Archief landelijke politiek

Op deze pagina staan onze volledige berichten over kwesties uit de landelijke politiek, voor zover relevant voor onderwijs aan kinderen met autisme en cognitief talent.

Een overzicht van de headlines met 1e alinea's en mogelijkheden tot doorklikken vind je op onze pagina Landelijke politiek.

Interessante punten uit het Regeerakkoord 2017

Geplaatst 21 okt. 2017 03:31 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 24 okt. 2017 23:20 bijgewerkt ]

Op 10 oktober 2017 werd na een lange formatie het regeerakkoord "Vertrouwen in de toekomst" gepubliceerd. Hier citeren we de meest interessante punten voor onze doelgroep: ouders van kinderen met autisme en havo/vwo-niveau die het lastig vinden om voor hun kind een onderwijsplek te vinden die zowel een passend ondersteuningsniveau als een passend cognitief niveau heeft, waarbij het kind zich ook prettig voelt en waarbij hun kind zo gewoon mogelijk kan meedoen.

Let op: dit zijn enkel nog ambities van de nieuwe regering, het moet nog worden omgezet worden in wetswijzigingen, en die moeten nog goedgekeurd worden door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Keuze uit verschillende brugklastypen

  • Sommige kinderen gedijen het beste in een brede of verlengde brugklas waar de uiteindelijke selectie nog even wordt uitgesteld, andere zijn meer op hun plek in een categorale brugklas. Daarom wil het kabinet dat er voor alle ouders en leerlingen wat te kiezen valt. Scholen krijgen de opdracht om op regionaal niveau een zo dekkend mogelijk aanbod van verschillende typen brugklassen aan te bieden, waarbij categorale scholen samenwerken met scholengemeenschappen voor soepele overgangen van leerlingen. 
Dus de regering wil dat je kunt kiezen uit scholen met specifieke havo-brugklassen en vwo-brugklassen, of scholen met gemengde mavo/havo en havo/vwo brugklassen, en dat er soepele overgangen tussen de verschillende niveaus komt.

10-14-scholen

  • Sommige kinderen zijn gebaat bij een meer geleidelijke overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. De 10-14-scholen, een samenwerkingsvorm tussen basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs, voorzien in zo'n behoefte. Voor dergelijke vormen van samenwerking komt meer experimentele ruimte.
Een dergelijke school is er nog niet in de regio Utrecht. Het zou een mooie aanvulling op het aanbod zijn.

Leerrecht

  • Het kabinet zet de ingezette systematiek van passend onderwijs voort. Wel onderzoeken we op welke wijze het leerrecht van kinderen wettelijk kan worden vastgelegd.
De huidige wet heeft een leerplicht (elk kind is verplicht om voltijds naar een schoolgebouw te gaan). Sommige kinderen met autisme kunnen niet (voltijds) naar school omdat dat te veel prikkels geeft, of omdat er geen school in de omgeving is die hen onderwijs op maat kan bieden. In dat geval krijgt zo'n leerling vaak vrijstelling van de leerplicht (zodat de ouders niet vervolgd hoeven te worden), maar dan is er ook geen budget meer voor onderwijs, alleen een lager budget voor dagbesteding. Er kan dus ook voor thuis geen onderwijsmateriaal of afstandsonderwijs worden aangeschaft, ook al is de leerling prima in staat om te leren. Daarom was er in november 2015 een motie om het leerrecht te onderzoeken.

Als oplossing voor een deel van het probleem heeft de demissionaire regering een wetswijziging voorgesteld die het mogelijk maakt dat "voor individuele leerlingen in het regulier onderwijs die vanwege lichamelijke of psychische redenen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen, kan worden afgeweken van de voorgeschreven onderwijstijd", wat het bijvoorbeeld mogelijk moet maken om leerlingen met autisme op reguliere scholen in deeltijd naar school te laten gaan. Die wet is in oktober 2017 goedgekeurd door de Tweede Kamer, maar moet nog door de Eerste Kamer. Onderwijsjurist Katinka Slump (naar eigen zeggen "in dienst van het recht op onderwijs") heeft kritiek op deze wijziging, zie deze tweets.

Joke Sperling geeft in het artikel De Kinderombudsman en het recht op onderwijs (2013) goed aan hoe de huidige Leerplichtwet een obstakel is voor het recht op onderwijs. Het recht op onderwijs is verankerd in internationale verdragen die door Nederland zijn erkend, maar Nederland heeft het nog niet verwerkt in de nationale wetgeving. Dit recht op onderwijs staat hiërarchisch boven de vrijheid van onderwijs van de scholen. Sperling geeft ook aan hoe drie wijzigingen in die wet dat obstakel weg kunnen nemen. De Leerplichtwet eist dat kinderen uitsluitend onderwijs volgen door voltijds en fysiek op de school van inschrijving aanwezig te zijn. Indien dit niet mogelijk is, biedt de Leerplichtwet alleen de mogelijkheid dat het kind helemaal niet meer naar school gaat of dat hij en zijn ouders of verzorgers strafrechtelijk worden vervolgd. Dit zou moeten veranderen.

December 2016 publiceerde het ministerie van onderwijs een Onderzoek naar leerrecht in plaats van leerplicht waarin wordt aangegeven dat de huidige wetgeving niet voldoet aan de mensenrechten van personen met een handicap (zie VN-verdrag geeft recht op inclusief onderwijs bij langdurige beperking).

Toezicht op financiën passend onderwijs

  • Om ervoor te zorgen dat middelen voor passend onderwijs ook echt in de klas terecht komen, komt er onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden.
December 2016 publiceerde het ministerie een financieel overzicht dat laat zien dat samenwerkingsverbanden gemiddeld 10% van hun geld niet besteed hebben (de staatssecretaris geeft aan dat "niet zo kan zijn zijn dat samenwerkingsverbanden hun middelen nog niet of niet geheel hebben besteed, en ondertussen kinderen geen passende plek kunnen krijgen vanwege een tekort aan geld.") Zie ook: Bedrag per leerling voor passend onderwijs.

In mei 2017 constateerden we: Steeds meer geld naar middelbare scholen, maar het komt niet in de klas terecht. Daarom vinden we het een goede zaak dat de regering dit beter wil gaan bewaken.

Ieder kind verdient onderwijs

  • Beperkt en begaafd, ieder kind verdient onderwijs om zichzelf maximaal te ontplooien, ook als dat extra zorg of ondersteuning vraagt. Het kabinet wil dat ouders en scholen in een gelijkwaardig gesprek een passende aanpak afspreken, daarbij ondersteund door de mogelijkheid van een onderwijsconsulent. Om te voorkomen dat kinderen tussen wal en schip vallen, willen we het aantal thuiszitters fors beperken en verzuim eerder signaleren en aanpakken. Alle samenwerkingsverbanden zullen daartoe een wettelijk verplichte doorzettingsmacht beleggen.
De eerste zin geeft mooi weer waarom er leerrecht moet komen. 

Wij juichen het toe dat ouders en scholen gelijkwaardig met elkaar kunnen praten, dat levert een beter resultaat op zoals ook betoogd wordt in Oplossing nodig? Bedenk ze eens mét ouders. Het kan voorkomen dat ouders gezien worden als te "mondig" en dat ouders te vaak de school juridisch aanklagen (zie Mondige ouders, juridisering en communicatie). We zijn dan ook blij dat er al een klein stapje in de goede richting is gezet met het instemmingsrecht op de extra ondersteuning op school.

Het voornemen van de regering om de vermindering van het aantal thuiszitters aan te pakken via het eerder reageren op verzuim (ziekmeldingen) en een verplichte doorzettingsmacht ("knopendoorhakker") sluiten goed aan op de boodschappen van Marc Dullaert als aanjager van het thuiszitterspact.

Onderwijs voor hoogbegaafde kinderen

  • Het budget voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt verhoogd met 15 miljoen euro per jaar en de verdeling wordt geactualiseerd. Tegelijkertijd wordt hetzelfde bedrag geïntensiveerd op het onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.
We hopen dat bij de invulling hiervan ook gedacht wordt aan "dubbel bijzondere" kinderen: kinderen die hoogbegaafd zijn en ook autisme, adhd of iets anders hebben dat hun leren bemoeilijkt. Vaak zijn er wel speciale onderwijsmogelijkheden voor het een, of voor het ander, maar niet voor de combinatie.

Tot 21 jaar om je diploma te halen

  • Het kabinet heeft het voornemen de kwalificatieplicht te verhogen naar 21 jaar. Er worden pilots uitgevoerd in de grote steden.
Op dit moment geldt er leerplicht tot 16 jaar (iedereen moet naar school) en kwalificatieplicht tot 18 jaar (je moet alleen naar school als je nog geen mbo 2, havo of vwo diploma hebt). Kinderen met autisme lopen wel eens vertraging op in hun havo- of vwo-opleiding, en als ze dan 18 worden zonder dat ze een diploma hebben gehaald, worden ze vaak afgeschreven door reguliere scholen (zeker als ze veel extra ondersteuning nodig hebben). Hopelijk leiden deze plannen ertoe dat dergelijke leerlingen na hun 18e nog naar school mogen om hun havo of vwo diploma te halen.

Makkelijker een nieuwe school oprichten

  • De vrijheid van onderwijs biedt ouders en leerlingen de mogelijkheid om een school te kiezen die past bij hun overtuiging. Dit kabinet vergroot de vrijheid van onderwijs; het stichten van scholen op basis van de belangstelling van ouders en leerlingen wordt vergemakkelijkt, ook als zij niet behoren tot een bestaande richting. Deze modernisering beoogt de vrijheid van onderwijs te vergroten, niet de vrijheid van richting te beperken. Daarbij worden de plannen van nieuwe scholen voortaan vooraf getoetst op wettelijke deugdelijkheidseisen (onder andere ten aanzien van leerlingen die extra ondersteuning behoeven, de afstemming van het onderwijs op het niveau van de leerling en de bestuurlijke inrichting) en de wettelijke burgerschapsopdracht (zoals het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie). De deugdelijkheidseisen worden beschreven in objectieve en proportionele eisen.
Begin 2014 kwam Stichting AutiPassend in het nieuws omdat we een eigen school wilden oprichten. Dat bleek niet te kunnen binnen de huidige onderwijswetgeving, omdat er maar een beperkt aantal "richtingen" worden erkend (openbaar, christelijk, islamitisch en dergelijke) en onze visie voor de school niet in een van die richtingen past. Wij vinden het daarom ook een goede zaak dat deze gedateerde invulling van de onderwijsvrijheid gemoderniseerd wordt. Voor meer toelichting, zie 13 januari 2016: Internetconsultatie over wetsvoorstel om makkelijker nieuwe school te starten. De tijdlijn die daarin genoemd is, is al vertraagd, dus het zal 2021 of later worden voordat de eerste leerlingen op een dergelijke nieuwe school kunnen beginnen.


Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

Marc Dullaert als aanjager thuiszitterspact - overzicht nieuwsberichten vanaf juni 2016

Geplaatst 18 okt. 2017 04:49 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 21 okt. 2017 03:35 bijgewerkt ]

Marc Dullaert, voormalig Kinderombudsman, is sinds juni 2016 aangesteld als aanjager van het thuiszitterspact. Deze pagina geeft een overzicht van nieuwsberichten waarin Marc Dullaert zich laat horen over het terugdringen van het aantal thuiszitters. 

juni 2016 - thuiszitterspact

Op de Thuiszitterstop werd op 13 juni 2016 het Thuiszitterspact ondertekend, waarbij Marc Dullaert werd aangesteld als aanjager: "Om ons scherp te houden", aldus staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker in het magazine van de Thuiszitterstop. Het belangrijkste punt van het thuiszitterspact is de ambitie dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg.

augustus 2016 - verschillen tussen regio's, bestuurders met lef nodig

Interview in VNG Magazine (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) 
  • De kern van het probleem zit ’m volgens de oud-kinderombudsman in de plaatsingsplicht die met het passend onderwijs is ingevoerd. ‘Scholen moeten kinderen een leerplek aanbieden. Als school dat niet kan, dan moet het samenwerkingsverband dat doen. Sommige steden of regio’s zijn daar heel goed in, andere blijven achter. Dat is onaanvaardbaar.’
  • De allerbelangrijkste succesfactor is volgens Dullaert denken vanuit het belang van het kind en knopen doorhakken waar nodig. ‘Wie steekt zijn nek uit en durft dit kind te plaatsen? Dat vergt bestuurders met lef.’

oktober 2016 - gebrekkige samenwerking scholen en gemeente, onwil scholen

Artikel in de Volkskrant
  • Duizenden kinderen zitten 'volstrekt onnodig' thuis doordat een deel van de scholen en gemeenten onvoldoende zijn best doet een passende onderwijsplek te vinden. In sommige regio's gaat het aantal thuiszitters flink omlaag, maar in andere regio's blijft het aantal te hoog. Dullaert ziet als redenen: soms ligt het aan de gebrekkige samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en zorg, en soms aan de onwil van scholen die bezorgd zijn om hun slagingspercentages en de aanzuigende werking: als het goed gaat met een zorgleerling op die school, dan zijn ze bang dat ze nog veel meer zorgleerlingen zullen krijgen.
Over dit artikel zijn Kamervragen gesteld, lees hier wat de staatssecretaris daarop antwoordde.

november 2016 - samenwerking helpt, preventief verzuimbeleid ook

Interview op site VO-Raad (belangenorganisatie van middelbare scholen)
  • In gemeenten waar het wél lukt om het aantal thuiszitters terug te dringen, ziet Dullaert een aantal overeenkomsten. “Hier richten gemeenten, samenwerkingsverbanden en scholen zich sterk op het voorkomen van het thuiszitten. Ze voeren een actief verzuimbeleid en grijpen vroeg in, zodat de verzuimer geen thuiszitter wordt. Zo’n preventieve aanpak is essentieel, want een kind is niet zomaar ineens een thuiszitter. Daar gaat een heel proces aan vooraf.”
  • Verder valt het Dullaert op dat passend onderwijs en jeugdhulp in deze gemeenten hand in hand gaan. “Daar waar het goed gaat, zie je dat er wordt gewerkt met zogenaamde onderwijs-zorgarrangementen, die dwars door de financiële en beleidsmatige schotten heen worden uitgevoerd, naadloos aansluitend bij de ondersteuningsbehoeften van de individuele leerling. Dat werkt ongelofelijk goed.”

februari 2017 - concrete afspraken vier grote steden, betrek ouders er vroeg bij

  • In het tv-interview zegt Dullaert als reactie op een filmpje over een thuiszittend kind o.a.: "Ook heel herkenbaar die ouders, die eigenlijk radeloos zijn, van het kastje naar de muur worden gestuurd." 
  • "Ook heel erg belangrijk is dat ouders eerder betrokken worden bij het proces en ook daadwerkelijk gehoord worden. Ouders worden vaak buitenspel gezet."
  • De vier grote steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) en acht samenwerkingsverbanden hebben voor het eerst samen concrete afspraken gemaakt om het aantal thuiszitters fors te laten dalen.
  • Met de G4 is afgesproken dat het aantal thuiszitters jaarlijks met minimaal 25 procent daalt, en het aantal leerlingen dat is vrijgesteld van onderwijs, omdat ze lichamelijke of psychische problemen hebben (de zogenoemde vrijstelling 5 onder a), moet jaarlijks met 10 procent dalen.

mei 2017 - niet protesteren tegen zorgleerlingen, niet steggelen over wie betaalt, financiële reserves benutten, scholen vaardigheden en overzicht bieden, zachte kracht ouders

Interview op site Balans (belangenorganisatie voor kinderen met ontwikkelingsproblemen bij leren en/of gedrag)
  • ‘Ik krijg heel regelmatig signalen dat ouders scholen onder druk zetten om bepaalde zorgleerlingen niet toe te laten of te verwijderen. Dat kan gewoon niet. Ik vind dit verfoeilijk gedrag dat ingaat tegen de rechten van het kind, zoals het recht om te leren. Ik ben groot voorstander van een inclusieve samenleving. Als ik in de tweede klas met de trein reis, zit ik ook in een diverse microcosmos. Wij zullen het met elkaar moeten doen.’
  • ‘Voor mijn gevoel is er een kantelpunt bereikt. We weten inmiddels dat het écht mogelijk is om thuiszitters weer op school te krijgen. Voorwaarde is wel dat alle partijen, zoals gemeenten en samenwerkingsverbanden, met elkaar in gesprek gaan over concrete casussen – zonder daarbij te steggelen over wie wat betaalt. Andere mijlpaal is dat er steeds meer samenwerkingsverbanden zijn met een doorzettingsmacht als het gaat om thuiszitters. Hoeveel het er precies zijn, wordt op dit moment onderzocht.’
  • ‘Als ik vraag wat de bedoeling is van een bepaalde financiële reserve, krijgen sommige bestuurders het rood op de konen want zij hebben daar geen antwoord op. Al het geld voor passend onderwijs dat ten onrechte op de plank blijft liggen wordt niet besteed aan maatwerkoplossingen. Het gevolg is dat er kinderen nodeloos lang thuis blijven zitten.’
Verslag uitreiking infographic "Het gaat met je kind niet goed op school" van Ouders & Onderwijs (overheidsorganisatie die ouders informeert/verbindt/ondersteunt en als gesprekspartner voor overheid fungeert)
  • Dullaert deed een oproep toen hij de infographic in ontvangst nam: "Kunnen de scholen deze infographic ook vanuit schoolperspectief maken, waarbij ouders en kinderen steeds centraal staan?" Ook zij hebben de gespreksvaardigheden nodig die aan de linkerkant in de groene blokken vermeld staan. Ook zij hebben met allerlei organisaties te maken voor verschillende doelen. Hij prees de ouders die zich al tijden inzetten om de goede beweging mogelijk te maken en maakte duidelijk hoe belangrijk hun "zachte" kracht in dat proces is.

juni 2017 - knopendoorhakkers nodig

RTL Nieuws video
  • Dullaert zegt in dit videofragment: "Nu iedereen het thuiszitten zo hoog op  de agenda heeft staan blijkt dat een aantal kinderen die eerder niet op de radar waren, nu op de radar komen." Voor deze kinderen omen er nu 'knopendoorhakkers'. "Anders blijf je eindeloos draaien. Het kind owrdt daar ongelukkig van, ouders worden daar ongelukkig van, op een gegeven moment moet er een beslissing worden genomen."
Verslag werkconferentie Preventieve aanpak van Schoolverzuim op site NCJ  (Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg)
  • Hij biedt ter plekke aan zich in zijn contacten met parlementariërs sterk te maken voor de preventiefunctie die de JGZ heeft. Dullaert: "De thuiszit-problematiek is een veelkoppige draak. Iemand die knopen kan doorhakken als het gaat om plaatsing op een school is nuttig. Daar focust de politiek nu op. Wil je tot oplossingen komen dan moet de aandacht van de politiek ook naar preventie".

juli 2017 - honderden extra thuiszitters, verzuim serieus nemen om eerder in te kunnen grijpen

