Expertmeeting Passend Onderwijs

foto van onze aanwezigheid op de expertmeeting Op 26 februari 2014 organiseerde de gemeenteraad Utrecht een expertmeeting Passend Onderwijs. Suzanne Boomsma en Sandra Muller discussieerden mee namens onze stichting. De gemeente Utrecht maakte een verslag van deze bijeenkomst, waarin echter de inleidende presentatie van de heer De Winter en de drie thematafels inhoudelijk niet aan bod komen. De resultaten van de expertmeeting zijn besproken in de commissie Mens en Samenleving van de gemeente, zie het verslag van 1 april 2014 (vanaf blz. 22).

Zie ook: Opinie-artikel van moeders Mama Vita en AutiPassend Onderwijs Utrecht: Pilot Utrecht Passend Onderwijs kan nog wat leren van andere regio’s - Oproep van ouders aan nieuwe gemeenteraad en schoolbesturen: zorg voor echt passend onderwijs, door gezamenlijke invoering van specialisatie op reguliere havo/vwo-scholen.

Hieronder beschrijven we wat ons opviel op deze expertmeeting en wat wij ervan vonden.

INLEIDENDE SPREKERS

Wet Passend Onderwijs

foto van de heer Dingelstad aan het woord op de expertmeeting Fons Dingelstad, programmadirecteur Passend Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs en inwoner van Utrecht, hield een inleiding (download presentatie).
Hij vertelde dat bij de zorgplicht, als de school van aanmelding vindt dat het kind daar niet past, een andere school in overleg met de ouders wordt gezocht. Het wordt geen dwingend eenzijdig aanbod en de school moet zich vergewissen dat het kind op de andere school een plek kan krijgen.
Onze mening: dat klinkt mooi, maar dan moet er wel iets te kiezen zijn! Als er onvoldoende dekkend aanbod is dan wordt dat lastig.
Ook vertelde de heer Dingelstad dat het doel van de wet is om alle leerlingen passend onderwijs te bieden, met in één adem door: geen thuiszitters. Hij meldde dat de ondersteuningsplannen van de scholen naar de onderwijsinspectie gaan, en dat die tevreden is over de pionier Utrecht. “Er leven negatieve beelden over passend onderwijs, maar dat is niet wat we in Utrecht zien: het aantal thuiszitters is daar echt heel beperkt door intensieve samenwerking met de gemeente.”
Onze mening: Dat suggereert dat er buiten het tellen van thuiszitters geen controle wordt gedaan of leerlingen die naar een school gaan, ook echt passend onderwijs hebben. Die indruk kregen wij al eerder bij gesprekken met het samenwerkingsverband VO Utrecht: als er geen thuiszitters zijn dan heeft iedereen passend onderwijs. Er is bij ons weten geen officiële geschillencommissie voor als je kind geplaatst is op de school van eerste aanmelding maar je vindt dat het onderwijs op die school niet passend is. Ouders zullen daar ook niet gauw over klagen omdat ze weten dat er geen betere school bestaat, anders hadden ze die wel gekozen!

Opvoeden doe je met elkaar

Micha de Winter
, hoogleraar pedagogiek, heeft in 2013 de UU-Publiprijs gewonnen als meest prominent in de media aanwezige wetenschapper. Hij werd gevolgd door een cameraploeg die zijn toespraak filmde, dus wie weet wordt hij in 2014 weer genomineerd ;-).
Hij pleitte ervoor om variatie in kinderen normaal te vinden; als kinderen zich anders gedragen dan het gemiddelde kind, moet je niet krampachtig proberen hun gedrag aan te passen zodat het "normaler" wordt. In dat verband hekelde hij de explosieve toename van ADHD-diagnoses en medicatie. Hij vindt het positief dat er meer kennis over andere ontwikkelpaden is ontstaan, maar negatief dat het stigmatiserend werkt. “Ik ben geen tegenstander van behandeling, veel kinderen hebben daar veel baat bij, maar je moet niet alles tot stoornis verklaren." De heer De Winter betoogde dat veel labels zijn ontstaan door de ingewikkeldheid van het moderne opvoeden, iets wordt geclassificeerd als stoornis om een opvoedprobleem van ons bord te schuiven. Opvoeden is echter altijd lastig en een strijdtoneel.
Onze mening: dit kan kwetsend overkomen voor ouders van kinderen met autisme, die juist dankzij hun niet aflatende inspanning om hun kind goed op te voeden en te begeleiden, bereiken dat hij toch een prettig leven kan leiden. Als zij vragen om extra ondersteuning van mensen die achter de autistische manier van denken kunnen kijken, betekent dat niet dat ouders een opvoedingsprobleem afschuiven naar professionals. Gelukkig erkent de heer De Winter ook dat veel kinderen veel baat hebben bij behandeling, dus waarschijnlijk doelt hij niet op deze groep ouders. Verspreiding van dit idee kan er echter wel toe leiden dat ouders steeds vaker geconfronteerd worden met anderen die een vooroordeel hebben over hun manier van opvoeden. En wat nog erger is, dat hun kind door die opvatting niet de hulp krijgt die het nodig heeft.

De heer De Winter: "Natuurlijk heeft elk kind passende zorg nodig maar het kan niet alleen van professionals komen want een groot deel van de behoefte zit in de vanzelfsprekende omgeving van kinderen. Ouders kunnen het opvoeden niet alleen. Scholen zijn belangrijke elementen van de pedagogische civil society. Hoe kunnen scholen bijdragen? Nu wordt elk probleemkind naar de zorgverlening verwezen. We zouden veel meer kunnen doen om kinderen bij elkaar te brengen. Als je passend onderwijs wil geven aan elk kind, moet je niet alleen kijken naar structuren en naar het individuele kind, maar breder kijken naar opvoedingsnetwerken en een goede wisselwerking tussen ouders en school.”
Onze mening: wisselwerking met de ouders is inderdaad belangrijk, als de ouders niet achter de aanpak staan, zal het niet succesvol zijn. Er komt echter meer bij kijken dan verbreding van het opvoedingsnetwerk. Bij de kinderen die we hierboven genoemd hebben: is geen sprake van afschuiven van opvoedingsproblemen. Zij zijn zodanig anders dat ze het zonder speciale hulp niet gaan redden op een reguliere school, maar sommigen van hen kunnen wel succesvol naar een reguliere school als de school maatwerk biedt vanuit gebundelde expertise (zie bijvoorbeeld het NRC-artikel "Rugzak inleveren, en terug naar de gewone school.").

Foto van mevrouw Jeurissen aan het woord op de expertmeeting

De Utrechtse situatie 

Ank Jeurissen, directeur van Sterk VO, het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs van Utrecht en Stichtse Vecht, was de volgende spreker (download presentatie). Zij vertelde wat de pionier Sterk VO (een jaar eerder begonnen met de Wet Passend Onderwijs dan de rest van Nederland) doet om alle jongeren een goede plek te geven. Zij vertelde dat het VO in Utrecht 18.000 leerlingen heeft. In het reguliere onderwijs heeft Utrecht 260 leerlingen met extra ondersteuning, 174 leerlingen zitten op het OPDC Utrecht (ook van buiten Utrecht), en 530 gaan naar het VSO (voortgezet speciaal onderwijs), ook buiten Utrecht.
Onze mening: dat betekent dat het reguliere onderwijs slechts 1,5% leerlingen met extra ondersteuning heeft. Dat is minder dan 1 leerling per 2 klassen van elk 30 leerlingen. Bij de thematafels bleek dat 3% van de populatie van zowel het Bonifatius als het Stedelijk Gymnasium extra ondersteuning krijgt, dus die scholen hebben twee keer zoveel van dergelijke leerlingen als het gemiddelde. 
Wij hebben berekend dat ongeveer 80 leerlingen met autisme met extra ondersteuning naar het reguliere havo/vwo onderwijs van Sterk VO gaan, dat is ongeveer een kwart van alle leerlingen met extra ondersteuning, en binnen havo/vwo waarschijnlijk de helft. Als je ook bedenkt dat deze leerlingen vooral naar de goed bekend staande scholen met klassikale structuur gaan, zoals het Bonifatius, het Gregorius en de beide categorale gymnasia, dan is het begrijpelijk dat elk van die scholen tientallen leerlingen met autisme en havo/vwo-niveau heeft. Deze scholen zouden zich kunnen specialiseren in deze doelgroep en zouden speciale klasjes en/of een vaste ruimte met deskundige begeleider kunnen bieden (trajectbegeleiding). Daarmee zouden ze enkele tientallen extra leerlingen kunnen verwelkomen, die anders op speciaal onderwijs of particulier onderwijs zouden zijn aangewezen. De ouders en leerlingen willen heel graag (naar een reguliere school, niet naar het OPDC, dus op die manier zou de doelstelling van meer leerlingen naar het reguliere onderwijs goed gerealiseerd kunnen worden!

