Archief landelijke politiek

Op deze pagina staan onze volledige berichten over kwesties uit de landelijke politiek, voor zover relevant voor onderwijs aan kinderen met autisme en cognitief talent.

Een overzicht van de headlines met 1e alinea's en mogelijkheden tot doorklikken vind je op onze pagina Landelijke politiek.

7 februari 2017 - Eerste Kamer akkoord met instemmingsrecht ouders bij zorg op school

Geplaatst 11 feb. 2017 01:30 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 23 feb. 2017 09:22 bijgewerkt ]

Op 7 februari 2017 heeft de Eerste Kamer de wetswijziging goedgekeurd waarmee de ouders instemmingsrecht krijgen op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. Op 25 oktober 2016 was het voorstel al aangenomen door de Tweede Kamer. De wijziging gaat in vanaf 1 augustus 2017
 

Waar gaat het over?

Als je kind extra ondersteuning van school krijgt, moet er nu "op overeenstemming gericht overleg (OOGO)" met de ouders plaatsvinden over wat voor hulp het kind krijgt, maar school beslist, ook als ouders het er niet mee eens zijn. Zoals staatssecretaris Sander Dekker schreef naar de Eerste Kamer was er een breed geuite wens van de Tweede Kamer om de balans in de relatie tussen school en ouders iets te verleggen in het voordeel van de ouders. 

Na ingang van de wetswijziging hebben ouders meer invloed: zonder hun handtekening onder het handelingsdeel van het OPP is het dan niet rechtsgeldig. Voor toelichting zie onze uitleg wat een OPP is

Voorgeschiedenis

Voordat de Wet Passend Onderwijs inging, werd extra ondersteuning op school gefinancierd via de zogenaamde "leerlinggebonden financiering" (lgf), ook wel een "rugzakje" genoemd. In een "handelingsplan" dat elk jaar geactualiseerd werd, stond beschreven welke zorg er met dat rugzakje betaald werd. Op dit handelingsplan hadden ouders instemmingsrecht.

Met de komst van Passend Onderwijs (1 augustus 2014) werd het handelingsplan vervangen door een ontwikkelingsperspectief (opp) en verdween het instemmingsrecht van de ouders. Daarom werd er al in april 2013 een motie van Ypma, Van Meenen en Rog aangenomen om het instemmingsrecht van ouders weer terug te brengen voor het deel van het ontwikkelingsperspectief dat vergelijkbaar is met het oude handelingsplan:  het handelingsdeel.

In de zomer van 2014 was er een internetconsultatie over dit instemmingsrecht. Het duurde nog tot 2016 tot er een concreet voorstel tot wetswijziging kwam, dat eind 2016 door de Tweede Kamer werd aangenomen, en nu dus ook is goedgekeurd door de Eerste Kamer. De wetswijziging gaat in per 1 augustus 2017.

Inhoud wetswijziging

Voor de exacte tekst, zie het wetsvoorstel en het amendement.
  • Ook voor het (v)so komt er een handelingsdeel in het OPP (nu hoeft dat nog niet in het speciaal onderwijs). 
  • Het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief wordt pas vastgesteld nadat daarover met de ouders overeenstemming is bereikt.
  • De ondersteuning aan de leerling gaat gewoon door als er (nog) geen overeenstemming is bereikt met de ouders. 
  • Ouders van leerlingen in het reguliere onderwijs met een ondersteuningsarrangement van cluster 1 (visuele beperking) of 2 (auditieve beperking of spraak-taal-stoornis) krijgen medezeggenschap op het beleid van de instelling die de ondersteuning verleent. 

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

5 december 2016 - Advies van Onderwijsraad over Passend Onderwijs

Geplaatst 15 dec. 2016 00:00 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 23 dec. 2016 01:00 bijgewerkt ]

Het
 advies van de Onderwijsraad over Passend Onderwijs, ruim 2 jaar na de invoering, legt heel goed de vinger op een aantal zere plekken: in onze eigen woorden:

* Focus op thuiszitters is goed, maar verlies de andere doelen van passend onderwijs niet uit het oog (meer leerlingen naar regulier onderwijs, ieder kind kan zich optimaal ontwikkelen, enz.).

* Mensenrechtenverdragen verplichten het Nederlandse onderwijs om verder te gaan dan wat de Wet Passend Onderwijs voorschrijft (zoals inclusief onderwijs), daarom zou deze wet herzien moeten worden.

* Op regionaal niveau is niet altijd een dekkend aanbod. Dit komt omdat scholen voorzichtig zijn om zich op een bepaald type ondersteuningsaanbod te profileren. De behoudende keuzes in de ondersteuningsprofielen van scholen bieden weinig grond en gelegenheid voor het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden om op termijn meer leerlingen met (complexere) ondersteuningsbehoeften een passende plaats in het onderwijs te kunnen bieden. De raad vindt het opmerkelijk dat er nog steeds een beperkt aanbod is voor bijvoorbeeld leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. (In 2014 werd al geconcludeerd dat er te weinig aanbod was voor hoogbegaafde leerlingen met autisme.)

Wat als scholen zich zouden specialiseren in ondersteuningsbehoeften?

Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht ziet dat Utrechtse middelbare scholen er inderdaad voor gekozen hebben om zich niet te specialiseren, met als argument dat elk kind op elke school welkom is en maatwerk kan krijgen. De onderwijsraad merkt terecht op dat dit een averechts effect heeft: het staat de ontwikkeling van nieuwe ondersteuningsvormen in de weg. We zien dan ook in Utrecht dat als een leerling complexere ondersteuning nodig heeft dan de school gewend is te geven (denk aan havo/vwo-scholen en leerlingen met autisme), er sneller wordt verwezen naar speciaal onderwijs of een school verbonden aan een medische kliniek, dan nodig zou zijn als scholen zich meer gespecialiseerd zouden hebben.

Wij zijn voorstander van het specialiseren van Utrechtse havo/vwo-scholen, en dan niet op een bepaalde beperking (zoals autisme, adhd of dyslexie), maar specialisatie op een bepaalde ondersteuningsbehoefte. Ondersteuning betreft vaak kleine organisatorische aanpassingen die wel structureel gedaan moeten worden (maar eigenlijk voor alle leerlingen goed zijn) zoals:

  • Meer voorspelbaarheid (bijvoorbeeld: een vast rooster met weinig uitval, duidelijke instructie en check of instructie ook is begrepen)
  • Meer begeleiding bij plannen en organiseren van het schoolwerk (bijvoorbeeld: het huiswerk consequent in Magister; mondeling toetsen afnemen)
  • Meer mogelijkheden voor een prikkelarme omgeving of elders op een rustige plek te werken
  • Vertrouwensfiguur om naartoe te kunnen gaan als de stress te veel is
  • Het gevoel krijgen dat de bijzondere situatie echt begrepen wordt (of dat geprobeerd wordt het te begrijpen), en extra hulp om de weg te vinden in de schoolorganisatie en met klasgenoten (betrokkenheid en de vertaling naar de praktijk)
  • ...

Zonder specialisaties wordt per individuele leerling gekeken of aan die behoefte voldaan kan worden. Het antwoord is dan vaak nee: voor 1 leerling is het moeilijk om dergelijke ondersteuning te bieden. Als je het bekijkt vanuit alle leerlingen in de regio die eenzelfde combinatie van ondersteuningsbehoeften en cognitief niveau hebben, ontstaat er een ander beeld. Leerlingen met verschillende diagnoses kunnen overeenkomstige ondersteuningsbehoeften hebben.

Met specialisering kun je leerlingen met een zelfde ondersteuningsbehoefte bundelen, efficiënter ondersteuning bieden en daarmee een rijkere variatie aan ondersteuning in een regio realiseren. Net zoals nu sommige scholen tweetalig onderwijs bieden, andere een technasium enz.  Ouders mogen vrij kiezen, maar weten dan wat ze bij een school wel of niet kunnen verwachten.

Een aantal fragmenten uit het advies van de Onderwijsraad bij wijze van samenvatting

De raad formuleert daarbij aandachtspunten op de volgende thema’s: de stelselverantwoordelijkheid van de overheid (paragraaf 2.1); de balans tussen regels en ruimte (paragraaf 2.2); de realisatie van een dekkend ondersteuningsaanbod (paragraaf 2.3); de verbinding tussen bestuur en praktijk (paragraaf 2.4); en tot slot de deskundigheid van leraren (paragraaf 2.5). Binnen deze thema’s komen verscheidene doelen van passend onderwijs aan bod. 

[...] 

De redenen voor een focus op thuiszitters zijn begrijpelijk. De ernst en het schrijnende karakter van de problematiek van de thuiszitters vragen om een actieve benadering. Het voorkomen van situaties waar kinderen thuis blijven en niet naar school gaan, wordt niet voor niets in de memorie van toelichting als eerste doelstelling van passend onderwijs genoemd.9 Ook is het aantal thuiszitters een van de weinige beschikbare kwantitatieve indicatoren om de situatie van een deel van de leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte in beeld te brengen. Desalniettemin wil de raad wijzen op het risico dat de vermindering van het aantal thuiszitters synoniem wordt met het welslagen van passend onderwijs. Mede gezien het eerder genoemde gebrek aan informatie op leerlingniveau kan het succes van passend onderwijs hier te sterk aan afgemeten worden. Daardoor kunnen niet alleen de overige doelen en verwachtingen rondom passend onderwijs naar de achtergrond verdwijnen, maar bestaat ook het gevaar dat de politiek te snel wijzigingen in de huidige koers wil aanbrengen. Dergelijke eenzijdige wijzigingen in het verleden hebben het vertrouwen in de invoering en uitwerking van passend onderwijs zeker geen goed gedaan.


[...]

Over het mensenrecht op inclusief onderwijs:

De twee hierboven beschreven juridische verplichtingen geven de raad aanleiding om aandacht te vragen voor mogelijke fricties met de Wet passend onderwijs. Hij adviseert om in de evaluatie van passend onderwijs uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de vraag hoe de uitwerking van passend onderwijs in de praktijk zich verhoudt tot de verplichtingen op grond van het IVRPH en de WBGH/CZ, en daarbij in ogenschouw te nemen dat deze (mogelijk) verstrekkender zijn dan waartoe de Wet passend onderwijs verplicht. 

In het rapport Leerrechten als structurele grondslag voor wetgeving wordt uitgewerkt op welke manier dat zou kunnen. De staatssecretaris stuurde dit rapport op 6 december 2016 naar de Tweede Kamer. In de Kamerbrief over de 10e voortgangsrapportage passend onderwijs geeft de staatssecretaris aan dat bij passend onderwijs expliciet *niet* is gekozen voor inclusief onderwijs en dat de implementatie van het IVRPH (Internationale Verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap) op dit moment wordt voorbereid onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van VWS.

[...] 

Met de keuze om verantwoordelijkheden te decentraliseren zijn dergelijke verschillen tussen regio’s in de organisatie en uitvoering van passend onderwijs logisch en tot op zekere hoogte ook wenselijk: maatwerk impliceert verschillen. De vraag is evenwel waar het omslagpunt ligt tussen aanvaardbare verschillen en ongewenste ongelijkheid. 

[...] 

Een ander gevolg van het ontbreken van uniforme criteria is dat het op voorhand minder helder is wie voor welke begeleiding in aanmerking kan komen. Dit maakt dat de reikwijdte van passend onderwijs wordt verkend. 

[...] 

De raad begrijpt de behoefte aan houvast en afbakening, maar zet tegelijkertijd vraagtekens bij het effect van een toename van criteria en begrenzing van ruimte vanuit het perspectief van kwaliteit en toegankelijkheid van passend onderwijs. Door het ‘dicht timmeren’ van de toewijzingsprocedures kan minder uitgegaan worden van de individuele onderwijsbehoeften, vallen mogelijk meer leerlingen en studenten tussen wal en schip en nemen de administratieve lasten toe: ontwikkelingen die allen ingaan tegen de doelstellingen van passend onderwijs. De raad constateert dat hier sprake is van een dilemma tussen het stellen van regels en het behouden van ruimte. Hij wijst daarbij op het belang van het zoeken naar en het bewaken van een goede balans hiertussen door de samenwerkingsverbanden. 

[...] 

Tegelijkertijd constateert de raad dat de verwachting dat er op regionaal niveau niet noodzakelijkerwijs een dekkend aanbod tot stand komt, is uitgekomen. De reden daarvoor is echter niet dat scholen overwegend dezelfde specialisatie kiezen, maar dat scholen juist voorzichtig zijn om zich op een bepaald type ondersteuningsaanbod te profileren. 

Dit wordt bevestigd in het rapport Passend Onderwijs in de praktijk (dat op 6 december 2016 door de staatssecretaris naar de Tweede Kamer is gestuurd): "Evenmin is er sprake van onderlinge afstemming tussen scholen of specialisatie in ondersteuningsaanbod. Het tegendeel is soms eerder het geval: scholen zijn voorzichtig om zich met hun ondersteuningsaanbod sterk te profileren omdat ze de school niet het imago van een ‘zorglocatie’ willen geven."

[...] 

De raad constateert dat de governance van de samenwerkingsverbanden hierbij een belemmerende factor kan zijn, doordat het bestuur van het samenwerkingsverband vaak bestaat uit (een deel van) de aangesloten schoolbesturen. Door de meervoudigheid van rollen en posities is sprake van conflicterende belangen. Het is dan ook essentieel dat betrokkenen bij de governance van een samenwerkingsverband zich bewust zijn van hun specifieke positie en taak en van de maatschappelijke opdracht die zij dienen, en zich rolvast gedragen. Een governancecode kan hier behulpzaam bij zijn. 


[...] 

De governance van de samenwerkingsverbanden krijgt de aandacht van de overheid. Samenwerkingsverbanden worden bijvoorbeeld aangespoord om het interne toezicht en de doorzettingsmacht beter te regelen. In aanvulling hierop wil de raad er nadrukkelijk op wijzen dat de vraag of en in hoeverre het samenwerkingsverband een zelfstandige opdracht heeft en een entiteit is waar onafhankelijk toezicht op nodig is, onverminderd van belang blijft en een nadere uitwerking verdient. 

[...] 

De behoudende keuzes in de ondersteuningsprofielen van scholen bieden weinig grond en gelegenheid voor het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden om op termijn meer leerlingen met (complexere) ondersteuningsbehoeften een passende plaats in het onderwijs te kunnen bieden. Dit geldt zowel voor nieuwe leerlingen als voor leerlingen waarbij een terugplaatsing vanuit een speciale school naar een reguliere school aan de orde kan zijn.
Aanpassingen in de organisatie om andere vormen van onderwijs mogelijk te maken, zoals tussenvormen tussen regulier en speciaal onderwijs of nieuwe specialistische voorzieningen, worden beperkt ontwikkeld. Ook komen onderwijs-zorgarrangementen lastig van de grond en worden specialistische voorzieningen voor kortdurende opvang en observatie, crisis- en interventievoorzieningen en aanbod gericht op herintegratie van thuiszitters gemist. Er is verder een gebrek aan vervolgmogelijkheden wanneer er ook binnen speciale scholen geen oplossing (meer) geboden kan worden. Terugplaatsing naar het regulier onderwijs komt zelden voor. 

De doelgroep van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht wordt ook met name genoemd:

De raad vindt het opmerkelijk dat er nog steeds een beperkt aanbod is voor specifieke categorieën leerlingen die ook al ten tijde van de leerlinggebonden financiering tussen wal en schip vielen. Het gaat dan om leerlingen die vanwege het benodigde maatwerk moeilijk plaatsbaar waren op een bepaald schoolniveau of op een school in een van de bestaande clusters; bijvoorbeeld leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. De zorgstructuur van het voortgezet onderwijs sluit hier vaak onvoldoende op aan en het voortgezet speciaal onderwijs biedt lang niet altijd onderwijs op dat cognitieve niveau.

[...]

De raad pleit ervoor dat de ontwikkeling van nieuw ondersteuningsaanbod verhoogde aandacht krijgt en er sterker wordt ingezet op de ontwikkeling hiervan. Expertise vanuit de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs moet daarbij beter benut worden; deze lijkt nog nauwelijks door reguliere scholen te worden ingezet. Daarbij dienen bestaande programma’s en methodieken te worden uitgebreid. In reguliere scholen is bijvoorbeeld nog relatief weinig aanbod voor leerlingen met gedragsproblemen. Ook de mogelijkheden voor het anders organiseren van het onderwijs dienen verder te worden verkend. In het voortgezet onderwijs worden bijvoorbeeld al voorzichtige stappen gezet naar symbiosetrajecten.

[...] 

Om passend onderwijs te laten doorwerken in de klas, zullen bestuur en praktijk meer op één lijn moeten komen. De raad vindt dat er expliciet een taak is weggelegd voor samenwerkingsverbanden, schoolbesturen en schoolleiders om het verschil tussen bestuur en praktijk in de ervaring met en de perceptie van passend onderwijs te overbruggen en de betrokkenheid van de onderwijspraktijk, leerlingen en ouders bij passend onderwijs te vergroten. De ervaren belemmeringen dienen daarbij serieus genomen te worden. De raad ziet deze betrokkenheid wel als tweerichtingsverkeer: onderwijsprofessionals dienen ook hun betrokkenheid te ontwikkelen en zich op de hoogte te stellen van de veranderingen in hun school en in hun beroep. 

[...] 

De raad meent dan ook dat goede communicatie tussen scholen en ouders van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte onontbeerlijk is. De gesprekken met deze ouders zijn doorgaans anders van aard dan de reguliere voortgangsgesprekken. De inhoud van het gesprek kan als onverwachts of ongewenst worden ervaren en kan daardoor negatieve emoties oproepen bij ouders. Ook kan het voorkomen dat de inhoud van het gesprek voor ouders niet begrijpelijk is. Deze gesprekken vergen daarom specifieke communicatievaardigheden. De raad is van mening dat schoolleiders en leraren hierin opgeleid en getraind moeten worden. 

[...] 

Het blijkt namelijk dat 25 tot 49% van alle opleidingen geen of slechts een gering accent legt op het integreren van leerlingen met ondersteuningsbehoeften in het reguliere onderwijs.66 De raad acht dit niet alleen van belang omdat hij dit een belangrijk onderdeel vindt van de deskundigheid van docenten, maar ook omdat kennis over de achtergronden van passend onderwijs een rol kan spelen bij draagvlak en betrokkenheid van professionals zelf bij passend onderwijs (zie paragraaf 2.4). 

[...]


Gerelateerde berichten:

4 november 2016: Onderwijsinspectie kan financiële sancties opleggen als school zorgplicht blijft ontwijken

Geplaatst 6 nov. 2016 14:46 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 6 nov. 2016 15:12 bijgewerkt ]

Naar aanleiding van het recente Volkskrant-interview met Marc Dullaert (zie: 'Duizenden kinderen onnodig thuis door onwil scholen') hebben Kamerleden Loes Ypma (PvdA) en Norbert Klein (Vrijzinnige Partij) vragen gesteld aan de staatssecretaris van onderwijs. Op 4 november stuurde Sander Dekker zijn antwoord aan de Kamer: Antwoord op vragen van de leden Ypma en Klein over het bericht ‘Duizenden kinderen zitten onnodig thuis’

De kern van vraag 5 luidde: "Welke stappen bent u voornemens te zetten om er voor te zorgen dat scholen zich niet meer aan hun zorgplicht kunnen onttrekken?" In het antwoord schrijft Sander Dekker: 

"Indien sprake is van het blijvend niet nakomen van de zorgplicht, kan de inspectie een sanctietraject inzetten en kan een deel van de bekostiging worden opgeschort en/of ingehouden. Daarnaast voert de inspectie een verkenning uit naar de mogelijkheden om sneller te kunnen sanctioneren bij het ontwijken van de zorgplicht."

Hij vult aan: "Belangrijk blijft dat signalen daadwerkelijk gemeld worden. De inspectie kan immers alleen optreden bij concrete signalen over een bepaalde school." Bij (dreigend) thuiszitten of ontwijking zorgplicht kunnen ouders een melding doen bij de onderwijsinspectie, zie Escalatieroute bij conflicten over passend onderwijs.

Het Reformatorisch Dagblad schreef over dit antwoord het artikel School krijgt straf bij ontwijken zorgplicht.

In het antwoord op vraag 7 geeft Sander Dekker aan dat hij een onderzoek heeft gestart om meer zicht te krijgen op de oorzaken van de stijging van het aantal vrijstellingen. 

Gerelateerde berichten:

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

25 oktober 2016 - Wetswijziging aangenomen om ouders instemmingsrecht te geven bij zorg op school

Geplaatst 25 okt. 2016 12:57 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 25 okt. 2016 13:47 bijgewerkt ]

Op 25 oktober 2016 heeft de Tweede Kamer de wetswijziging aangenomen waarmee de ouders instemmingsrecht krijgen op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. De wijziging zal waarschijnlijk gaan gelden vanaf 1 augustus 2017.
 

Waar gaat het over?

Als je kind extra ondersteuning van school krijgt, moet er nu "op overeenstemming gericht overleg (OOGO)" met de ouders plaatsvinden over wat voor hulp het kind krijgt, maar school beslist, ook als ouders het er niet mee eens zijn. Na ingang van de wetswijziging hebben ouders meer invloed: zonder hun handtekening onder het handelingsdeel van het OPP is het dan niet rechtsgeldig. Voor meer uitleg zie onze uitleg wat een OPP is

Dankzij een (ook aangenomen) amendement van Loes Ypma (PvdA) is in het wetsvoorstel ook opgenomen dat ouders van leerlingen die via cluster 1 of 2 ondersteuning krijgen op een reguliere school, medezeggenschap hebben op het beleid van de instelling die de ondersteuning biedt.

Voorgeschiedenis

Voordat de Wet Passend Onderwijs inging, werd extra ondersteuning op school gefinancierd via de zogenaamde "leerlinggebonden financiering" (lgf), ook wel een "rugzakje" genoemd. In een "handelingsplan" dat elk jaar geactualiseerd werd, stond beschreven welke zorg er met dat rugzakje betaald werd. Op dit handelingsplan hadden ouders instemmingsrecht.

Met de komst van Passend Onderwijs (1 augustus 2014) werd het handelingsplan vervangen door een ontwikkelingsperspectief (opp) en verdween het instemmingsrecht van de ouders. Daarom werd er al in april 2013 een motie van Ypma, Van Meenen en Rog aangenomen om het instemmingsrecht van ouders weer terug te brengen voor het deel van het ontwikkelingsperspectief dat vergelijkbaar is met het oude handelingsplan:  het handelingsdeel.

In de zomer van 2014 was er een internetconsultatie over dit instemmingsrecht. Het duurde nog tot 2016 tot er een concreet voorstel tot wetswijziging kwam. Op 25 oktober 2016 is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer. Het is nog niet bekend wanneer de wetswijziging zal ingaan, maar waarschijnlijk per 1 augustus 2017. De Eerste Kamer zal zich er ook nog over moeten uitspreken. (Tekenen van de petitie kan nog steeds!)

Inhoud wetswijziging

Voor de exacte tekst, zie het wetsvoorstel en het amendement.
  • Ook voor het (v)so komt er een handelingsdeel in het OPP (nu hoeft dat nog niet in het speciaal onderwijs). 
  • Het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief wordt pas vastgesteld nadat daarover met de ouders overeenstemming is bereikt.
  • De ondersteuning aan de leerling gaat gewoon door als er (nog) geen overeenstemming is bereikt met de ouders. 
  • Ouders van leerlingen in het reguliere onderwijs met een ondersteuningsarrangement van cluster 1 (visuele beperking) of 2 (auditieve beperking of spraak-taal-stoornis) krijgen medezeggenschap op het beleid van de instelling die de ondersteuning verleent. 

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

VN-verdrag geeft recht op inclusief onderwijs bij langdurige beperking

Geplaatst 12 apr. 2016 23:24 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 13 apr. 2017 09:41 bijgewerkt ]

Op 14 juli 2016 is het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (afgekort tot VRPH) in werking getreden in Nederland. Dit is mede te danken aan de Coalitie voor Inclusie, die zich hard heeft gemaakt om ook in Nederland het VN-verdrag van 2006 te implementeren. 
De ratificatie van dit verdrag in Nederland is ook van belang voor mensen met autisme, al hebben zij strikt genomen geen handicap. Ze hebben wel een langdurige beperking en vallen daarom ook onder dit verdrag. 

Relevante citaten uit de Verdragtekst:

Personen met een handicap omvat personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving

Artikel 24 gaat over onderwijs:

De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren
... nemen maatregelen die waarborgen dat het onderwijs plaatsvindt in de talen en met de communicatiemethoden en - middelen die het meest geschikt zijn voor de desbetreffende persoon en in een omgeving waarin hun cognitieve en sociale ontwikkeling worden geoptimaliseerd.

In de Nederlandse Wet over dit verdrag is dit ook opgenomen. Ook voor onderwijs wordt in nieuw artikel 2a van "Rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap" geregeld dat degene tot wie het verbod van onderscheid zich richt, daarnaast zorg draagt voor de algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte, tenzij dat voor hem een onevenredige belasting vormt.


Het VRPH vraagt dat onderwijs inclusief is. Dat betekent dat kinderen samen naar school gaan en bij elkaar in de klas zitten. Dus niet in aparte gebouwen of in aparte klassen, maar samen met voldoende ondersteuning en zorg in de klas.

Dit recht op inclusief onderwijs, neergelegd in zowel het VN-verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) en het onlangs geratificeerde VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap (IVRPH), wordt op dit moment structureel geschonden in Nederland. Tot die conclusie komt In1school, zie Schendingen recht op inclusief onderwijs.

Hoe gaat het nu verder?

De Coalitie voor Inclusie verwoordt het als volgt op de website VN-verdrag waarmaken: Om de beloften van toegankelijkheid en inclusiviteit te laten uitkomen, is praktisch handelen nodig. Komende tijd moeten de rijksoverheid en gemeenten daadkrachtige plannen van aanpak samenstellen. In die plannen moeten ook de doelen en deadlines duidelijk worden omschreven.

Het College voor de Rechten van de Mens houdt hier toezicht op, lees hun pagina Mensenrechten van mensen met een beperking. Op 1 november 2016 publiceerde het College een 16 puntenplan Van Verdrag naar Inclusie. Het College vraagt de staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het bureau dat de implementatie uitvoert om de 16 punten op de agenda te plaatsen en op te volgen. De punten over onderwijs luiden:
  • Onderzoek wat er nodig is om van Passend Onderwijs, inclusief onderwijs te maken. Gebruik General Comment no.4 van het CRPD Comité bij het formuleren van beleid en regelgeving.
  • Neem concrete maatregelen om thuiszitters weer het onderwijssysteem in te krijgen.
  • Zorg dat de wens van het kind uitgangspunt is bij het te volgen onderwijs en de wijze waarop onderwijs wordt gevolgd. Als een leerling regulier onderwijs wil volgen, mag hij niet naar speciaal onderwijs worden doorverwezen.
  • Zorg in docentenopleidingen voor het reguliere onderwijs voor kennis over onderwijs aan leerlingen met beperkingen.

Gerelateerde berichten:

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

13 januari 2016: Internetconsultatie over wetsvoorstel om makkelijker nieuwe school te starten

Geplaatst 13 jan. 2016 15:17 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 2 mrt. 2016 08:59 bijgewerkt ]

"De vrijheid van onderwijs viert volgend jaar haar honderdjarig jubileum, maar de uitwerking van artikel 23 in de Grondwet is al lang niet meer van deze tijd." Zo start het bericht op rijksoverheid.nl getiteld "Meer ruimte voor nieuwe scholen". Het gaat erom dat nieuwe (door de overheid gefinancierde) scholen niet meer zouden moeten worden geweigerd omdat er al voldoende scholen van die richting (geloof, levensovertuiging) zijn, maar dat een nieuwe school toestemming krijgt voor overheidsfinanciering en huisvesting als er genoeg belangstelling van ouders voor is. 

Het wetsvoorstel is nu bekendgemaakt, iedereen kon via een internetconsultatie zijn of haar mening geven tot 29 februari 2016. Een samenvatting van de voorgestelde wijzigingen staat op pagina 20 van het wetsvoorstel. De reactie van onze stichting vind je hier.

Toen dit plan in juli aangekondigd werd, werden drie mogelijke scenario's geschetst. Het lijkt erop dat gekozen is voor scenario 3, die de minste bescherming biedt voor bestaande scholen en de meeste kansen voor nieuwe scholen, zie de beschrijving van de scenario's in ons nieuwsbericht van 2 juli 2015 - Plan staatssecretaris: meer ruimte voor nieuwe scholen.

Tijdslijn

Als zo'n nieuwe school dan start met alleen een brugklas (wat vaak gebeurt), dan zijn de kinderen die nu in groep 4 zitten de eersten die naar zo'n nieuwe school kunnen gaan.

Zou die datum (eerste nieuwe scholen starten in 2020) iets te maken hebben met de  eerdere uitspraak op 30 juni 2015 - Sander Dekker: in 2020 elke thuiszitter binnen 3 maanden passend onderwijs? Het plan "Meer ruimte voor nieuwe scholen" werd slechts een paar dagen na de uitspraak over thuiszitters in 2020 gelanceerd...

Gerelateerd


Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

18 november 2015: Kamerbrief over Onderwijs Op een Andere Locatie

Geplaatst 2 dec. 2015 12:04 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 25 mrt. 2017 04:18 bijgewerkt ]

Staatssecretaris Sander Dekker (OCW) stuurde de Tweede Kamer op 18 november 2015 een aantal voorstellen om meer mogelijkheden te bieden voor onderwijs op een andere locatie dan de school. Dit is een vervolg op het onderzoek dat hij in oktober 2014 startte naar aanleiding van verzoeken uit de Tweede Kamer. De staatssecretaris sprak zich al eerder uit over dit onderwerp op 22 april 2015 - Uitspraak staatssecretaris in Zembla: scholen moeten betalen voor onderwijs buiten school.

Op de website Passend Onderwijs van het ministerie van OCW wordt uitgelegd welke maatregelen voor de korte termijn en welke voor de lange termijn nu worden voorgesteld.

IVIO@School (een organisatie die afstandsonderwijs biedt voor categorie 1. hieronder en dus direct belanghebbende is) heeft een samenvatting geschreven waarin de verschillende categorieën van leerlingen naar voren komen
1. lichamelijke of psychische redenen;
2. sportieve en culturele talenten;
3. tijdelijk verblijf in het buitenland;
4. thuisonderwijs onder strikte kwaliteitsvoorwaarden.

Als je meer wil weten, lees de Kamerbrief en het bijbehorende eindrapport van Ecorys van het onderzoek naar onderwijs op een andere locatie dan school (wat overigens al 12 juni klaar was maar pas op 18 november door de staatssecretaris gepubliceerd werd).
In de Kamerbrief herhaalt de staatssecretaris het standpunt van 25 september 2015 - Brief van staatssecretaris aan Kamer over Passend Onderwijs over het benutten van de regeling voor zieke leerlingen ook voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte die (tijdelijk) niet of niet volledig naar school kunnen: 

"Scholen, samenwerkingsverbanden en leerplichtambtenaren [zullen] worden gewezen op de mogelijkheden die de Leerplichtwet nu al biedt voor zieke leerlingen (artikel 11 onder d van de Leerplichtwet). Uitgangspunt daarbij is een ruime interpretatie van het begrip ‘ziekte’, waardoor het alle kinderen omvat die vanwege lichamelijke of psychische belemmeringen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen. Zij zijn (gedeeltelijk) vrijgesteld van geregeld schoolbezoek. De school blijft verantwoordelijk voor het onderwijsprogramma en maakt hierover afspraken met de ouders, ingevolge de huidige verantwoordelijkheid die de school nu al heeft voor het onderwijs aan deze leerlingen. Daarbij kan ook sprake zijn van bijvoorbeeld inkoop van materiaal voor afstandsonderwijs of de inhuur van specifieke expertise."


Update december 2016: wetsvoorstel Onderwijs op een andere locatie. Het is afwachten of het nieuwe kabinet dit over zal nemen.

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

3 november 2015: Moties aangenomen over leerrecht, maatwerkdiploma, op- en doorstroom

Geplaatst 8 nov. 2015 02:20 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 2 dec. 2015 22:18 bijgewerkt ]

Bij de behandeling van de Onderwijsbegroting 2016 in de Tweede Kamer zijn vijf moties aangenomen die interessant zijn voor kinderen met autisme en havo/vwo-niveau. De regering wordt verzocht om te onderzoeken hoe leerrecht in de wet verankerd kan worden, toe te staan dat leerlingen vakken op verschillende niveaus volgen én afronden met een maatwerkdiploma, en overstappen naar een hoger niveau te bevorderen.
Alle moties en welke partijen voor en tegen stemden zijn te vinden bij de Stemmingsuitslag van de moties ingediend bij de Onderwijsbegroting 2016. Let op: een motie is een verzoek aan de regering, dat betekent niet per definitie dat de regering het ook opvolgt. Het is wel een belangrijk signaal waar een meerderheid van de Tweede Kamer achter staat (als de motie is aangenomen).

Onderzoek naar leerrecht

Misschien wel de belangrijkste is de motie om te onderzoeken hoe een verankering van leerrecht in de wetgeving van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs mogelijk is. Motie nr. 47 van Paul van Meenen (D66) c.s. verzoekt de regering het Nederlands Centrum voor Onderwijsrecht te vragen nader onderzoek te doen naar de vraag welke onderdelen in de opzet en inhoud van de Nederlandse wet- en regelgeving realisering van de kernelementen van leerrecht belemmeren en hoe een verankering van leerrecht in de wetgeving van het funderend onderwijs* mogelijk is.
(*funderend onderwijs = basisonderwijs + voortgezet onderwijs)

Waarom is dit relevant voor leerlingen met autisme? De huidige wet bestaat alleen uit een Leerplicht (elk kind is verplicht om voltijds naar een schoolgebouw te gaan). Sommige kinderen met autisme kunnen niet (voltijds) naar school omdat dat te veel prikkels geeft, of omdat er geen school in de omgeving is die hen onderwijs op maat kan bieden. In dat geval krijgt zo'n leerling vaak vrijstelling van de leerplicht (zodat de ouders niet vervolgd hoeven te worden), maar dan is er ook geen budget meer voor onderwijs, alleen een lager budget voor dagbesteding. Er kan dus ook voor thuis geen onderwijsmateriaal of afstandsonderwijs worden aangeschaft, ook al is de leerling prima in staat om te leren.

