Bedrag per leerling voor passend onderwijs

Veel ouders vragen zich af hoeveel geld er nu eigenlijk is voor extra ondersteuning en voor speciaal onderwijs. Eigenlijk doet dat er niet toe, want ieder kind moet de ondersteuning krijgen die het nodig heeft, ongeacht wat het kost. Maar in de praktijk wordt het wel als argument gebruikt: het geld is op, of de benodigde ondersteuning is te duur.

(Disclaimer: een aantal beweringen in deze tekst zijn onze eigen interpretatie, we kunnen het mis hebben.)

Basisbekostiging van rijk aan school

Alle scholen, ook (v)so-scholen, krijgen van het Rijk zowel een bedrag per vestiging als een bedrag per ingeschreven leerling. In dit document kijken we alleen naar het bedrag per leerling. De basisbekostiging per leerling bestaat uit een deel personele basisbekostiging per leerling en een deel materiële basisbekostiging per leerling, maar de scholen zijn vrij om een andere verdeling tussen personeelskosten en exploitatiekosten te maken. Daarnaast zijn er ook nog extra potjes die per leerling worden uitbetaald, waar wij verder niet op ingaan hier, zoals de prestatiebox en budget personeel en arbeidsmarktbeleid.

De basisbekostiging per leerling was in 2018 gemiddeld € 6.900 per po-leerling en € 8.500 per vo-leerling (bron). Per jaar komt daar meestal een beetje bij, dus nu zal het bedrag iets hoger zijn maar dat verschilt niet veel.

Totdat de invlechting van het vso (voortgezet speciaal onderwijs) in de wetten van het vo (voortgezet onderwijs) gerealiseerd is, valt het vso onder het po (primair onderwijs, bron). Volgens de bijlagen van "Bekostiging (V)SO onder passend onderwijs" van september 2020 (hier te downloaden) is de basisbekostiging voor vso in 2020-2021 € 5.840,66 (personele bekostiging) + € 1.273,07 (materiële bekostiging) dus samen € 7.100 per vso-leerling.

Voor speciaal onderwijs (so) gelden lagere bedragen, zie het document "Bekostiging (V)SO onder passend onderwijs" (hier te downloaden).

Ondersteuningsbekostiging van samenwerkingsverband aan school

Naast de basisbekostiging die rechtstreeks van het rijk naar de scholen gaat, is er ook ondersteuningsbekostiging die het rijk aan de samenwerkingsverbanden passend onderwijs betaalt. Voor elke (v)so-leerling betaalt een samenwerkingsverband een vast bedrag. Wat er na die betaling overblijft bij het samenwerkingsverband, mag het samenwerkingsverband naar eigen inzicht verdelen over reguliere scholen om daarmee extra ondersteuning (passend onderwijs) te bieden.


Ondersteuningsbekostiging vso

Als een leerling is ingeschreven op een vso-school (voortgezet speciaal onderwijs) krijgt die school een vast bedrag van het samenwerkingsverband, afhankelijk van de categorie vso (meestal categorie 1). De toelaatbaarheidsverklaring (tlv) geeft aan in welke categorie de leerling valt. Het Steunpunt Passend Onderwijs heeft documenten gepubliceerd die uitleggen hoe het werkt met de ondersteuningsbekostiging passend onderwijs. Onderstaande bedragen hebben we gebaseerd op de bijlagen van het document "Bekostiging (V)SO onder passend onderwijs" van september 2020.

Vso categorie 1:
  • Categorie 1 (laag) betreft: 
    • cluster 4 (psychische beperkingen, waaronder autisme)
    • ZMLK (zeer moeilijk lerende kinderen/verstandelijke beperkingen)
    • LZ (chronische / langdurige ziekten)
  • Ondersteuningsbekostiging: personele kosten € 10.813,10 + € 647,53 materiële kosten (exploitatiekosten) = ongeveer € 11.400 per leerling
  • Samen met de basisbekostiging van € 7.100 krijgt de vso-school dus ongeveer 18.500 per leerling in categorie 1
Vso categorie 2:
  • Categorie 2 (midden) betreft:
    • LG, lichamelijk gehandicapten/lichamelijke beperkingen
  • Ondersteuningsbekostiging: € 18.985,90 + € 1.007,19 = ongeveer € 20.000
  • Samen met de basisbekostiging van € 7.100 krijgt de vso-school dus ongeveer 27.100 per leerling in categorie 2
Vso categorie 3: 
  • Categorie 3 (hoog) betreft:
    • MG, meervoudig gehandicapten/meervoudige beperkingen
    • ZMLK-LG, zeer moeilijk lerende kinderen/verstandelijke beperkingen met lichamelijke handicap/lichamelijke beperkingen)
  • Ondersteuningsbekostiging: € 23.524,79 + € 1.167,81 = ongeveer € 24.700
  • Samen met de basisbekostiging van € 7.100 krijgt de vso-school dus ongeveer 31.800 per leerling in categorie 3
Voor speciaal onderwijs (so) gelden lagere bedragen, zie het document "Bekostiging (V)SO onder passend onderwijs" (hier te downloaden).