THEMATAFELS

De aanwezigen werden uitgenodigd om aan twee van de drie thematafels verder te discussiëren over de thema’s:foto van het St. Bonifatiuscollege

1. Ieder kind Passend Onderwijs: is voldoende geschikt onderwijs voor ieder kind beschikbaar?

inleider: Corine Lancel, Zorgcoördinator/docent techniek op het St. Bonifatiuscollege
Zij gaf aan dat je net zoals ouders voor al je leerlingen zorgt, wat ze ook hebben, daarom willen de Utrechtse VO-scholen zich niet specialiseren. Ze hebben er met elkaar voor gekozen dat alle kinderen op alle plekken onderwijs moeten krijgen.
Onze mening: daarmee sluit je juist de kinderen uit die niet mee kunnen komen in een klas van 30! Er zijn geen kleine klassen op de Utrechtse havo/vwo-scholen, daarvoor verwijzen ze naar het OPDC Utrecht of het speciale onderwijs. Als er speciale klassen en/of begeleide time-out ruimtes binnen de gemeenschap van de reguliere scholen zouden zijn, dan zouden veel meer kinderen naar het reguliere onderwijs kunnen.

Op de vraag: is er voor elk kind voldoende geschikt onderwijs beschikbaar? antwoordde Sandra Muller van Stichting AutiPassend Onderwijs: Nee. Voor kinderen met autisme die havo/vwo niveau aankunnen is er onvoldoende onderwijs beschikbaar. Een deel van hen kan prima meedoen in het regulier onderwijs en dat is heel mooi, maar een groot deel kan dat niet en die zijn dan aangewezen op speciaal onderwijs dat niet hoger dan vmbo biedt, of ze moeten helemaal naar Amersfoort, of ze gaan naar het particulier onderwijs of zitten thuis. Het gaat om honderden kinderen in de provincie Utrecht, de stad Utrecht zou daar een regionale functie voor moeten vervullen. Leon de Wit, voorzitter College van Bestuur bij NUOVO, de scholen voor openbaar VO Utrecht, antwoordde dat hij de witte vlek herkent. Hij zei dat in het verleden havo/vwo misschien iets te weinig aandacht gekregen heeft, maar dat Sterk VO grote stappen heeft gemaakt in het erkennen dat dat onderwijs er moet zijn. Hij vraagt zich wel af waar het scheidsvlak moet zijn. Je kunt niet de stad Utrecht verantwoordelijk stellen voor de regio. De samenwerkingsverbanden kunnen wel samenwerken om het financieel haalbaar te maken.
Henkjan Bootsma, lid van het College van Bestuur van de Willibrord Stichting, gaf aan dat hij heel erg gemotiveerd is om voor alle kinderen een goed aanbod te creëren. Een jaar geleden onderzocht Oberon wat er nog moest worden gedaan, daar kwam uit dat voor leerlingen met autisme onvoldoende aanbod op vmbo-tl/havo/vwo niveau is De conclusie was dat het aantal te klein is om een nieuw systeem van te maken, dus werden de i-klassen op de Utrechtse school (OPDC Utrecht) opgericht. Als er nog ideeën zijn om tot elkaar te komen op basis van feiten en argumenten dan staat hij daar open voor.
Onze mening: Wij denken dat Oberon in hun rapport het aantal verkeerd hebben berekend. Uit onze berekeningen blijkt dat er 200-250 autipluskinderen in de regio zijn die nu geen passend onderwijs hebben, in dezelfde regio waar Oberon uitkomt op 40 leerlingen. Wij gaan gaarne in gesprek met de heer Bootsma om het over deze feiten en argumenten te hebben.