Joke Sperling geeft in het artikel De Kinderombudsman en het recht op onderwijs (2013) goed aan hoe de huidige Leerplichtwet een obstakel is voor het recht op onderwijs. Het recht op onderwijs is verankerd in internationale verdragen die door Nederland zijn erkend, maar Nederland heeft het nog niet verwerkt in de nationale wetgeving. Dit recht op onderwijs staat hiërarchisch boven de vrijheid van onderwijs van de scholen. Sperling geeft ook aan hoe drie wijzigingen in die wet dat obstakel weg kunnen nemen. De Leerplichtwet eist dat kinderen uitsluitend onderwijs volgen door voltijds en fysiek op de school van inschrijving aanwezig te zijn. Indien dit niet mogelijk is, biedt de Leerplichtwet alleen de mogelijkheid dat het kind helemaal niet meer naar school gaat of dat hij en zijn ouders of verzorgers strafrechtelijk worden vervolgd. Dit zou moeten veranderen.

Vakken en diploma op verschillende niveaus

Een andere motie gaat erover dat leerlingen vakken op verschillende niveaus (bijvoorbeeld havo en vwo) moeten kunnen volgen én afronden met een maatwerkdiploma. De gewijzigde motie nr. 36 van Loes Ypma (PvdA) c.s. verzoekt de regering via een wetswijziging, per komend schooljaar het maatwerkdiploma in het voortgezet onderwijs mogelijk te maken zodat, vooruitlopend op afspraken over doorstroom naar vervolgonderwijs, leerlingen vakken op verschillende niveaus kunnen volgen én afronden met een maatwerkdiploma waarin deze verschillende niveaus tot uitdrukking komen.

Waarom is dit relevant voor leerlingen met autisme en havo/vwo niveau? Deze kinderen hebben vaker dan gemiddeld dat ze heel goed zijn in sommige vakken en minder goed in andere vakken. Het verschil kan zo groot zijn, dat ze in de "goede vakken" examen zouden kunnen doen op vwo-niveau, maar in de minder goede vakken niet verder komen dan vmbo. Onderzoek van SFARI in New York wijst uit dat er onder intelligente kinderen met autisme 2x vaker hoge bèta-intelligentie voorkomt dan bij niet gediagnosticeerde kinderen. Ook komt het regelmatig voor bij kinderen met autisme dat ze goed zijn in talen maar juist moeite hebben met de bèta-vakken als wiskunde.

Op dit moment moet je naar het niveau van je laagste vak en dan krijg je alle vakken op dat niveau. Voor een leerling die sommige vakken veel beter kan dan dat, kan dat heel demotiverend zijn. Zeker leerlingen met autisme, die al zoveel dingen hebben die hen moeilijk afgaan, willen graag laten zien hoe goed ze in bepaalde dingen zijn. Bovendien is het een verspilling van talent! Iemand die extreem goed is in bepaalde vakken kan van grote waarde zijn voor de maatschappij als hij of zij de kans krijgt zich te ontwikkelen in die vakken, ook al gaan andere vakken minder goed.

Risico's van het maatwerkdiploma

De invoering van een maatwerkdiploma kan ook negatieve effecten hebben. Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) waarschuwt voor een overhaaste invoering van het maatwerkdiploma, al zijn ze er een groot voorstander van.

De Onderwijsraad adviseert zelfs expliciet tegen het maatwerkdiploma. Zij betogen dat de vervolgopleidingen dan waarschijnlijk hogere toelatingseisen gaan stellen en dat de waarde van het havo-diploma of het vwo-diploma vermindert in de maatschappij. Hun advies vind je hier: Maatwerk binnen wettelijke kaders: eindtoetsing als ijkpunt voor het funderend onderwijs.

Staatssecretaris Sander Dekker heeft besloten dit advies op te volgen: "Iedereen weet nu wat een diploma waard is". Dat is volgens hem niet meer zo als een vwo-leerling een aantal vakken op havo-niveau doet. De vraag is dan bijvoorbeeld of zo'n leerling nog naar de universiteit kan. De staatssecretaris wijst erop dat het al mogelijk is om een paar vakken op een hoger niveau te doen. Hij is daar groot voorstander van. "Dan krijg je daar een extra aantekening van op je diploma. Dat is alleen maar mooi meegenomen." 

Overstappen naar een hoger niveau

Er zijn drie moties aangenomen die te maken hebben met meer mogelijkheden om over te stappen naar een hoger niveau:

Motie nr. 49 van Paul van Meenen (D66) c.s. verzoekt de regering de Onderwijsraad te vragen te onderzoeken hoe we ons onderwijsbestel zo kunnen inrichten, dat gelijke kansen, opstroom*, doorstroom** en maatwerk weer de norm worden in het Nederlands onderwijsbestel.
(*opstroom = halverwege de opleiding naar een hoger niveau gaan, bijvoorbeeld na 2 vmbo-t verder gaan in 3 havo)
(**doorstroom = stapelen, bijvoorbeeld na het vmbo-t-examen verder gaan in 4 havo)

Gewijzigde motie nr. 57 van Rik Grashoff (GroenLinks) c.s. verzoekt de regering consistent beleid te ontwikkelen op het waarborgen van de op- en doorstroom in het onderwijs, en waar mogelijk belemmeringen weg te nemen.

Een eerder aangehouden motie van een voorgaand debat (Doorlopende leerlijnen taal en rekenen) is alsnog aangenomen: motie nr. 53 van Rik Grashoff (GroenLinks) c.s. verzoekt de regering om leerlingen met een vmbo-tl- en vmbo-gl-diploma het recht te geven door te stromen naar het havo.

Waarop is dit belangrijk voor leerlingen met autisme en havo/vwo-niveau? Autisme wordt wel gezien als een vertraagde en een versnelde ontwikkeling tegelijk. De vertraagde ontwikkeling kan liggen op het gebied van schoolse vaardigheden, waardoor het cognitieve talent pas op latere leeftijd tot bloei kan komen. Dan is het fijn als de leerling alsnog kan overstappen naar een hoger niveau. Onderwijs in cijfers publiceerde echter in mei 2015 dat stapelen met name bij vmbo-tl en vmbo-gl (daarna zou je naar de havo moeten kunnen) steeds minder voorkomt in Nederland. Sinds 2012 moeten alle havo-scholen zich wel houden aan de toelatingscode die de VO-Raad heeft opgesteld. De laatstgenoemde motie wil die extra eisen voor de overstap nu wegnemen.

De Onderwijsraad schreef in de samenvatting van haar rapport "Overgangen in het onderwijs" (2014): Een extra reden om de overgangen onder de loep te nemen is dat er signalen zijn dat havo- en vwo-scholen en ook vervolgopleidingen steeds vaker leerlingen selecteren. Enerzijds kan selectie ervoor zorgen dat talenten worden benut doordat leerlingen doorstromen naar een passende plek in het vervolgonderwijs. Anderzijds vormen selectiemechanismen een extra struikelblok voor leerlingen die zich op het overgangsmoment (nog) niet overtuigend kwalificeren voor het gewenste onderwijsniveau (of -segment), maar wel de benodigde capaciteiten hebben. Daarbij zijn er aanwijzingen dat de kwaliteit en standaardisatie van selectieprocessen niet altijd gewaarborgd zijn, waardoor bij overgangen willekeur en kansenongelijkheid ontstaat. Dit zet de toegankelijkheid van het stelsel onder druk.

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

7 oktober 2015: Terugblik op thuiszittersmanifestatie en thuiszitterssymposium

Geplaatst 12 okt. 2015 13:46 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 2 dec. 2015 22:18 bijgewerkt ]

Op 1 oktober (de traditionele teldatum in het onderwijs) organiseerden ouders van thuiszitters de manifestatie Thuiszitters Tellen. Staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker werd geïnterviewd (zie video). Een dag later, op 2 oktober 2015, was er een Thuiszitterssymposium waarbij de nadruk lag op "Onderwijs en zorg gaan wél samen". Dit symposium was georganiseerd door ouders en bedoeld voor zowel ouders als professionals uit onderwijs en zorg. De presentaties zijn beschikbaar.

Thuiszitters Tellen

Het aantal leerlingen dat een school heeft op 1 oktober, bepaalt hoeveel geld ze krijgen in het daaropvolgende schooljaar. Thuiszitters zijn niet altijd ingeschreven op een school (zie Verschillende definities van thuiszitters) maar zouden wel mee moeten tellen! Ouders organiseerden daarom de manifestatie Thuiszitters Tellen. Er hebben zich 118 thuiszitters gemeld (vaak anoniem vanwege de privacy of omdat de ouders bang zijn dat het anders tegen hen gebruikt zou kunnen worden).

Tijdens de manifestatie in Den Haag waren diverse bekende politici aanwezig: Loes Ypma (PvdA), Tjitske Siderius (SP) en Emile Roemer (SP), Karin Straus (VVD), Michel Rog (CDA). Ook waren er mensen van scholierencomité LAKS, de Onderwijsinspectie, Gedragswerk, Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO Amsterdam) en Ouderkracht voor 't Kind. 

En last but not least, staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker werd geïnterviewd (lees hier de aan de staatssecretaris gestelde vragen). De antwoorden van de staatssecretaris kun je beluisteren in dit YouTube filmpje. Hij ging ook in gesprek met thuiszitters.

Sander Dekker benadrukte dat ouders het bij de onderwijsinspectie moeten melden als scholen de zorgplicht ontwijken (zoals hij ook schreef op 25 september 2015 - Brief van staatssecretaris aan Kamer over Passend Onderwijs). Alleen als ze ingeschreven staan op een school kunnen ze goed onderwijs krijgen, is zijn betoog. Veel aanwezige ouders van thuiszitters waren teleurgesteld door de woorden van de staatssecretaris, omdat zij vaak al contact gezocht hebben met de inspectie, zonder het gewenste resultaat.

Suzanne Boomsma (bestuurslid van Ouderkracht voor 't kind en van AutiPassend Onderwijs Utrecht) en moeder van een ex-thuiszitter werd geïnterviewd door Omroep Max. Ook thuiszittende kinderen zelf lieten van zich horen, zie dit filmpje en deze blog.

Zie ook dit nieuwsbericht van Nationale Onderwijs Gids: Thuiszittende kinderen en ouders vragen om voldoende maatwerk.

Op de website Passend Onderwijs van het Ministerie van OCW staat een interview met Juliëtte Mutsaers, initiatiefneemster van de manifestatie. Ze blikt terug op de reactie van de staatssecretaris: "We zijn de dialoog begonnen om tot een oplossing te komen." 

Thuiszitterssymposium

De volgende dag, 2 oktober 2015, was gereserveerd voor een symposium door ouders van thuiszitters, met als thema "Het kan WEL: onderwijs en zorg gaan wel samen".

Bekijk de presentaties (ook te vinden via de Facebook-pagina Onderwijs en zorg gaan WEL samen):

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

25 september 2015 - Brief van staatssecretaris aan Kamer over Passend Onderwijs

Geplaatst 12 okt. 2015 13:46 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 25 mrt. 2017 04:10 bijgewerkt ]

De staatssecretaris van onderwijs, Sander Dekker, reageert op de recente onderzoeken van DUO (leraren die negatief zijn over passend onderwijs), AVS (zie Scholen negeren massaal zorgplicht, schrijnende voorbeelden uit Utrecht) en de Kinderombudsman (zie Kinderombudsman: zonder aanpassingen gaat Passend Onderwijs nooit lukken). In zijn brief geeft hij aan dat Passend Onderwijs werk in uitvoering is en dat het stap voor stap gaat.

Wat ons opviel in deze Kamerbrief
  • Ouders mogen ontwijkingen van de zorgplicht (niet willen inschrijven van een leerling) rechtstreeks melden bij de onderwijsinspectie, zodat die de school daarop kan aanspreken. Wij merken dat dit nog niet door alle inspecteurs daadwerkelijk zo opgepakt wordt, maar misschien heeft dat nog tijd nodig. Dit roept echter ook de vraag op: stel dat de school dan inderdaad door de onderwijsinspectie verplicht wordt de leerling in te schrijven en een zorgplicht heeft. Hoe ziet de onderwijsinspectie erop toe dat er daadwerkelijk een voor dat kind passende onderwijsplek wordt geboden?
    In de brief schrijft de staatssecretaris: De zorgplicht betekent dat wanneer ouders hun kind met een extra ondersteuningsbehoefte schriftelijk bij een school aanmelden, de school een passend aanbod moet doen. Dat hoeft niet per se op de eigen school te zijn, want niet alle scholen kunnen alle soorten ondersteuning bieden. Maar in de gevallen dat de school de ondersteuning niet zelf kan bieden, moet zij conform de zorgplicht wél een aanbod doen bij een andere school en zorgen dat de leerling daar kan worden ingeschreven.
    Als ouders een kind aanmelden bij een school, betekent zorgplicht dus niet dat het kind ook op die school geplaatst wordt. De volgende voorbeelden komen in de praktijk voor:
    • Scholen maken het ouders lastig om schriftelijk aan te melden, of maken van de onwetendheid van ouders gebruik (ik heb u toch teruggebeld met de boodschap dat aanmelden bij ons niet zo handig is).
    • De school voorziet in de zorgplicht door een plaatsing in het speciaal onderwijs voor te stellen, ook als ouders dit helemaal niet geschikt vinden (pedagogisch en of didactisch / onvoldoende niveau).
    • School zegt: vol is vol (niet gedefinieerd / bij de ene school met 21 leerlingen, bij een ander met 30 leerlingen).
    • School stelt de veiligheidsvraag: deze leerling kan volgens ons gezien zijn gevaarlijke gedrag nergens geplaatst worden.
    • School A zegt dat deze leerling met een ernstige leerstoornis en autisme het beste naar B kan. School B (in hetzelfde samenwerkingsverband): wij vinden van niet want onze tax is bereikt.
  • Om leraren beter toegerust te maken voor het invoeren van passend onderwijs verwijst de staatssecretaris naar de al eerder ingevoerde programma's om leraren individueel te versterken met scholing. Zij kunnen bijvoorbeeld gefaciliteerd worden als zij een master SEN (Special Educational Needs) willen volgen.
    Wij zien meer heil in een vangnet aan gespecialiseerde expertise in de scholen zelf, hulp van professionals met ruime ervaring met "speciale" leerlingen, die niet aangevraagd hoeft te worden via een procedure bij het samenwerkingsverband. Dan is de kennis snel en informeel beschikbaar. Dat is misschien wat duurder, maar op die manier kan het wél echt gaan werken.

  • Als maatregel tegen ontevredenheid van ouders wordt gekozen voor "betere informatievoorziening" via kanalen die bestuurd worden door ofwel het ministerie van OCW (bijvoorbeeld "Ouders & Onderwijs", onderwijsconsulenten, Gedragswerk, geschillencommissie) ofwel door de schoolbesturen (samenwerkingsverbanden).
    Er is geen onafhankelijke onderwijsautoriteit en ook geen door ouders aangestuurde professionele organisatie die onafhankelijk de belangen van ouders en kinderen kan behartigen (de huidige ouderbelangenorganisaties drijven op onbetaalde vrijwilligers en kunnen daarom niet zo effectief zijn als ze zouden willen).
    Alsof de onderliggende systeemproblemen kunnen worden weggenomen door ze beter uit te leggen...

  • De mogelijkheden voor niet voltijds naar school die al bestonden voor (lichamelijk) zieke leerlingen, wil de staatssecretaris verruimen "waardoor het alle kinderen omvat die vanwege lichamelijk of psychische belemmeringen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen. Zij zijn (gedeeltelijk) vrijgesteld van geregeld schoolbezoek. De school blijft verantwoordelijk voor het onderwijsprogramma. Als gevolg van de bestaande verantwoordelijkheid op basis van de sectorwetten van scholen voor het onderwijs aan deze leerlingen, maken school en ouders onderling afspraken over dit programma. Hiertoe kunnen ook afspraken behoren over de inkoop of inhuur van producten of diensten om dit programma mogelijk te maken. Denk bijvoorbeeld aan de aanschaf van materiaal voor afstandsonderwijs of de inhuur van specifieke expertise."
    Wij zijn benieuwd hoe snel dit voornemen van de bewindsman doorsijpelt naar de dagelijkse praktijk van scholen. Hier geldt overigens dat zelfs als het toegestaan is, de invulling in de praktijk vaak afhankelijk is van het lef van individuele onderwijsprofessionals om onconventionele oplossingen te kiezen.
    Een mogelijk risico van deze verbrede interpretatie van deze vorm van vrijstelling 11d is wel dat voor zieke leerlingen geen OPP (ontwikkelingsperspectief) nodig is. Voor kinderen met psychische belemmeringen is het volgens ons wel van belang dat de vrijstelling gepaard gaat met een plan om hen tijdens die vrijstelling toch onderwijs te laten volgen en zo mogelijk toe te werken naar een terugkeer naar het schoolgebouw.
    Update: de staatssecretaris heeft deze visie herhaald op 18 november 2015: Kamerbrief over Onderwijs Op een Andere Locatie. Aan deze brief wordt gerefereerd bij een uitspraak van de Geschillencommissie Passend Onderwijs d.d. 21 december 2015: Voor deze chronisch zieke leerling die gedeeltelijk naar school wil en kan en voor wie het diploma haalbaar is, ligt aanpassing van het ontwikkelingsperspectief t.b.v. afstandsonderwijs of inhuur expertise voor de hand.

  • Sander Dekker verwijst naar de handreiking Alle leerlingen een plek - mogelijkheden voor maatwerk. Daarin staat ook iets over particulier onderwijs
    "Wat wel kan is dat een reguliere of speciale school een (deel van het) onderwijsprogramma inkoopt bij een particuliere onderwijsinstelling. De leerling wordt dan ingeschreven op de reguliere school en volgt daar ook het onderwijs."
    Het onderwijsprogramma kan dus "uitbesteed" zijn aan een particuliere school. Het mag, maar dat betekent niet dat scholen ook bereid zijn om het te doen, zelfs als het de enige onderwijsoplossing voor een leerling is. Daar zit de angel...

  • Er komen betrouwbaarder cijfers van thuiszitters in de categorie absoluut verzuim (niet ingeschreven op een school en ook geen vrijstelling) door koppelingen van bestanden. Wij zijn benieuwd naar de eerste resultaten daarvan (jaarlijks worden eind maart de cijfers bekendgemaakt van het voorgaande schooljaar). Helaas noemt de staatssecretaris niet de aantallen vrijstellingen 5a. Meer informatie: Verschillende definities van thuiszitters.

  • De staatssecretaris zegt dat hij de mening van de Kinderombudsman deelt dat een doorzettingsmacht een verbetering kan zijn om impasses te doorbreken als voor een leerling geen passend onderwijs is gevonden, maar vervolgt dan met het stimuleren met de vrijblijvende vorm van doorzettingsmacht terwijl de Kinderombudsman een onafhankelijke niet-vrijblijvende vorm aanbeveelt. Hiermee laat de staatssecretaris de invulling over aan samenwerkingsverbanden en schoolbesturen, terwijl de Kinderombudsman juist zo duidelijk heeft aangegeven dat zij soms andere belangen voorrang geven boven die van de kinderen.
Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht vraagt zich af wat het Ministerie van OCW en de onderwijsinspectie concreet gaan doen als scholen en samenwerkingsverbanden voor langere tijd deze richtlijnen niet opvolgen. Worden er ooit sancties toegepast? Ouders die voor hun kind nu een school zoeken kunnen niet wachten tot 2020 (zie 30 juni 2015 - Sander Dekker: in 2020 elke thuiszitter binnen 3 maanden passend onderwijs). Moeten ouders dan maar verhuizen naar een andere gemeente met een ander samenwerkingsverband en andere scholen?

Ook is nog steeds de in april 2013 aangenomen motie Ypma over het met ouders vaststellen van het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief niet verwerkt in een wetsvoorstel. In juli-sept 2014 is wel een internetconsultatie gehouden over dit onderwerp, maar de vervolgactie blijft nog uit. Ouders kijken uit naar de implementatie hiervan, waarom duurt het zo lang?

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

1-10 of 16