Wat blijft er over voor reguliere vo-scholen?

Bovenstaande vetgedrukte ondersteuningsbedragen moeten dus door het samenwerkingsverband worden betaald aan het VSO uit het totaalbedrag dat het samenwerkingsverband van het rijk ontvangt. 

Het samenwerkingsverband krijgt van het rijk een vast bedrag per VO-leerling die in de gemeente(n) van het samenwerkingsverband woont: normbekostiging totaal voor passend onderwijs. Uit de bijlagen van het document "Bekostiging samenwerkingsverband passend onderwijs VO" (hier te downloaden) blijkt de hoogte van dat bedrag:
  • Normbekostiging passend onderwijs: € 617,34 + € 30,40 = ongeveer € 650 per leerling (zowel vso-leerlingen als reguliere vo-leerlingen)
Voor elke vso-leerling moet daar minimaal € 11.400 van betaald worden, maar omdat slechts ongeveer 3-4 % van alle leerlingen naar het speciaal onderwijs gaat, blijft er nog wel wat van over.  Wat overblijft is het "Resterend ondersteuningsbudget voor leerlingen in het regulier onderwijs". Het samenwerkingsverband beslist hoe dit resterend budget over scholen en leerlingen verdeeld wordt.

De manier waarop dat gebeurt kan per samenwerkingsverband verschillen: sommige samenwerkingsverbanden geven een bedrag aan elke school die dat naar eigen inzicht kan besteden, bij andere samenwerkingsverbanden moeten de scholen per leerling een budget aanvragen. Ook combinaties van beide methoden zijn mogelijk.

Voorbeeld ondersteuningsbekostiging

Samenwerkingsverband Sterk VO (Utrecht en Stichtse Vecht, ongeveer 17.000 leerlingen) had in 2015/2016 ongeveer € 6 miljoen voor het voortgezet speciaal onderwijs en ongeveer € 2 miljoen voor extra ondersteuning in het regulier voortgezet onderwijs. Om je een idee te geven van het bedrag voor het reguliere onderwijs: dat is gemiddeld ongeveer € 3.500 per 30 leerlingen.

In januari 2019 publiceerde DUO hoeveel geld elke school in Nederland bruto zou krijgen als het restbedrag evenredig over alle scholen verdeeld zou worden. Voor scholen van Sterk VO was dat ongeveer € 5.400 per 30 leerlingen, waarvan ongeveer € 150 voor materiaal en de rest voor personeel.

Zoek deze gegevens op voor jouw school via 

Samenwerkingsverbanden hebben te hoge reserves

Het is regelmatig in het nieuws geweest dat samenwerkingsverbanden jaarlijks geld overhielden en dit aan hun algemene reserves toevoegden. Het is redelijk om een bedrag achter de hand te houden voor onvoorziene omstandigheden, maar de bedragen zijn over het algemeen groter dan wat de onderwijsinspectie een redelijke reserve vindt.

Het is goed om te weten dat als het passend onderwijs budget van je school op is, het samenwerkingsverband van scholen nog een reserve kan hebben waar aanspraak op gemaakt kan worden. De vorige staatssecretaris gaf aan dat "niet zo kan zijn zijn dat samenwerkingsverbanden hun middelen nog niet of niet geheel hebben besteed, en ondertussen kinderen geen passende plek kunnen krijgen vanwege een tekort aan geld." 

Hoe dat zit voor jouw samenwerkingsverband kun je zien in het artikel Samenwerkingsverbanden hebben €179 miljoen te veel op de plank van AOb. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat Sterk VO (SWV Utrecht/Stichtse Vecht VO) een publiek eigen vermogen van €2,4 miljoen heeft, terwijl de signaleringswaarde €880.000 is. Dat is €1,5 miljoen meer dan redelijk wordt geacht door de inspectie. 

Investering loont

De Maatschappelijke business case Vanuit autisme bekeken toont aan dat investering in autismevriendelijk onderwijs leidt tot enorme besparingen bij de gemeente.


Gerelateerd op deze site: