld Passend Onderwijs aan besteed wordt

Geplaatst 30 jun. 2017 07:30 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 30 jun. 2017 07:35 bijgewerkt ]

De Algemene Rekenkamer constateerde dat onduidelijk is waar het geld voor Passend Onderwijs aan besteed is. In het rapport worden de volgende aanbevelingen gedaan aan het Ministerie van OCW:

- De samenwerkingsverbanden zouden inzichtelijk moeten maken waar het geld aan is besteed en tot welke resultaten voor de leerlingen dit heeft geleid. Deze informatie moet voor alle partijen (leerlingen, ouders, leraren, schoolbesturen) openbaar zijn.
- De jaarverslagen en verantwoordingsstukken van de samenwerkingsverbanden zouden informatiever, eenduidiger en dus vergelijkbaarder moeten worden.



Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

12 april 2017 - De Staat van het Onderwijs

Geplaatst 30 jun. 2017 07:21 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 30 jun. 2017 07:37 bijgewerkt ]

Op het jaarlijkse congres van de onderwijsinspectie "De Staat van het Onderwijs" publiceerde een groep ouderorganisaties een gezamenlijk magazine "De Staat van het Onderwijs volgens ouders", waarin de situatie van het passend onderwijs vanuit de ouders belicht wordt.

In de Hoofdlijnen van de Staat van het Onderwijs wijdt de inspectie een apart hoofdstuk aan Passend Onderwijs. Daaruit wordt duidelijk dat de verschuiving van speciaal onderwijs naar regulier onderwijs, waar je zo vaak over hoort, minimaal is (van 2,1% speciaal naar 2,0% speciaal). Het verschilt wel per regio.

Lees verder in dit nieuwsbericht.


Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

7 februari 2017 - Eerste Kamer akkoord met instemmingsrecht ouders bij zorg op school

Geplaatst 11 feb. 2017 01:30 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 23 feb. 2017 09:22 bijgewerkt ]

Op 7 februari 2017 heeft de Eerste Kamer de wetswijziging goedgekeurd waarmee de ouders instemmingsrecht krijgen op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. Op 25 oktober 2016 was het voorstel al aangenomen door de Tweede Kamer. De wijziging gaat in vanaf 1 augustus 2017
 

Waar gaat het over?

Als je kind extra ondersteuning van school krijgt, moet er nu "op overeenstemming gericht overleg (OOGO)" met de ouders plaatsvinden over wat voor hulp het kind krijgt, maar school beslist, ook als ouders het er niet mee eens zijn. Zoals staatssecretaris Sander Dekker schreef naar de Eerste Kamer was er een breed geuite wens van de Tweede Kamer om de balans in de relatie tussen school en ouders iets te verleggen in het voordeel van de ouders. 

Na ingang van de wetswijziging hebben ouders meer invloed: zonder hun handtekening onder het handelingsdeel van het OPP is het dan niet rechtsgeldig. Voor toelichting zie onze uitleg wat een OPP is

Voorgeschiedenis

Voordat de Wet Passend Onderwijs inging, werd extra ondersteuning op school gefinancierd via de zogenaamde "leerlinggebonden financiering" (lgf), ook wel een "rugzakje" genoemd. In een "handelingsplan" dat elk jaar geactualiseerd werd, stond beschreven welke zorg er met dat rugzakje betaald werd. Op dit handelingsplan hadden ouders instemmingsrecht.

Met de komst van Passend Onderwijs (1 augustus 2014) werd het handelingsplan vervangen door een ontwikkelingsperspectief (opp) en verdween het instemmingsrecht van de ouders. Daarom werd er al in april 2013 een motie van Ypma, Van Meenen en Rog aangenomen om het instemmingsrecht van ouders weer terug te brengen voor het deel van het ontwikkelingsperspectief dat vergelijkbaar is met het oude handelingsplan:  het handelingsdeel.

In de zomer van 2014 was er een internetconsultatie over dit instemmingsrecht. Het duurde nog tot 2016 tot er een concreet voorstel tot wetswijziging kwam, dat eind 2016 door de Tweede Kamer werd aangenomen, en nu dus ook is goedgekeurd door de Eerste Kamer. De wetswijziging gaat in per 1 augustus 2017.