De heer Bootsma noemde ook dat Utrecht een heel laag aantal thuiszitters heeft. Hij vroeg zich af waar toch het idee vandaan kwam dat Utrecht meer dan 300 thuiszitters zou hebben. Het zijn er maar 58, volgens hem. Saskia Buma van Stichting Mama Vita gaf aan dat er ook thuiszitters zijn die leerplichtontheffing hebben omdat ze niet 5 dagen naar school kunnen.
Onze mening: Het aantal thuiszitters waar het Ministerie van Onderwijs over spreekt, is vele malen lager dan het werkelijke aantal thuiszitters. Het ministerie telt namelijk alleen thuiszitters waarvoor de scholen verantwoordelijk zijn, zie de bronvermelding op onze thuiszitters-berekening. Van de 17.000 kinderen die niet naar school gingen waren de scholen slechts voor 3.800 verantwoordelijk, dat is minder dan een kwart! In de groep van 17.000 zitten volgens het rapport "Van leerplicht naar leerrecht" van de Kinderombudsman veel kinderen die wel leerbaar zijn maar onvoldoende maatwerk krijgen. Uit het Jaarverslag Leerlingzaken 2012-2013 blijkt dat de gemeente Utrecht 56+88=144 thuiszitters had, maar volgens de ruimere definitie waren er vorig schooljaar minimaal 292 thuiszitters in Utrecht, zie onze thuiszitters-berekening. Bovendien komt het regelmatig voor dat leerlingen wel thuis zitten, maar de school niet doorgeeft aan de leerplichtadministratie dat ze niet naar school gaan. Zo lijken de aantallen thuiszitters laag maar is de werkelijkheid anders!

Suzanne Boomsma van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht noemde vier punten: 
  • In Utrecht is sprake van curatie in plaats van preventie: je moet op een reguliere school meedraaien in een klas met 30 leerlingen met beperkte individuele begeleiding, en als dat misgaat word je verwezen naar een andere school.
  • De VSO's in de regio Utrecht voor kinderen met een psychische beperking (cluster 4) hebben allemaal het stempel "zeer zwak" gekregen van de onderwijsinspectie. (Noot: zie Speciale scholen Utrecht zeer zwak)
  • De school moet een gemeenschap zijn: een kind moet het gevoel hebben: "Daar hoor ik bij." De school moet alle kinderen binnen boord willen houden en ze niet wegsturen als het moeilijk wordt.
  • De scholen maken niet heel duidelijk welke arrangementen zij bieden voor specifieke doelgroepen.
Jacqueline Gomes van UW Ouderplatform gaf aan dat na lang zoeken waarbij ze nauwelijks hulp kreeg, haar zoon in de i-klas van het OPDC 3 havo kon doen en dat ze hem daar zag opbloeien. Alleen is haar verteld dat hij daar geen bovenbouw kon doen. Als ze niets kan vinden dan kan hij nog een jaartje blijven maar dan moet hij na 4 havo weg. Ter plekke kreeg ze de toezegging van de heer Bootsma, bestuurder van de Willibrord Stichting, dat als er geen andere voorziening is in Utrecht, dat hij dan desnoods wel een havo-diploma op het OPDC kan halen. De deur gaat niet zomaar op slot. Zie ook Jacqueline's verslag van de expertmeeting.

2. 'Best Practices': voorbeelden uit de praktijk. Wat doen scholen in andere gemeenten?