Interview op site Balans (belangenorganisatie voor kinderen met ontwikkelingsproblemen bij leren en/of gedrag)
  • ‘Nu alle gemeenten met een stofkam door hun bestanden gaan, komen er steeds meer thuiszitters boven water. Het gaat om honderden extra kinderen.’
  • ‘Scholen moeten veel eerder gaan signaleren dat er iets niet goed gaat in het leven van een kind. En dat kan door heel goed naar de verzuimcijfers te kijken. En dan bedoel ik nadrukkelijk niet alleen de cijfers van ongeoorloofd verzuim, maar óók die van het geoorloofde verzuim. Scholen gaan nu veel te lichtvaardig met dat geoorloofd verzuim om.’
  • ‘Het lijkt mij goed als er een schil rond scholen wordt gevormd van, om enkele voorbeelden te noemen, gezinswerkers, leerplichtambtenaren, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen. Zo’n kernpartnerteam moet heel snel onderzoek gaan doen zodra een kind vaak verzuimt of wordt geschorst. In Brabant zijn hier experimenten mee gedaan en dit heeft geleid tot een halvering van het aantal thuiszitters. Utrecht is er net mee begonnen.’
  • Ook scholen zelf werken niet altijd mee. Zo zijn er nog altijd scholen die ten onrechte op hun website schrijven dat ze vol zitten, om zo onder de verplichting uit te komen om voor elk kind een passende plek te zoeken binnen hun regionale samenwerkingsverband. Ook willen sommige scholen geen kinderen met een beperking aannemen, ziet Dullaert, bijvoorbeeld vanwege druk van ouders van kinderen zónder zorgbehoefte, die vinden dat hun kind te weinig aandacht krijgt op school.
  • „Verzuim is vaak een teken dat er iets aan de hand is met een leerling, maar scholen gaan daar nu veel te lichtvaardig mee om.” Als er eerder wordt ingegrepen, denkt Dullaert, vallen minder leerlingen uit en kan duurdere specialistische zorg voorkomen worden. De laatste zes maanden van zijn functie als aanjager van het thuiszitterspact wil hij zich hier voor inzetten.
  • „Het aantal thuiszitters in Groningen is de afgelopen jaren gedaald. De Groningse aanpak werkt wat dat betreft goed”, zegt Dullaert. „Wat Groningen heel goed doet, is het samenbrengen van de school en de leerlingen met de maatschappelijke instanties, zoals de WIJ-teams.”
  • „Op het primair onderwijs zijn er ruim voldoende verplegers aanwezig. Zij zijn in de eerste schil rond de leerlingen belangrijk. Op het voortgezet onderwijs nemen jeugdartsen die rol in. Maar 2 fte op 17.000 leerlingen is niet voldoende”, vervolgde de voormalig kinderombudsman.

oktober 2017 - goede kant op, leerrecht in regeerakkoord

  • De Kanzklas in Heerhugowaard, die kinderen met een meervoudige beperking plek biedt op een reguliere school, heeft vanaf vandaag officieel een onderwijserkenning. Volgens Dullaert is dit initiatief exemplarisch voor een landelijke, positieve trend. "Terwijl er voorheen ruzie was over de rekening wordt er nu meer vanuit de kinderen gedacht." 
  • In het nieuwe coalitieakkoord staat dat partijen gaan 'onderzoeken op welke wijze het leerrecht van kinderen wettelijk kan worden vastgelegd'. Dat klinkt vaag, maar Dullaert noemt het een doorbraak dat wordt gesproken van leerrecht in plaats van alleen maar de plicht.


Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

20 juni 2017 - 11e Voortgangsrapportage Passend Onderwijs

Geplaatst 30 jun. 2017 07:46 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 30 jun. 2017 07:47 bijgewerkt ]

De extra ondersteuning op school wordt vaak naast de normale gang van zaken van het onderwijs georganiseerd. Dit leidt tot onnodige complexiteit voor de onderwijsprofessionals en onvoldoende ondersteuning voor de leerling die dat nodig heeft.
Dat concludeert Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht uit de Case Studie naar Passend Aanbod en Ontwikkelingsperspectief, die op 20 juni 2017 als bijlage van de Elfde Voortgangsrapportage Passend Onderwijs naar de Tweede Kamer is gestuurd. Lees in dit nieuwsbericht waar wij deze conclusie op baseren.


Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

17 mei 2017 - Algemene Rekenkamer wil meer duidelijkheid waar geld Passend Onderwijs aan besteed wordt

Geplaatst 30 jun. 2017 07:30 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 30 jun. 2017 07:35 bijgewerkt ]

De Algemene Rekenkamer constateerde dat onduidelijk is waar het geld voor Passend Onderwijs aan besteed is. In het rapport worden de volgende aanbevelingen gedaan aan het Ministerie van OCW:

- De samenwerkingsverbanden zouden inzichtelijk moeten maken waar het geld aan is besteed en tot welke resultaten voor de leerlingen dit heeft geleid. Deze informatie moet voor alle partijen (leerlingen, ouders, leraren, schoolbesturen) openbaar zijn.
- De jaarverslagen en verantwoordingsstukken van de samenwerkingsverbanden zouden informatiever, eenduidiger en dus vergelijkbaarder moeten worden.



Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

12 april 2017 - De Staat van het Onderwijs

Geplaatst 30 jun. 2017 07:21 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 30 jun. 2017 07:37 bijgewerkt ]

Op het jaarlijkse congres van de onderwijsinspectie "De Staat van het Onderwijs" publiceerde een groep ouderorganisaties een gezamenlijk magazine "De Staat van het Onderwijs volgens ouders", waarin de situatie van het passend onderwijs vanuit de ouders belicht wordt.

In de Hoofdlijnen van de Staat van het Onderwijs wijdt de inspectie een apart hoofdstuk aan Passend Onderwijs. Daaruit wordt duidelijk dat de verschuiving van speciaal onderwijs naar regulier onderwijs, waar je zo vaak over hoort, minimaal is (van 2,1% speciaal naar 2,0% speciaal). Het verschilt wel per regio.

Lees verder in dit nieuwsbericht.


Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

7 februari 2017 - Eerste Kamer akkoord met instemmingsrecht ouders bij zorg op school

Geplaatst 11 feb. 2017 01:30 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 23 feb. 2017 09:22 bijgewerkt ]

Op 7 februari 2017 heeft de Eerste Kamer de wetswijziging goedgekeurd waarmee de ouders instemmingsrecht krijgen op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. Op 25 oktober 2016 was het voorstel al aangenomen door de Tweede Kamer. De wijziging gaat in vanaf 1 augustus 2017
 

Waar gaat het over?

Als je kind extra ondersteuning van school krijgt, moet er nu "op overeenstemming gericht overleg (OOGO)" met de ouders plaatsvinden over wat voor hulp het kind krijgt, maar school beslist, ook als ouders het er niet mee eens zijn. Zoals staatssecretaris Sander Dekker schreef naar de Eerste Kamer was er een breed geuite wens van de Tweede Kamer om de balans in de relatie tussen school en ouders iets te verleggen in het voordeel van de ouders. 

Na ingang van de wetswijziging hebben ouders meer invloed: zonder hun handtekening onder het handelingsdeel van het OPP is het dan niet rechtsgeldig. Voor toelichting zie onze uitleg wat een OPP is

Voorgeschiedenis

Voordat de Wet Passend Onderwijs inging, werd extra ondersteuning op school gefinancierd via de zogenaamde "leerlinggebonden financiering" (lgf), ook wel een "rugzakje" genoemd. In een "handelingsplan" dat elk jaar geactualiseerd werd, stond beschreven welke zorg er met dat rugzakje betaald werd. Op dit handelingsplan hadden ouders instemmingsrecht.

Met de komst van Passend Onderwijs (1 augustus 2014) werd het handelingsplan vervangen door een ontwikkelingsperspectief (opp) en verdween het instemmingsrecht van de ouders. Daarom werd er al in april 2013 een motie van Ypma, Van Meenen en Rog aangenomen om het instemmingsrecht van ouders weer terug te brengen voor het deel van het ontwikkelingsperspectief dat vergelijkbaar is met het oude handelingsplan:  het handelingsdeel.

In de zomer van 2014 was er een internetconsultatie over dit instemmingsrecht. Het duurde nog tot 2016 tot er een concreet voorstel tot wetswijziging kwam, dat eind 2016 door de Tweede Kamer werd aangenomen, en nu dus ook is goedgekeurd door de Eerste Kamer. De wetswijziging gaat in per 1 augustus 2017.

Inhoud wetswijziging

Voor de exacte tekst, zie het wetsvoorstel en het amendement.
  • Ook voor het (v)so komt er een handelingsdeel in het OPP (nu hoeft dat nog niet in het speciaal onderwijs). 
  • Het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief wordt pas vastgesteld nadat daarover met de ouders overeenstemming is bereikt.
  • De ondersteuning aan de leerling gaat gewoon door als er (nog) geen overeenstemming is bereikt met de ouders. 
  • Ouders van leerlingen in het reguliere onderwijs met een ondersteuningsarrangement van cluster 1 (visuele beperking) of 2 (auditieve beperking of spraak-taal-stoornis) krijgen medezeggenschap op het beleid van de instelling die de ondersteuning verleent. 

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

5 december 2016 - Advies van Onderwijsraad over Passend Onderwijs

Geplaatst 15 dec. 2016 00:00 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 23 dec. 2016 01:00 bijgewerkt ]

Het
 advies van de Onderwijsraad over Passend Onderwijs, ruim 2 jaar na de invoering, legt heel goed de vinger op een aantal zere plekken: in onze eigen woorden:

* Focus op thuiszitters is goed, maar verlies de andere doelen van passend onderwijs niet uit het oog (meer leerlingen naar regulier onderwijs, ieder kind kan zich optimaal ontwikkelen, enz.).

* Mensenrechtenverdragen verplichten het Nederlandse onderwijs om verder te gaan dan wat de Wet Passend Onderwijs voorschrijft (zoals inclusief onderwijs), daarom zou deze wet herzien moeten worden.

* Op regionaal niveau is niet altijd een dekkend aanbod. Dit komt omdat scholen voorzichtig zijn om zich op een bepaald type ondersteuningsaanbod te profileren. De behoudende keuzes in de ondersteuningsprofielen van scholen bieden weinig grond en gelegenheid voor het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden om op termijn meer leerlingen met (complexere) ondersteuningsbehoeften een passende plaats in het onderwijs te kunnen bieden. De raad vindt het opmerkelijk dat er nog steeds een beperkt aanbod is voor bijvoorbeeld leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. (In 2014 werd al geconcludeerd dat er te weinig aanbod was voor hoogbegaafde leerlingen met autisme.)

Wat als scholen zich zouden specialiseren in ondersteuningsbehoeften?

Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht ziet dat Utrechtse middelbare scholen er inderdaad voor gekozen hebben om zich niet te specialiseren, met als argument dat elk kind op elke school welkom is en maatwerk kan krijgen. De onderwijsraad merkt terecht op dat dit een averechts effect heeft: het staat de ontwikkeling van nieuwe ondersteuningsvormen in de weg. We zien dan ook in Utrecht dat als een leerling complexere ondersteuning nodig heeft dan de school gewend is te geven (denk aan havo/vwo-scholen en leerlingen met autisme), er sneller wordt verwezen naar speciaal onderwijs of een school verbonden aan een medische kliniek, dan nodig zou zijn als scholen zich meer gespecialiseerd zouden hebben.

Wij zijn voorstander van het specialiseren van Utrechtse havo/vwo-scholen, en dan niet op een bepaalde beperking (zoals autisme, adhd of dyslexie), maar specialisatie op een bepaalde ondersteuningsbehoefte. Ondersteuning betreft vaak kleine organisatorische aanpassingen die wel structureel gedaan moeten worden (maar eigenlijk voor alle leerlingen goed zijn) zoals:

  • Meer voorspelbaarheid (bijvoorbeeld: een vast rooster met weinig uitval, duidelijke instructie en check of instructie ook is begrepen)
  • Meer begeleiding bij plannen en organiseren van het schoolwerk (bijvoorbeeld: het huiswerk consequent in Magister; mondeling toetsen afnemen)
  • Meer mogelijkheden voor een prikkelarme omgeving of elders op een rustige plek te werken
  • Vertrouwensfiguur om naartoe te kunnen gaan als de stress te veel is
  • Het gevoel krijgen dat de bijzondere situatie echt begrepen wordt (of dat geprobeerd wordt het te begrijpen), en extra hulp om de weg te vinden in de schoolorganisatie en met klasgenoten (betrokkenheid en de vertaling naar de praktijk)
  • ...

Zonder specialisaties wordt per individuele leerling gekeken of aan die behoefte voldaan kan worden. Het antwoord is dan vaak nee: voor 1 leerling is het moeilijk om dergelijke ondersteuning te bieden. Als je het bekijkt vanuit alle leerlingen in de regio die eenzelfde combinatie van ondersteuningsbehoeften en cognitief niveau hebben, ontstaat er een ander beeld. Leerlingen met verschillende diagnoses kunnen overeenkomstige ondersteuningsbehoeften hebben.

Met specialisering kun je leerlingen met een zelfde ondersteuningsbehoefte bundelen, efficiënter ondersteuning bieden en daarmee een rijkere variatie aan ondersteuning in een regio realiseren. Net zoals nu sommige scholen tweetalig onderwijs bieden, andere een technasium enz.  Ouders mogen vrij kiezen, maar weten dan wat ze bij een school wel of niet kunnen verwachten.

Een aantal fragmenten uit het advies van de Onderwijsraad bij wijze van samenvatting

De raad formuleert daarbij aandachtspunten op de volgende thema’s: de stelselverantwoordelijkheid van de overheid (paragraaf 2.1); de balans tussen regels en ruimte (paragraaf 2.2); de realisatie van een dekkend ondersteuningsaanbod (paragraaf 2.3); de verbinding tussen bestuur en praktijk (paragraaf 2.4); en tot slot de deskundigheid van leraren (paragraaf 2.5). Binnen deze thema’s komen verscheidene doelen van passend onderwijs aan bod. 

[...] 

De redenen voor een focus op thuiszitters zijn begrijpelijk. De ernst en het schrijnende karakter van de problematiek van de thuiszitters vragen om een actieve benadering. Het voorkomen van situaties waar kinderen thuis blijven en niet naar school gaan, wordt niet voor niets in de memorie van toelichting als eerste doelstelling van passend onderwijs genoemd.9 Ook is het aantal thuiszitters een van de weinige beschikbare kwantitatieve indicatoren om de situatie van een deel van de leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte in beeld te brengen. Desalniettemin wil de raad wijzen op het risico dat de vermindering van het aantal thuiszitters synoniem wordt met het welslagen van passend onderwijs. Mede gezien het eerder genoemde gebrek aan informatie op leerlingniveau kan het succes van passend onderwijs hier te sterk aan afgemeten worden. Daardoor kunnen niet alleen de overige doelen en verwachtingen rondom passend onderwijs naar de achtergrond verdwijnen, maar bestaat ook het gevaar dat de politiek te snel wijzigingen in de huidige koers wil aanbrengen. Dergelijke eenzijdige wijzigingen in het verleden hebben het vertrouwen in de invoering en uitwerking van passend onderwijs zeker geen goed gedaan.


[...]

Over het mensenrecht op inclusief onderwijs:

De twee hierboven beschreven juridische verplichtingen geven de raad aanleiding om aandacht te vragen voor mogelijke fricties met de Wet passend onderwijs. Hij adviseert om in de evaluatie van passend onderwijs uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de vraag hoe de uitwerking van passend onderwijs in de praktijk zich verhoudt tot de verplichtingen op grond van het IVRPH en de WBGH/CZ, en daarbij in ogenschouw te nemen dat deze (mogelijk) verstrekkender zijn dan waartoe de Wet passend onderwijs verplicht. 

In het rapport Leerrechten als structurele grondslag voor wetgeving wordt uitgewerkt op welke manier dat zou kunnen. De staatssecretaris stuurde dit rapport op 6 december 2016 naar de Tweede Kamer. In de Kamerbrief over de 10e voortgangsrapportage passend onderwijs geeft de staatssecretaris aan dat bij passend onderwijs expliciet *niet* is gekozen voor inclusief onderwijs en dat de implementatie van het IVRPH (Internationale Verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap) op dit moment wordt voorbereid onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van VWS.

[...] 

Met de keuze om verantwoordelijkheden te decentraliseren zijn dergelijke verschillen tussen regio’s in de organisatie en uitvoering van passend onderwijs logisch en tot op zekere hoogte ook wenselijk: maatwerk impliceert verschillen. De vraag is evenwel waar het omslagpunt ligt tussen aanvaardbare verschillen en ongewenste ongelijkheid. 

[...] 

Een ander gevolg van het ontbreken van uniforme criteria is dat het op voorhand minder helder is wie voor welke begeleiding in aanmerking kan komen. Dit maakt dat de reikwijdte van passend onderwijs wordt verkend. 

[...] 

De raad begrijpt de behoefte aan houvast en afbakening, maar zet tegelijkertijd vraagtekens bij het effect van een toename van criteria en begrenzing van ruimte vanuit het perspectief van kwaliteit en toegankelijkheid van passend onderwijs. Door het ‘dicht timmeren’ van de toewijzingsprocedures kan minder uitgegaan worden van de individuele onderwijsbehoeften, vallen mogelijk meer leerlingen en studenten tussen wal en schip en nemen de administratieve lasten toe: ontwikkelingen die allen ingaan tegen de doelstellingen van passend onderwijs. De raad constateert dat hier sprake is van een dilemma tussen het stellen van regels en het behouden van ruimte. Hij wijst daarbij op het belang van het zoeken naar en het bewaken van een goede balans hiertussen door de samenwerkingsverbanden. 

[...] 

Tegelijkertijd constateert de raad dat de verwachting dat er op regionaal niveau niet noodzakelijkerwijs een dekkend aanbod tot stand komt, is uitgekomen. De reden daarvoor is echter niet dat scholen overwegend dezelfde specialisatie kiezen, maar dat scholen juist voorzichtig zijn om zich op een bepaald type ondersteuningsaanbod te profileren. 

Dit wordt bevestigd in het rapport Passend Onderwijs in de praktijk (dat op 6 december 2016 door de staatssecretaris naar de Tweede Kamer is gestuurd): "Evenmin is er sprake van onderlinge afstemming tussen scholen of specialisatie in ondersteuningsaanbod. Het tegendeel is soms eerder het geval: scholen zijn voorzichtig om zich met hun ondersteuningsaanbod sterk te profileren omdat ze de school niet het imago van een ‘zorglocatie’ willen geven."

[...] 

De raad constateert dat de governance van de samenwerkingsverbanden hierbij een belemmerende factor kan zijn, doordat het bestuur van het samenwerkingsverband vaak bestaat uit (een deel van) de aangesloten schoolbesturen. Door de meervoudigheid van rollen en posities is sprake van conflicterende belangen. Het is dan ook essentieel dat betrokkenen bij de governance van een samenwerkingsverband zich bewust zijn van hun specifieke positie en taak en van de maatschappelijke opdracht die zij dienen, en zich rolvast gedragen. Een governancecode kan hier behulpzaam bij zijn. 


[...] 

De governance van de samenwerkingsverbanden krijgt de aandacht van de overheid. Samenwerkingsverbanden worden bijvoorbeeld aangespoord om het interne toezicht en de doorzettingsmacht beter te regelen. In aanvulling hierop wil de raad er nadrukkelijk op wijzen dat de vraag of en in hoeverre het samenwerkingsverband een zelfstandige opdracht heeft en een entiteit is waar onafhankelijk toezicht op nodig is, onverminderd van belang blijft en een nadere uitwerking verdient. 

[...] 