Inhoud wetswijziging

Voor de exacte tekst, zie het wetsvoorstel en het amendement.
  • Ook voor het (v)so komt er een handelingsdeel in het OPP (nu hoeft dat nog niet in het speciaal onderwijs). 
  • Het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief wordt pas vastgesteld nadat daarover met de ouders overeenstemming is bereikt.
  • De ondersteuning aan de leerling gaat gewoon door als er (nog) geen overeenstemming is bereikt met de ouders. 
  • Ouders van leerlingen in het reguliere onderwijs met een ondersteuningsarrangement van cluster 1 (visuele beperking) of 2 (auditieve beperking of spraak-taal-stoornis) krijgen medezeggenschap op het beleid van de instelling die de ondersteuning verleent. 

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

5 december 2016 - Advies van Onderwijsraad over Passend Onderwijs

Geplaatst 15 dec. 2016 00:00 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 23 dec. 2016 01:00 bijgewerkt ]

Het
 advies van de Onderwijsraad over Passend Onderwijs, ruim 2 jaar na de invoering, legt heel goed de vinger op een aantal zere plekken: in onze eigen woorden:

* Focus op thuiszitters is goed, maar verlies de andere doelen van passend onderwijs niet uit het oog (meer leerlingen naar regulier onderwijs, ieder kind kan zich optimaal ontwikkelen, enz.).

* Mensenrechtenverdragen verplichten het Nederlandse onderwijs om verder te gaan dan wat de Wet Passend Onderwijs voorschrijft (zoals inclusief onderwijs), daarom zou deze wet herzien moeten worden.

* Op regionaal niveau is niet altijd een dekkend aanbod. Dit komt omdat scholen voorzichtig zijn om zich op een bepaald type ondersteuningsaanbod te profileren. De behoudende keuzes in de ondersteuningsprofielen van scholen bieden weinig grond en gelegenheid voor het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden om op termijn meer leerlingen met (complexere) ondersteuningsbehoeften een passende plaats in het onderwijs te kunnen bieden. De raad vindt het opmerkelijk dat er nog steeds een beperkt aanbod is voor bijvoorbeeld leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. (In 2014 werd al geconcludeerd dat er te weinig aanbod was voor hoogbegaafde leerlingen met autisme.)

Wat als scholen zich zouden specialiseren in ondersteuningsbehoeften?

Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht ziet dat Utrechtse middelbare scholen er inderdaad voor gekozen hebben om zich niet te specialiseren, met als argument dat elk kind op elke school welkom is en maatwerk kan krijgen. De onderwijsraad merkt terecht op dat dit een averechts effect heeft: het staat de ontwikkeling van nieuwe ondersteuningsvormen in de weg. We zien dan ook in Utrecht dat als een leerling complexere ondersteuning nodig heeft dan de school gewend is te geven (denk aan havo/vwo-scholen en leerlingen met autisme), er sneller wordt verwezen naar speciaal onderwijs of een school verbonden aan een medische kliniek, dan nodig zou zijn als scholen zich meer gespecialiseerd zouden hebben.

Wij zijn voorstander van het specialiseren van Utrechtse havo/vwo-scholen, en dan niet op een bepaalde beperking (zoals autisme, adhd of dyslexie), maar specialisatie op een bepaalde ondersteuningsbehoefte. Ondersteuning betreft vaak kleine organisatorische aanpassingen die wel structureel gedaan moeten worden (maar eigenlijk voor alle leerlingen goed zijn) zoals:

  • Meer voorspelbaarheid (bijvoorbeeld: een vast rooster met weinig uitval, duidelijke instructie en check of instructie ook is begrepen)
  • Meer begeleiding bij plannen en organiseren van het schoolwerk (bijvoorbeeld: het huiswerk consequent in Magister; mondeling toetsen afnemen)
  • Meer mogelijkheden voor een prikkelarme omgeving of elders op een rustige plek te werken
  • Vertrouwensfiguur om naartoe te kunnen gaan als de stress te veel is
  • Het gevoel krijgen dat de bijzondere situatie echt begrepen wordt (of dat geprobeerd wordt het te begrijpen), en extra hulp om de weg te vinden in de schoolorganisatie en met klasgenoten (betrokkenheid en de vertaling naar de praktijk)
  • ...

Zonder specialisaties wordt per individuele leerling gekeken of aan die behoefte voldaan kan worden. Het antwoord is dan vaak nee: voor 1 leerling is het moeilijk om dergelijke ondersteuning te bieden. Als je het bekijkt vanuit alle leerlingen in de regio die eenzelfde combinatie van ondersteuningsbehoeften en cognitief niveau hebben, ontstaat er een ander beeld. Leerlingen met verschillende diagnoses kunnen overeenkomstige ondersteuningsbehoeften hebben.

Met specialisering kun je leerlingen met een zelfde ondersteuningsbehoefte bundelen, efficiënter ondersteuning bieden en daarmee een rijkere variatie aan ondersteuning in een regio realiseren. Net zoals nu sommige scholen tweetalig onderwijs bieden, andere een technasium enz.  Ouders mogen vrij kiezen, maar weten dan wat ze bij een school wel of niet kunnen verwachten.

Een aantal fragmenten uit het advies van de Onderwijsraad bij wijze van samenvatting

De raad formuleert daarbij aandachtspunten op de volgende thema’s: de stelselverantwoordelijkheid van de overheid (paragraaf 2.1); de balans tussen regels en ruimte (paragraaf 2.2); de realisatie van een dekkend ondersteuningsaanbod (paragraaf 2.3); de verbinding tussen bestuur en praktijk (paragraaf 2.4); en tot slot de deskundigheid van leraren (paragraaf 2.5). Binnen deze thema’s komen verscheidene doelen van passend onderwijs aan bod. 

[...] 

De redenen voor een focus op thuiszitters zijn begrijpelijk. De ernst en het schrijnende karakter van de problematiek van de thuiszitters vragen om een actieve benadering. Het voorkomen van situaties waar kinderen thuis blijven en niet naar school gaan, wordt niet voor niets in de memorie van toelichting als eerste doelstelling van passend onderwijs genoemd.9 Ook is het aantal thuiszitters een van de weinige beschikbare kwantitatieve indicatoren om de situatie van een deel van de leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte in beeld te brengen. Desalniettemin wil de raad wijzen op het risico dat de vermindering van het aantal thuiszitters synoniem wordt met het welslagen van passend onderwijs. Mede gezien het eerder genoemde gebrek aan informatie op leerlingniveau kan het succes van passend onderwijs hier te sterk aan afgemeten worden. Daardoor kunnen niet alleen de overige doelen en verwachtingen rondom passend onderwijs naar de achtergrond verdwijnen, maar bestaat ook het gevaar dat de politiek te snel wijzigingen in de huidige koers wil aanbrengen. Dergelijke eenzijdige wijzigingen in het verleden hebben het vertrouwen in de invoering en uitwerking van passend onderwijs zeker geen goed gedaan.


[...]

Over het mensenrecht op inclusief onderwijs:

De twee hierboven beschreven juridische verplichtingen geven de raad aanleiding om aandacht te vragen voor mogelijke fricties met de Wet passend onderwijs. Hij adviseert om in de evaluatie van passend onderwijs uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de vraag hoe de uitwerking van passend onderwijs in de praktijk zich verhoudt tot de verplichtingen op grond van het IVRPH en de WBGH/CZ, en daarbij in ogenschouw te nemen dat deze (mogelijk) verstrekkender zijn dan waartoe de Wet passend onderwijs verplicht. 

In het rapport Leerrechten als structurele grondslag voor wetgeving wordt uitgewerkt op welke manier dat zou kunnen. De staatssecretaris stuurde dit rapport op 6 december 2016 naar de Tweede Kamer. In de Kamerbrief over de 10e voortgangsrapportage passend onderwijs geeft de staatssecretaris aan dat bij passend onderwijs expliciet *niet* is gekozen voor inclusief onderwijs en dat de implementatie van het IVRPH (Internationale Verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap) op dit moment wordt voorbereid onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van VWS.

[...] 

Met de keuze om verantwoordelijkheden te decentraliseren zijn dergelijke verschillen tussen regio’s in de organisatie en uitvoering van passend onderwijs logisch en tot op zekere hoogte ook wenselijk: maatwerk impliceert verschillen. De vraag is evenwel waar het omslagpunt ligt tussen aanvaardbare verschillen en ongewenste ongelijkheid. 

[...] 

Een ander gevolg van het ontbreken van uniforme criteria is dat het op voorhand minder helder is wie voor welke begeleiding in aanmerking kan komen. Dit maakt dat de reikwijdte van passend onderwijs wordt verkend. 

[...] 

De raad begrijpt de behoefte aan houvast en afbakening, maar zet tegelijkertijd vraagtekens bij het effect van een toename van criteria en begrenzing van ruimte vanuit het perspectief van kwaliteit en toegankelijkheid van passend onderwijs. Door het ‘dicht timmeren’ van de toewijzingsprocedures kan minder uitgegaan worden van de individuele onderwijsbehoeften, vallen mogelijk meer leerlingen en studenten tussen wal en schip en nemen de administratieve lasten toe: ontwikkelingen die allen ingaan tegen de doelstellingen van passend onderwijs. De raad constateert dat hier sprake is van een dilemma tussen het stellen van regels en het behouden van ruimte. Hij wijst daarbij op het belang van het zoeken naar en het bewaken van een goede balans hiertussen door de samenwerkingsverbanden. 

[...] 

Tegelijkertijd constateert de raad dat de verwachting dat er op regionaal niveau niet noodzakelijkerwijs een dekkend aanbod tot stand komt, is uitgekomen. De reden daarvoor is echter niet dat scholen overwegend dezelfde specialisatie kiezen, maar dat scholen juist voorzichtig zijn om zich op een bepaald type ondersteuningsaanbod te profileren. 

Dit wordt bevestigd in het rapport Passend Onderwijs in de praktijk (dat op 6 december 2016 door de staatssecretaris naar de Tweede Kamer is gestuurd): "Evenmin is er sprake van onderlinge afstemming tussen scholen of specialisatie in ondersteuningsaanbod. Het tegendeel is soms eerder het geval: scholen zijn voorzichtig om zich met hun ondersteuningsaanbod sterk te profileren omdat ze de school niet het imago van een ‘zorglocatie’ willen geven."

[...] 

De raad constateert dat de governance van de samenwerkingsverbanden hierbij een belemmerende factor kan zijn, doordat het bestuur van het samenwerkingsverband vaak bestaat uit (een deel van) de aangesloten schoolbesturen. Door de meervoudigheid van rollen en posities is sprake van conflicterende belangen. Het is dan ook essentieel dat betrokkenen bij de governance van een samenwerkingsverband zich bewust zijn van hun specifieke positie en taak en van de maatschappelijke opdracht die zij dienen, en zich rolvast gedragen. Een governancecode kan hier behulpzaam bij zijn. 


[...] 

De governance van de samenwerkingsverbanden krijgt de aandacht van de overheid. Samenwerkingsverbanden worden bijvoorbeeld aangespoord om het interne toezicht en de doorzettingsmacht beter te regelen. In aanvulling hierop wil de raad er nadrukkelijk op wijzen dat de vraag of en in hoeverre het samenwerkingsverband een zelfstandige opdracht heeft en een entiteit is waar onafhankelijk toezicht op nodig is, onverminderd van belang blijft en een nadere uitwerking verdient. 

[...] 

De behoudende keuzes in de ondersteuningsprofielen van scholen bieden weinig grond en gelegenheid voor het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden om op termijn meer leerlingen met (complexere) ondersteuningsbehoeften een passende plaats in het onderwijs te kunnen bieden. Dit geldt zowel voor nieuwe leerlingen als voor leerlingen waarbij een terugplaatsing vanuit een speciale school naar een reguliere school aan de orde kan zijn.
Aanpassingen in de organisatie om andere vormen van onderwijs mogelijk te maken, zoals tussenvormen tussen regulier en speciaal onderwijs of nieuwe specialistische voorzieningen, worden beperkt ontwikkeld. Ook komen onderwijs-zorgarrangementen lastig van de grond en worden specialistische voorzieningen voor kortdurende opvang en observatie, crisis- en interventievoorzieningen en aanbod gericht op herintegratie van thuiszitters gemist. Er is verder een gebrek aan vervolgmogelijkheden wanneer er ook binnen speciale scholen geen oplossing (meer) geboden kan worden. Terugplaatsing naar het regulier onderwijs komt zelden voor. 

De doelgroep van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht wordt ook met name genoemd:

De raad vindt het opmerkelijk dat er nog steeds een beperkt aanbod is voor specifieke categorieën leerlingen die ook al ten tijde van de leerlinggebonden financiering tussen wal en schip vielen. Het gaat dan om leerlingen die vanwege het benodigde maatwerk moeilijk plaatsbaar waren op een bepaald schoolniveau of op een school in een van de bestaande clusters; bijvoorbeeld leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. De zorgstructuur van het voortgezet onderwijs sluit hier vaak onvoldoende op aan en het voortgezet speciaal onderwijs biedt lang niet altijd onderwijs op dat cognitieve niveau.

[...]

De raad pleit ervoor dat de ontwikkeling van nieuw ondersteuningsaanbod verhoogde aandacht krijgt en er sterker wordt ingezet op de ontwikkeling hiervan. Expertise vanuit de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs moet daarbij beter benut worden; deze lijkt nog nauwelijks door reguliere scholen te worden ingezet. Daarbij dienen bestaande programma’s en methodieken te worden uitgebreid. In reguliere scholen is bijvoorbeeld nog relatief weinig aanbod voor leerlingen met gedragsproblemen. Ook de mogelijkheden voor het anders organiseren van het onderwijs dienen verder te worden verkend. In het voortgezet onderwijs worden bijvoorbeeld al voorzichtige stappen gezet naar symbiosetrajecten.

[...] 

Om passend onderwijs te laten doorwerken in de klas, zullen bestuur en praktijk meer op één lijn moeten komen. De raad vindt dat er expliciet een taak is weggelegd voor samenwerkingsverbanden, schoolbesturen en schoolleiders om het verschil tussen bestuur en praktijk in de ervaring met en de perceptie van passend onderwijs te overbruggen en de betrokkenheid van de onderwijspraktijk, leerlingen en ouders bij passend onderwijs te vergroten. De ervaren belemmeringen dienen daarbij serieus genomen te worden. De raad ziet deze betrokkenheid wel als tweerichtingsverkeer: onderwijsprofessionals dienen ook hun betrokkenheid te ontwikkelen en zich op de hoogte te stellen van de veranderingen in hun school en in hun beroep. 

[...] 

De raad meent dan ook dat goede communicatie tussen scholen en ouders van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte onontbeerlijk is. De gesprekken met deze ouders zijn doorgaans anders van aard dan de reguliere voortgangsgesprekken. De inhoud van het gesprek kan als onverwachts of ongewenst worden ervaren en kan daardoor negatieve emoties oproepen bij ouders. Ook kan het voorkomen dat de inhoud van het gesprek voor ouders niet begrijpelijk is. Deze gesprekken vergen daarom specifieke communicatievaardigheden. De raad is van mening dat schoolleiders en leraren hierin opgeleid en getraind moeten worden. 

[...] 

Het blijkt namelijk dat 25 tot 49% van alle opleidingen geen of slechts een gering accent legt op het integreren van leerlingen met ondersteuningsbehoeften in het reguliere onderwijs.66 De raad acht dit niet alleen van belang omdat hij dit een belangrijk onderdeel vindt van de deskundigheid van docenten, maar ook omdat kennis over de achtergronden van passend onderwijs een rol kan spelen bij draagvlak en betrokkenheid van professionals zelf bij passend onderwijs (zie paragraaf 2.4). 

[...]


Gerelateerde berichten:

4 november 2016: Onderwijsinspectie kan financiële sancties opleggen als school zorgplicht blijft ontwijken

Geplaatst 6 nov. 2016 14:46 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 6 nov. 2016 15:12 bijgewerkt ]

Naar aanleiding van het recente Volkskrant-interview met Marc Dullaert (zie: 'Duizenden kinderen onnodig thuis door onwil scholen') hebben Kamerleden Loes Ypma (PvdA) en Norbert Klein (Vrijzinnige Partij) vragen gesteld aan de staatssecretaris van onderwijs. Op 4 november stuurde Sander Dekker zijn antwoord aan de Kamer: Antwoord op vragen van de leden Ypma en Klein over het bericht ‘Duizenden kinderen zitten onnodig thuis’

De kern van vraag 5 luidde: "Welke stappen bent u voornemens te zetten om er voor te zorgen dat scholen zich niet meer aan hun zorgplicht kunnen onttrekken?" In het antwoord schrijft Sander Dekker: 

"Indien sprake is van het blijvend niet nakomen van de zorgplicht, kan de inspectie een sanctietraject inzetten en kan een deel van de bekostiging worden opgeschort en/of ingehouden. Daarnaast voert de inspectie een verkenning uit naar de mogelijkheden om sneller te kunnen sanctioneren bij het ontwijken van de zorgplicht."

Hij vult aan: "Belangrijk blijft dat signalen daadwerkelijk gemeld worden. De inspectie kan immers alleen optreden bij concrete signalen over een bepaalde school." Bij (dreigend) thuiszitten of ontwijking zorgplicht kunnen ouders een melding doen bij de onderwijsinspectie, zie Escalatieroute bij conflicten over passend onderwijs.

Het Reformatorisch Dagblad schreef over dit antwoord het artikel School krijgt straf bij ontwijken zorgplicht.

In het antwoord op vraag 7 geeft Sander Dekker aan dat hij een onderzoek heeft gestart om meer zicht te krijgen op de oorzaken van de stijging van het aantal vrijstellingen. 

Gerelateerde berichten:

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

25 oktober 2016 - Wetswijziging aangenomen om ouders instemmingsrecht te geven bij zorg op school

Geplaatst 25 okt. 2016 12:57 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 25 okt. 2016 13:47 bijgewerkt ]

Op 25 oktober 2016 heeft de Tweede Kamer de wetswijziging aangenomen waarmee de ouders instemmingsrecht krijgen op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. De wijziging zal waarschijnlijk gaan gelden vanaf 1 augustus 2017.
 

Waar gaat het over?

Als je kind extra ondersteuning van school krijgt, moet er nu "op overeenstemming gericht overleg (OOGO)" met de ouders plaatsvinden over wat voor hulp het kind krijgt, maar school beslist, ook als ouders het er niet mee eens zijn. Na ingang van de wetswijziging hebben ouders meer invloed: zonder hun handtekening onder het handelingsdeel van het OPP is het dan niet rechtsgeldig. Voor meer uitleg zie onze uitleg wat een OPP is

Dankzij een (ook aangenomen) amendement van Loes Ypma (PvdA) is in het wetsvoorstel ook opgenomen dat ouders van leerlingen die via cluster 1 of 2 ondersteuning krijgen op een reguliere school, medezeggenschap hebben op het beleid van de instelling die de ondersteuning biedt.

Voorgeschiedenis

Voordat de Wet Passend Onderwijs inging, werd extra ondersteuning op school gefinancierd via de zogenaamde "leerlinggebonden financiering" (lgf), ook wel een "rugzakje" genoemd. In een "handelingsplan" dat elk jaar geactualiseerd werd, stond beschreven welke zorg er met dat rugzakje betaald werd. Op dit handelingsplan hadden ouders instemmingsrecht.

Met de komst van Passend Onderwijs (1 augustus 2014) werd het handelingsplan vervangen door een ontwikkelingsperspectief (opp) en verdween het instemmingsrecht van de ouders. Daarom werd er al in april 2013 een motie van Ypma, Van Meenen en Rog aangenomen om het instemmingsrecht van ouders weer terug te brengen voor het deel van het ontwikkelingsperspectief dat vergelijkbaar is met het oude handelingsplan:  het handelingsdeel.

In de zomer van 2014 was er een internetconsultatie over dit instemmingsrecht. Het duurde nog tot 2016 tot er een concreet voorstel tot wetswijziging kwam. Op 25 oktober 2016 is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer. Het is nog niet bekend wanneer de wetswijziging zal ingaan, maar waarschijnlijk per 1 augustus 2017. De Eerste Kamer zal zich er ook nog over moeten uitspreken. (Tekenen van de petitie kan nog steeds!)

Inhoud wetswijziging

Voor de exacte tekst, zie het wetsvoorstel en het amendement.
  • Ook voor het (v)so komt er een handelingsdeel in het OPP (nu hoeft dat nog niet in het speciaal onderwijs). 
  • Het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief wordt pas vastgesteld nadat daarover met de ouders overeenstemming is bereikt.
  • De ondersteuning aan de leerling gaat gewoon door als er (nog) geen overeenstemming is bereikt met de ouders. 
  • Ouders van leerlingen in het reguliere onderwijs met een ondersteuningsarrangement van cluster 1 (visuele beperking) of 2 (auditieve beperking of spraak-taal-stoornis) krijgen medezeggenschap op het beleid van de instelling die de ondersteuning verleent. 

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

VN-verdrag geeft recht op inclusief onderwijs bij langdurige beperking

Geplaatst 12 apr. 2016 23:24 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 13 apr. 2017 09:41 bijgewerkt ]

Op 14 juli 2016 is het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (afgekort tot VRPH) in werking getreden in Nederland. Dit is mede te danken aan de Coalitie voor Inclusie, die zich hard heeft gemaakt om ook in Nederland het VN-verdrag van 2006 te implementeren. 
De ratificatie van dit verdrag in Nederland is ook van belang voor mensen met autisme, al hebben zij strikt genomen geen handicap. Ze hebben wel een langdurige beperking en vallen daarom ook onder dit verdrag. 

Relevante citaten uit de Verdragtekst:

Personen met een handicap omvat personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving

Artikel 24 gaat over onderwijs:

De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren
... nemen maatregelen die waarborgen dat het onderwijs plaatsvindt in de talen en met de communicatiemethoden en - middelen die het meest geschikt zijn voor de desbetreffende persoon en in een omgeving waarin hun cognitieve en sociale ontwikkeling worden geoptimaliseerd.

In de Nederlandse Wet over dit verdrag is dit ook opgenomen. Ook voor onderwijs wordt in nieuw artikel 2a van "Rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap" geregeld dat degene tot wie het verbod van onderscheid zich richt, daarnaast zorg draagt voor de algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte, tenzij dat voor hem een onevenredige belasting vormt.


Het VRPH vraagt dat onderwijs inclusief is. Dat betekent dat kinderen samen naar school gaan en bij elkaar in de klas zitten. Dus niet in aparte gebouwen of in aparte klassen, maar samen met voldoende ondersteuning en zorg in de klas.

Dit recht op inclusief onderwijs, neergelegd in zowel het VN-verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) en het onlangs geratificeerde VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap (IVRPH), wordt op dit moment structureel geschonden in Nederland. Tot die conclusie komt In1school, zie Schendingen recht op inclusief onderwijs.

Hoe gaat het nu verder?

De Coalitie voor Inclusie verwoordt het als volgt op de website VN-verdrag waarmaken: Om de beloften van toegankelijkheid en inclusiviteit te laten uitkomen, is praktisch handelen nodig. Komende tijd moeten de rijksoverheid en gemeenten daadkrachtige plannen van aanpak samenstellen. In die plannen moeten ook de doelen en deadlines duidelijk worden omschreven.

Het College voor de Rechten van de Mens houdt hier toezicht op, lees hun pagina Mensenrechten van mensen met een beperking. Op 1 november 2016 publiceerde het College een 16 puntenplan Van Verdrag naar Inclusie. Het College vraagt de staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het bureau dat de implementatie uitvoert om de 16 punten op de agenda te plaatsen en op te volgen. De punten over onderwijs luiden:
  • Onderzoek wat er nodig is om van Passend Onderwijs, inclusief onderwijs te maken. Gebruik General Comment no.4 van het CRPD Comité bij het formuleren van beleid en regelgeving.
  • Neem concrete maatregelen om thuiszitters weer het onderwijssysteem in te krijgen.
  • Zorg dat de wens van het kind uitgangspunt is bij het te volgen onderwijs en de wijze waarop onderwijs wordt gevolgd. Als een leerling regulier onderwijs wil volgen, mag hij niet naar speciaal onderwijs worden doorverwezen.
  • Zorg in docentenopleidingen voor het reguliere onderwijs voor kennis over onderwijs aan leerlingen met beperkingen.

Gerelateerde berichten:

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

13 januari 2016: Internetconsultatie over wetsvoorstel om makkelijker nieuwe school te starten

Geplaatst 13 jan. 2016 15:17 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 2 mrt. 2016 08:59 bijgewerkt ]

"De vrijheid van onderwijs viert volgend jaar haar honderdjarig jubileum, maar de uitwerking van artikel 23 in de Grondwet is al lang niet meer van deze tijd." Zo start het bericht op rijksoverheid.nl getiteld "Meer ruimte voor nieuwe scholen". Het gaat erom dat nieuwe (door de overheid gefinancierde) scholen niet meer zouden moeten worden geweigerd omdat er al voldoende scholen van die richting (geloof, levensovertuiging) zijn, maar dat een nieuwe school toestemming krijgt voor overheidsfinanciering en huisvesting als er genoeg belangstelling van ouders voor is. 