Jan Willem van den Bos, leraar van het jaar 2013
inleider: Jan Willem van den Bos, Geschiedenisleraar aan het Jan van Egmond Lyceum in Purmerend, leraar van het jaar 2013
Het Jan van Egmond Lyceum in Purmerend (niveau 5) heeft een Special Class, bestemd voor leerlingen die zeer jong zijn op sociaal-emotioneel gebied en/of zeer zwak zijn in planning en organisatie en/of een stoornis hebben op het gebied van autisme of ADD. Het gaat om leerlingen die havo/vwo-capaciteiten hebben met een perspectief op het behalen van een diploma havo of vwo; leerlingen die gemotiveerd zijn om te leren en mogelijkheden hebben voor zelfsturing. Leerlingen hebben een vast lokaal, een vast dagrooster en een vast programma. Naast de vakdocenten die er lesgeven is er een vaste groepsbegeleider. Het is de bedoeling dat leerlingen stapsgewijs de mogelijkheid krijgen in te stromen in het regulier onderwijs. Wanneer dat zal zijn, is afhankelijk van de vorderingen die een leerling maakt. Na het tweede leerjaar houdt de special class op en zijn de leerlingen voldoende toegerust mee te draaien in de reguliere klassen van de havo of het atheneum. De Leraar van het Jaar 2013, Jan Willem van den Bos, schreef twee blogs over deze special class:
Hij benadrukte dat hij zijn verhaal geen "best practice" vindt, het is geen blauwdruk voor andere scholen. Het is wel een succesvol praktijkvoorbeeld. Hij vertelde hoe ze op school zagen dat bepaalde leerlingen vastliepen en ze wilden voorkomen dat die naar het speciale onderwijs zouden moeten. Financieel kunnen ze zich zulke kleine klassen veroorloven doordat de vakdocenten minder uren les geven aan de special class: 's ochtends geven de docenten instructie en 's middags werken de leerlingen de opdrachten uit onder begeleiding van een (goedkopere) groepsbegeleider. De special class heeft ook wat met het docententeam gedaan. Buiten het feit dat je in de special class veel van deze leerlingen leert, gingen deze docenten ook in hun reguliere klas veel beter naar het individu kijken. In de special class leer je dat het niet veel zin heeft om jouw manier van lesgeven te blijven hanteren als het niet lukt, je wordt flexibeler in je didactisch handelen. Docenten gingen meer differentiëren, zodat niet alleen leerlingen die meer instructie nodig hebben profijt hebben, maar ook die leerling die sneller door de stof wil gaan om daarna verdiepingsopdrachten te gaan doen.

Een directeur van een VO-school gaf aan dat zulke speciale voorzieningen stigmatiserend zijn voor de leerlingen en dat het voor reguliere leerlingen goed is om met kinderen met een handicap om te gaan. Saskia Buma van Stichting Mama Vita gaf aan: kinderen met autisme hebben een vertraagde ontwikkeling, rijpen later, dus zo'n klasje in de onderbouw zou hen tijd geven om schoolse vaardigheden te ontwikkelen zodat ze daarna wel in een reguliere klas van 30 leerlingen mee kunnen draaien.
Onze mening: naar een speciale voorziening gaan leerlingen die anders helemaal niet naar een reguliere school kunnen. Dat is nog stigmatiserender, en daar zouden de reguliere leerlingen al helemaal niet met hen in aanraking komen. 

Bestuursleden en directeuren van het onderwijs in Utrecht waren van mening dat Utrecht ook een special class heeft, de i-klas van het OPDC Utrecht. 
Onze mening: de i-klas is minder aantrekkelijk dan een special class in een reguliere scholengemeenschap vanwege de volgende belangrijke verschillen:
  • Als een leerling naar het gebouw van een reguliere school kan gaan, mee kan doen met de schoolfeesten en in de pauze om kan gaan met de reguliere leerlingen, voelt hij zich veel meer geaccepteerd in de maatschappij dan wanneer hij naar een aparte locatie gaat waar alleen maar leerlingen zijn die niet naar een reguliere school kunnen gaan.
  • Op een reguliere school krijgen de leerlingen les van vakdocenten die voor hen staan en waarmee ze rechtstreeks contact kunnen hebben, terwijl in de i-klas de leerlingen afstandsonderwijs volgen waarbij de vakdocenten via e-mail aan te spreken zijn.
  • Vanuit de special class kunnen leerlingen die dat aankunnen gemakkelijk al een paar lessen in hun beoogde reguliere klas meelopen, de overgang van kleine klas naar reguliere klas is kleiner omdat je al in hetzelfde gebouw zit met dezelfde docenten. Je hoeft na twee jaar niet naar een andere locatie, wat voor autipluskinderen moeilijker is dan voor het gemiddelde kind.

3. Klaar voor de stad? is er op korte termijn een voldoende dekkend aanbod?

inleider: Katinka Slump, juridisch adviseur onderwijsrecht en mediator 
De conclusie was dat er geen dekkend aanbod is. Katinka Slump was aangenaam verrast door de bereidheid van bestuurders om creatief mee te denken. Ouders voelen een vraag-aanbod frictie. Het is heel genezend voor kinderen om gewoon naar school te kunnen gaan. Haar advies is om snel om de tafel te gaan zitten en zo snel winst te behalen. 

De gemeenteraad kan gewicht aan de kant van de ouders leggen, het kan soms helpen om achter de ouders te gaan staan. De rol van openbaar onderwijs zoals die in de grondwet is vermeld geeft voldoende aanleiding voor de raad om zich ermee te bemoeien. In de grondwet staat dat er voldoende toegankelijk openbaar onderwijs moet zijn. Niet passend onderwijs is vaak ontoegankelijk. De gemeente kan kijken naar haar bevoegdheden in het vaak verzelfstandigde openbare onderwijs: benoeming bestuur / raad van toezicht en financiën. Of naar voorbeeld van Amsterdam voorwaarden stellen aan bekostiging van huisvesting / leerlingenvervoer.
Onze mening: wij vinden het inderdaad belangrijk dat er voldoende gewicht aan de ouders wordt gegeven. Wij zijn gespecialiseerd in onze kinderen en kunnen als geen ander aangeven wat voor hen goed zal werken en wat niet. Wij merken te vaak dat wij vriendelijk te woord worden gestaan, maar dat voor onze kinderen toch andere oplossingen worden voorgesteld, die juist niet de problemen en hoge zorgkosten voorkomen. 
De gemeente kan naast haar verantwoordelijkheid voor openbaar onderwijs, en via voorwaarden stellen aan bekostiging van huisvesting en leerlingenvervoer, ook via de Utrechtse Onderwijs Agenda afspraken maken over havo/vwo-onderwijs voor kinderen met autisme die niet in een volle reguliere klas mee kunnen doen.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten beschreef Thema's waarop gemeenten en schoolbesturen elkaar (kunnen) treffen.

PLENAIRE TERUGKOPPELING

Selma Bas (D66) vatte thematafel 3 samen. Zijn we klaar voor de start? Nee, er is onvoldoende dekkend aanbod, want er is niet voor elk kind passend onderwijs beschikbaar. We hebben creatieve bestuurders nodig die gebruik maken van de kennis van ouders als burgers en die willen samenwerken om tot creatieve oplossingen te komen.
Gadiza Bouazani (PvdA) vatte thematafel 1 samen. Er is geen geschikt onderwijs voor ieder kind. Voor regionale oplossingen moeten andere samenwerkingsverbanden betrokken worden. Over preventie: het primair onderwijs is hard bezig met preventie. Er is voldoende motivatie bij ouders en onderwijs.
Selma Bas zei: op een gegeven moment houdt het op. Leerkrachten vragen of ze voor elk autistisch kind een scherm moeten neerzetten. Professionals kunnen het niet aan.
Een zorgcoördinator van een VO zei, met 30 leerlingen in een klas zijn er grenzen. We weten wat we zouden moeten doen maar we hebben niet de ruimte om het op te pakken.
Chantal Hakbijl (CDA) vatte thematafel 2 samen. Utrecht of Purmerend, het maakt niet uit. De insteek, ambitie en doelstellingen worden breed gedeeld. Sterk VO zegt: als er signalen zijn, meld het bij ons, dan kunnen we er iets mee. In de tweede ronde kwamen er wat meer signalen. Voor ons is het heel goed dat we signalen meegekregen hebben, die kunnen dan breder gedeeld worden.
Monique van Eijkelenburg van Mama Vita en Djump vulde aan: scholen moeten niet vrijblijvend nee kunnen zeggen. Dit soort vangnetten zijn nu heel hard nodig. Zoek de combinatie van zorg, onderwijs en de economische kant. Beta-talenten zijn schreeuwend nodig en kinderen met autisme zijn vaak goed in de bèta-vakken. Omdat ze minder goed communiceren kan echter niet iedereen zomaar les geven aan deze kinderen.

Aanbieden petitie AutiPassend Onderwijs Utrecht

Aan het einde van de expertmeeting overhandigde onze stichting een petitie aan de vier organiserende raadsleden. Zie hiervoor onze aparte pagina over de petitie.