De behoudende keuzes in de ondersteuningsprofielen van scholen bieden weinig grond en gelegenheid voor het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden om op termijn meer leerlingen met (complexere) ondersteuningsbehoeften een passende plaats in het onderwijs te kunnen bieden. Dit geldt zowel voor nieuwe leerlingen als voor leerlingen waarbij een terugplaatsing vanuit een speciale school naar een reguliere school aan de orde kan zijn.
Aanpassingen in de organisatie om andere vormen van onderwijs mogelijk te maken, zoals tussenvormen tussen regulier en speciaal onderwijs of nieuwe specialistische voorzieningen, worden beperkt ontwikkeld. Ook komen onderwijs-zorgarrangementen lastig van de grond en worden specialistische voorzieningen voor kortdurende opvang en observatie, crisis- en interventievoorzieningen en aanbod gericht op herintegratie van thuiszitters gemist. Er is verder een gebrek aan vervolgmogelijkheden wanneer er ook binnen speciale scholen geen oplossing (meer) geboden kan worden. Terugplaatsing naar het regulier onderwijs komt zelden voor. 

De doelgroep van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht wordt ook met name genoemd:

De raad vindt het opmerkelijk dat er nog steeds een beperkt aanbod is voor specifieke categorieën leerlingen die ook al ten tijde van de leerlinggebonden financiering tussen wal en schip vielen. Het gaat dan om leerlingen die vanwege het benodigde maatwerk moeilijk plaatsbaar waren op een bepaald schoolniveau of op een school in een van de bestaande clusters; bijvoorbeeld leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. De zorgstructuur van het voortgezet onderwijs sluit hier vaak onvoldoende op aan en het voortgezet speciaal onderwijs biedt lang niet altijd onderwijs op dat cognitieve niveau.

[...]

De raad pleit ervoor dat de ontwikkeling van nieuw ondersteuningsaanbod verhoogde aandacht krijgt en er sterker wordt ingezet op de ontwikkeling hiervan. Expertise vanuit de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs moet daarbij beter benut worden; deze lijkt nog nauwelijks door reguliere scholen te worden ingezet. Daarbij dienen bestaande programma’s en methodieken te worden uitgebreid. In reguliere scholen is bijvoorbeeld nog relatief weinig aanbod voor leerlingen met gedragsproblemen. Ook de mogelijkheden voor het anders organiseren van het onderwijs dienen verder te worden verkend. In het voortgezet onderwijs worden bijvoorbeeld al voorzichtige stappen gezet naar symbiosetrajecten.

[...] 

Om passend onderwijs te laten doorwerken in de klas, zullen bestuur en praktijk meer op één lijn moeten komen. De raad vindt dat er expliciet een taak is weggelegd voor samenwerkingsverbanden, schoolbesturen en schoolleiders om het verschil tussen bestuur en praktijk in de ervaring met en de perceptie van passend onderwijs te overbruggen en de betrokkenheid van de onderwijspraktijk, leerlingen en ouders bij passend onderwijs te vergroten. De ervaren belemmeringen dienen daarbij serieus genomen te worden. De raad ziet deze betrokkenheid wel als tweerichtingsverkeer: onderwijsprofessionals dienen ook hun betrokkenheid te ontwikkelen en zich op de hoogte te stellen van de veranderingen in hun school en in hun beroep. 

[...] 

De raad meent dan ook dat goede communicatie tussen scholen en ouders van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte onontbeerlijk is. De gesprekken met deze ouders zijn doorgaans anders van aard dan de reguliere voortgangsgesprekken. De inhoud van het gesprek kan als onverwachts of ongewenst worden ervaren en kan daardoor negatieve emoties oproepen bij ouders. Ook kan het voorkomen dat de inhoud van het gesprek voor ouders niet begrijpelijk is. Deze gesprekken vergen daarom specifieke communicatievaardigheden. De raad is van mening dat schoolleiders en leraren hierin opgeleid en getraind moeten worden. 

[...] 

Het blijkt namelijk dat 25 tot 49% van alle opleidingen geen of slechts een gering accent legt op het integreren van leerlingen met ondersteuningsbehoeften in het reguliere onderwijs.66 De raad acht dit niet alleen van belang omdat hij dit een belangrijk onderdeel vindt van de deskundigheid van docenten, maar ook omdat kennis over de achtergronden van passend onderwijs een rol kan spelen bij draagvlak en betrokkenheid van professionals zelf bij passend onderwijs (zie paragraaf 2.4). 

[...]


Gerelateerde berichten:

4 november 2016: Onderwijsinspectie kan financiële sancties opleggen als school zorgplicht blijft ontwijken

Geplaatst 6 nov. 2016 14:46 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 6 nov. 2016 15:12 bijgewerkt ]

Naar aanleiding van het recente Volkskrant-interview met Marc Dullaert (zie: 'Duizenden kinderen onnodig thuis door onwil scholen') hebben Kamerleden Loes Ypma (PvdA) en Norbert Klein (Vrijzinnige Partij) vragen gesteld aan de staatssecretaris van onderwijs. Op 4 november stuurde Sander Dekker zijn antwoord aan de Kamer: Antwoord op vragen van de leden Ypma en Klein over het bericht ‘Duizenden kinderen zitten onnodig thuis’

De kern van vraag 5 luidde: "Welke stappen bent u voornemens te zetten om er voor te zorgen dat scholen zich niet meer aan hun zorgplicht kunnen onttrekken?" In het antwoord schrijft Sander Dekker: 

"Indien sprake is van het blijvend niet nakomen van de zorgplicht, kan de inspectie een sanctietraject inzetten en kan een deel van de bekostiging worden opgeschort en/of ingehouden. Daarnaast voert de inspectie een verkenning uit naar de mogelijkheden om sneller te kunnen sanctioneren bij het ontwijken van de zorgplicht."

Hij vult aan: "Belangrijk blijft dat signalen daadwerkelijk gemeld worden. De inspectie kan immers alleen optreden bij concrete signalen over een bepaalde school." Bij (dreigend) thuiszitten of ontwijking zorgplicht kunnen ouders een melding doen bij de onderwijsinspectie, zie Escalatieroute bij conflicten over passend onderwijs.

Het Reformatorisch Dagblad schreef over dit antwoord het artikel School krijgt straf bij ontwijken zorgplicht.

In het antwoord op vraag 7 geeft Sander Dekker aan dat hij een onderzoek heeft gestart om meer zicht te krijgen op de oorzaken van de stijging van het aantal vrijstellingen. 

Gerelateerde berichten:

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

25 oktober 2016 - Wetswijziging aangenomen om ouders instemmingsrecht te geven bij zorg op school

Geplaatst 25 okt. 2016 12:57 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 18 okt. 2017 07:00 bijgewerkt ]

Op 25 oktober 2016 heeft de Tweede Kamer de wetswijziging aangenomen waarmee de ouders instemmingsrecht krijgen op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. De wijziging geldt per 1 augustus 2017.
 

Waar gaat het over?

Als je kind extra ondersteuning van school krijgt, moet er nu "op overeenstemming gericht overleg (OOGO)" met de ouders plaatsvinden over wat voor hulp het kind krijgt, maar school beslist, ook als ouders het er niet mee eens zijn. Na ingang van de wetswijziging hebben ouders meer invloed: zonder hun handtekening onder het handelingsdeel van het OPP is het dan niet rechtsgeldig. Voor meer uitleg zie onze uitleg wat een OPP is

Dankzij een (ook aangenomen) amendement van Loes Ypma (PvdA) is in het wetsvoorstel ook opgenomen dat ouders van leerlingen die via cluster 1 of 2 ondersteuning krijgen op een reguliere school, medezeggenschap hebben op het beleid van de instelling die de ondersteuning biedt.

Voorgeschiedenis

Voordat de Wet Passend Onderwijs inging, werd extra ondersteuning op school gefinancierd via de zogenaamde "leerlinggebonden financiering" (lgf), ook wel een "rugzakje" genoemd. In een "handelingsplan" dat elk jaar geactualiseerd werd, stond beschreven welke zorg er met dat rugzakje betaald werd. Op dit handelingsplan hadden ouders instemmingsrecht.

Met de komst van Passend Onderwijs (1 augustus 2014) werd het handelingsplan vervangen door een ontwikkelingsperspectief (opp) en verdween het instemmingsrecht van de ouders. Daarom werd er al in april 2013 een motie van Ypma, Van Meenen en Rog aangenomen om het instemmingsrecht van ouders weer terug te brengen voor het deel van het ontwikkelingsperspectief dat vergelijkbaar is met het oude handelingsplan:  het handelingsdeel.

In de zomer van 2014 was er een internetconsultatie over dit instemmingsrecht. Het duurde nog tot 2016 tot er een concreet voorstel tot wetswijziging kwam. Op 25 oktober 2016 is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer. Het is nog niet bekend wanneer de wetswijziging zal ingaan, maar waarschijnlijk per 1 augustus 2017. De Eerste Kamer zal zich er ook nog over moeten uitspreken. (Tekenen van de petitie kan nog steeds!)

Inhoud wetswijziging

Voor de exacte tekst, zie het wetsvoorstel en het amendement.
  • Ook voor het (v)so komt er een handelingsdeel in het OPP (nu hoeft dat nog niet in het speciaal onderwijs). 
  • Het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief wordt pas vastgesteld nadat daarover met de ouders overeenstemming is bereikt.
  • De ondersteuning aan de leerling gaat gewoon door als er (nog) geen overeenstemming is bereikt met de ouders. 
  • Ouders van leerlingen in het reguliere onderwijs met een ondersteuningsarrangement van cluster 1 (visuele beperking) of 2 (auditieve beperking of spraak-taal-stoornis) krijgen medezeggenschap op het beleid van de instelling die de ondersteuning verleent. 

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

VN-verdrag geeft recht op inclusief onderwijs bij langdurige beperking

Geplaatst 12 apr. 2016 23:24 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 13 apr. 2017 09:41 bijgewerkt ]

Op 14 juli 2016 is het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (afgekort tot VRPH) in werking getreden in Nederland. Dit is mede te danken aan de Coalitie voor Inclusie, die zich hard heeft gemaakt om ook in Nederland het VN-verdrag van 2006 te implementeren. 
De ratificatie van dit verdrag in Nederland is ook van belang voor mensen met autisme, al hebben zij strikt genomen geen handicap. Ze hebben wel een langdurige beperking en vallen daarom ook onder dit verdrag. 

Relevante citaten uit de Verdragtekst:

Personen met een handicap omvat personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving

Artikel 24 gaat over onderwijs:

De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren
... nemen maatregelen die waarborgen dat het onderwijs plaatsvindt in de talen en met de communicatiemethoden en - middelen die het meest geschikt zijn voor de desbetreffende persoon en in een omgeving waarin hun cognitieve en sociale ontwikkeling worden geoptimaliseerd.

In de Nederlandse Wet over dit verdrag is dit ook opgenomen. Ook voor onderwijs wordt in nieuw artikel 2a van "Rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap" geregeld dat degene tot wie het verbod van onderscheid zich richt, daarnaast zorg draagt voor de algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte, tenzij dat voor hem een onevenredige belasting vormt.


Het VRPH vraagt dat onderwijs inclusief is. Dat betekent dat kinderen samen naar school gaan en bij elkaar in de klas zitten. Dus niet in aparte gebouwen of in aparte klassen, maar samen met voldoende ondersteuning en zorg in de klas.

Dit recht op inclusief onderwijs, neergelegd in zowel het VN-verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) en het onlangs geratificeerde VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap (IVRPH), wordt op dit moment structureel geschonden in Nederland. Tot die conclusie komt In1school, zie Schendingen recht op inclusief onderwijs.

Hoe gaat het nu verder?

De Coalitie voor Inclusie verwoordt het als volgt op de website VN-verdrag waarmaken: Om de beloften van toegankelijkheid en inclusiviteit te laten uitkomen, is praktisch handelen nodig. Komende tijd moeten de rijksoverheid en gemeenten daadkrachtige plannen van aanpak samenstellen. In die plannen moeten ook de doelen en deadlines duidelijk worden omschreven.

Het College voor de Rechten van de Mens houdt hier toezicht op, lees hun pagina Mensenrechten van mensen met een beperking. Op 1 november 2016 publiceerde het College een 16 puntenplan Van Verdrag naar Inclusie. Het College vraagt de staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het bureau dat de implementatie uitvoert om de 16 punten op de agenda te plaatsen en op te volgen. De punten over onderwijs luiden:
  • Onderzoek wat er nodig is om van Passend Onderwijs, inclusief onderwijs te maken. Gebruik General Comment no.4 van het CRPD Comité bij het formuleren van beleid en regelgeving.
  • Neem concrete maatregelen om thuiszitters weer het onderwijssysteem in te krijgen.
  • Zorg dat de wens van het kind uitgangspunt is bij het te volgen onderwijs en de wijze waarop onderwijs wordt gevolgd. Als een leerling regulier onderwijs wil volgen, mag hij niet naar speciaal onderwijs worden doorverwezen.
  • Zorg in docentenopleidingen voor het reguliere onderwijs voor kennis over onderwijs aan leerlingen met beperkingen.

Gerelateerde berichten:

Ander politiek nieuws over Passend Onderwijs: zie overzicht Landelijke politiek

1-10 of 21