Gemeente (mede)verantwoordelijk voor zorg/begeleiding op school bij autisme

Het Ministerie van Onderwijs (OCW) publiceerde eind februari 2015 de brochure Medische zorg voor kinderen in het onderwijs. Daarin staat ook het volgende voorbeeld:

"Remy (15) doet de havo op een reguliere middelbare school. Hij heeft autisme, daardoor kan hij slecht omgaan met veranderingen en heeft hij extra begeleiding nodig op school. Deze begeleiding zorgde ervoor dat Remy overzicht kon houden op zijn schoolwerk en leerde hem zijn huiswerk plannen. Met ingang van 1 januari 2015 is begeleiding opgenomen in de nieuwe Jeugdwet. Hiervoor is de gemeente verantwoordelijk. De ouders van Remy nemen contact op met het sociaal wijkteam voor een gesprek om de ondersteuning voort te zetten."

Het verwarrende is dat OCW in dit voorbeeld voor vergoeding van de begeleiding op school verwijst naar de gemeente, terwijl de notitie "Knelpunten rond ondersteuning leerling op school" van Ouderkracht voor 't kind aantoont dat deze vorm van leerlingbegeleiding gefinancierd zou moeten worden door de samenwerkingsverbanden van schoolbesturen, en dat de gemeente daarop toe zou moeten zien:

"Individuele begeleiding kan worden ingezet als een leerling, veelal ten gevolge van een beperking, die begeleiding nodig heeft om zich (op school) te kunnen handhaven. Die begeleiding kan bijvoorbeeld worden ingezet om de leerling te helpen bij de sociale interactie met andere leerlingen of om de leerling te ondersteunen bij het verrichten van schoolse taken.
[...] De middelen die nodig zijn voor leerlingenbegeleiding zijn onderdeel van het budget dat scholen ontvangen per ingeschreven leerling. Met de invoering van de Wetswijziging passend onderwijs zijn de extra middelen voor leerlingenzorg, de rugzakgelden en het budget voor het speciaal onderwijs cluster 3 en 4, toebedeeld aan de samenwerkingsverbanden.
[...] De gemeente zal, vanuit haar opdracht tot preventie, er op moeten toezien dat ook op school de juiste ondersteuning kan worden geboden. Het is ook om die reden dat de gemeente bij de opstelling van het ondersteuningsplan wordt betrokken.
"

De opmerking in de brochure van OCW "Met ingang van 1 januari 2015 is begeleiding opgenomen in de nieuwe Jeugdwet" is dus op zijn minst misleidend. Als het samenwerkingsverband het niet kan betalen, kan die beter zelf om de tafel met de gemeente over de financiering, want als een leerling thuis komt te zitten, betekent dat voor de gemeente een hoge kostenpost in jeugdhulp, uitkeringen, enzovoorts.

Onderwijsraad

Er is dus onduidelijkheid over de grens tussen de verantwoordelijkheden van de gemeente in het kader van de Jeugdwet, en de verantwoordelijkheden van de scholen in het kader van de Wet Passend Onderwijs. Dat is precies waar het advies van de Onderwijsraad "Samen voor een ononderbroken schoolloopbaan" (november 2014) over gaat. Dit advies richt zich op de vraag hoe de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulpverlening bevorderd kan worden. De raad vindt dat een ononderbroken schoolloopbaan van jongeren een gezamenlijk uitgangspunt in de samenwerking zou moeten zijn. Daarvoor is het nodig dat schoolbesturen een actievere rol spelen in het lokale overleg met gemeenten. Ook zou de jeugdhulpverlening een structureel onderdeel moeten worden van de ondersteuningsstructuur op school. 

OOGO

In de wet is verankerd dat schoolbesturen (verenigd in samenwerkingsverbanden) overleggen met de gemeente via het jaarlijkse OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg). Op onze pagina Gemeentelijke politiek doen wij verslag van de jaarlijkse OOGO's over de ondersteuningsplannen passend onderwijs die sinds 2013 worden gehouden tussen de gemeente Utrecht en het samenwerkingsverband Sterk VO. Wij vinden het overleg oppervlakkig en vrijblijvend. 
De Onderwijsraad schrijft daarover: De vrijblijvendheid van het OOGO, de terughoudendheid bij samenwerkingsverbanden en gemeenten, de aparte positie van het middelbaar beroepsonderwijs en cultuurverschillen tussen beide domeinen vormen echter een risico voor inhoudelijke samenwerking én voor de schoolloopbaan van kwetsbare jongeren.

In navolging van het OOGO over de ondersteuningsplannen passend onderwijs, worden in het OOGO jeugd de gemeentelijke beleidsplannen Jeugd, voor zover het onderwijs betreft, afgestemd met de samenwerkingsverbanden van scholen.

Handreiking

Naast het OOGO op bestuurlijk niveau moet samenwerking tussen onderwijs en gemeente natuurlijk ook vorm krijgen in de praktijk. De Ministeries van OCW (Onderwijs) en VWS (Volksgezondheid en Welzijn) hebben samen een handreiking "Verbinding passend onderwijs en zorg voor jeugd" laten schrijven, maar wat dat concreet betekent voor een jongere hangt natuurlijk helemaal af van de manier waarop het in een bepaalde gemeente of op een bepaalde school wordt opgepakt. 

Ouders

Wat moet je nu doen als je kind extra begeleiding nodig heeft op school? In eerste instantie wend je je dan tot school. In het kader van Passend Onderwijs zullen zij moeten onderzoeken wat voor extra hulp een leerling nodig heeft en of de school dat zelf kan invullen. Bekijk onze Voorbereidingstips bij belangrijke gesprekken met school of samenwerkingsverband.

Het helpt vaak om als ouders zelf goed te weten hoe de regelingen zijn. Maart 2015 publiceerde Ouderkracht voor 't kind een Notitie aan alle ouders "Knelpunten rond ondersteuning leerling op school". Hierin staat goed uitgelegd welke vormen van begeleiding en zorg er zijn, wat ze inhouden, en welke partij verantwoordelijk is voor de financiering van welke vorm.

Als je er met de school niet uitkomt, volg dan de Escalatieroute bij conflicten over passend onderwijs. Als de school constateert dat bepaalde extra hulp nodig is die de school niet kan bieden, ook niet met extra hulp van het samenwerkingsverband, kun je je als ouders dus ook richten tot de gemeente (zie bovenaan deze pagina). De gemeente kent uiteraard ook klachtenprocedures en escalatiemogelijkheden. En dan zijn er ook nog de zorgverzekeraars en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) die bepaalde vormen van zorg kunnen vergoeden.

Hopelijk worden de kinderen niet de dupe van het onderling afschuiven van verantwoordelijkheden tussen de partijen. Mocht dat toch dreigen te gebeuren, wend je dan tot een organisatie die de ouder- en kindbelangen vertegenwoordigt in zowel onderwijs als jeugdhulp, zoals Ouderkracht voor 't kind.