Het wetsvoorstel is nu bekendgemaakt, iedereen kon via een internetconsultatie zijn of haar mening geven tot 29 februari 2016. Een samenvatting van de voorgestelde wijzigingen staat op pagina 20 van het wetsvoorstel. De reactie van onze stichting vind je hier.

Toen dit plan in juli aangekondigd werd, werden drie mogelijke scenario's geschetst. Het lijkt erop dat gekozen is voor scenario 3, die de minste bescherming biedt voor bestaande scholen en de meeste kansen voor nieuwe scholen, zie de beschrijving van de scenario's in ons nieuwsbericht van 2 juli 2015 - Plan staatssecretaris: meer ruimte voor nieuwe scholen.

Tijdslijn

Als zo'n nieuwe school dan start met alleen een brugklas (wat vaak gebeurt), dan zijn de kinderen die nu in groep 4 zitten de eersten die naar zo'n nieuwe school kunnen gaan.

Zou die datum (eerste nieuwe scholen starten in 2020) iets te maken hebben met de  eerdere uitspraak op 30 juni 2015 - Sander Dekker: in 2020 elke thuiszitter binnen 3 maanden passend onderwijs? Het plan "Meer ruimte voor nieuwe scholen" werd slechts een paar dagen na de uitspraak over thuiszitters in 2020 gelanceerd...

Gerelateerd


Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

18 november 2015: Kamerbrief over Onderwijs Op een Andere Locatie

Geplaatst 2 dec. 2015 12:04 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 25 mrt. 2017 04:18 bijgewerkt ]

Staatssecretaris Sander Dekker (OCW) stuurde de Tweede Kamer op 18 november 2015 een aantal voorstellen om meer mogelijkheden te bieden voor onderwijs op een andere locatie dan de school. Dit is een vervolg op het onderzoek dat hij in oktober 2014 startte naar aanleiding van verzoeken uit de Tweede Kamer. De staatssecretaris sprak zich al eerder uit over dit onderwerp op 22 april 2015 - Uitspraak staatssecretaris in Zembla: scholen moeten betalen voor onderwijs buiten school.

Op de website Passend Onderwijs van het ministerie van OCW wordt uitgelegd welke maatregelen voor de korte termijn en welke voor de lange termijn nu worden voorgesteld.

IVIO@School (een organisatie die afstandsonderwijs biedt voor categorie 1. hieronder en dus direct belanghebbende is) heeft een samenvatting geschreven waarin de verschillende categorieën van leerlingen naar voren komen
1. lichamelijke of psychische redenen;
2. sportieve en culturele talenten;
3. tijdelijk verblijf in het buitenland;
4. thuisonderwijs onder strikte kwaliteitsvoorwaarden.

Als je meer wil weten, lees de Kamerbrief en het bijbehorende eindrapport van Ecorys van het onderzoek naar onderwijs op een andere locatie dan school (wat overigens al 12 juni klaar was maar pas op 18 november door de staatssecretaris gepubliceerd werd).
In de Kamerbrief herhaalt de staatssecretaris het standpunt van 25 september 2015 - Brief van staatssecretaris aan Kamer over Passend Onderwijs over het benutten van de regeling voor zieke leerlingen ook voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte die (tijdelijk) niet of niet volledig naar school kunnen: 

"Scholen, samenwerkingsverbanden en leerplichtambtenaren [zullen] worden gewezen op de mogelijkheden die de Leerplichtwet nu al biedt voor zieke leerlingen (artikel 11 onder d van de Leerplichtwet). Uitgangspunt daarbij is een ruime interpretatie van het begrip ‘ziekte’, waardoor het alle kinderen omvat die vanwege lichamelijke of psychische belemmeringen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen. Zij zijn (gedeeltelijk) vrijgesteld van geregeld schoolbezoek. De school blijft verantwoordelijk voor het onderwijsprogramma en maakt hierover afspraken met de ouders, ingevolge de huidige verantwoordelijkheid die de school nu al heeft voor het onderwijs aan deze leerlingen. Daarbij kan ook sprake zijn van bijvoorbeeld inkoop van materiaal voor afstandsonderwijs of de inhuur van specifieke expertise."


Update december 2016: wetsvoorstel Onderwijs op een andere locatie. Het is afwachten of het nieuwe kabinet dit over zal nemen.

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

1-10 of 19