Hoeveel thuiszitters heeft mijn gemeente?


Bron: DUO-IP (LPT), 11 februari 2020

De overheid en het onderwijs hanteren een smallere definitie van thuiszitters dan gangbaar is bij de meeste mensen. Als de gemeente aangeeft hoeveel thuiszitters zij hebben, zijn het er volgens de brede definitie van thuiszitters waarschijnlijk meer. Wij tellen alle kinderen waarvan bekend is (er zijn er meer!) dat ze in een schooljaar een tijd geen school hadden of minimaal 4 weken geen lessen konden volgen op hun school: vrijstellingen 5a + absoluut verzuim + langdurig relatief verzuim.

Op de kaart waar deze pagina mee begint, met de optelsom van deze thuiszitters in 2018/2019 per RMC-regio kun je zien in welke regio's relatief weinig of relatief veel thuiszitters waren in dat schooljaar. Het gemiddelde van heel Nederland was 6 per 1.000, dus groen en geel is onder het gemiddelde, oranje en rood is boven het gemiddelde. RMC 19, Utrecht, zit met 6 tot 8 per 1.000 boven het gemiddelde van Nederland. Een vergelijkbare kaart per gemeente vind je verderop op deze pagina.

Cijfers per gemeente op VSV Kompas

Sinds maart 2015 publiceert Ingrado (branche-organisatie van leerplichtambtenaren) alle verzuimcijfers van alle gemeenten in Nederland op het VSv Kompas (VSv staat voor Vroegtijdige Schoolverlaters). Daarin staat per gemeente vermeld hoeveel leerlingen ze hebben in welke verzuimcategorie. Het valt echter niet mee om daaruit zelf te herleiden hoeveel thuiszitters er werkelijk zijn in een gemeente (volgens de brede definitie), daarom hier een handleiding. 
Voor de gemeente Utrecht en het landelijke totaal hebben wij het aantal vermeld op Thuiszitters gemeente Utrecht: aantallen vanaf 2012. Voor andere gemeenten kun je de hieronder genoemde stappen volgen.

Doel is het optellen van 3 categorieën: langdurig relatief verzuim (ingeschreven bij een school), absoluut verzuim, en vrijstellingen van artikel 5 onder a. Voor uitleg van deze categorieën, zie Verschillende definities van thuiszitters.
  1. Ga naar vsvkompas.nl en klik op Benchmark. Check bovenaan de pagina van welk schooljaar de gegevens zijn: bijvoorbeeld 2018/2019 (andere jaren zijn te vinden via de Kijk en vergelijk pagina).
  2. Klik op de link Absoluut verzuim
  3. Om alleen de gegevens van 1 gemeente te zien:
    • Klik bij Vergelijkingsgroep op Aanpassen
    • Op de regel met Zoekresultaat klik op Alles uitvinken
    • Zoek jouw gemeente en vink die aan
    • Klik op de knop Toevoegen aan vergelijkingsgroep
    • Klik op de knop Toepassen
    • Bij de keuzelijst Overige scores, vink Individuele scores aan
  4. Noteer het aantal dat nu getoond wordt bij Absoluut verzuim alle onderwijstypen. Het kan ook interessant zijn om te noteren hoeveel van hen langer dan 3 maanden absoluut verzuimen, en hoeveel langer dan 4 weken.
  5. Klik weer op de knop Benchmark
  6. Herhaal maar nu voor Langdurig relatief verzuim. Als het goed is staat nog steeds alleen jouw gemeente in de vergelijkingsgroep. Noteer het aantal bij Langdurig relatief verzuim alle onderwijstypen. Dat is het aantal dat langer dan 4 weken relatief verzuimt. Het kan ook interessant zijn om te noteren hoeveel van hen langer dan 3 maanden relatief verzuimen.
  7. Klik weer op de knop Benchmark
  8. Herhaal maar nu voor Vrijstellingen
    • Noteer het aantal dat staat vermeld bij Artikel 5 onder a.
  9. Tel de drie gevonden aantallen bij elkaar op (absoluut verzuim, langdurig relatief verzuim en vrijstellingen 5a) en je hebt het totaal aantal thuiszitters zonder onderwijs voor je gemeente in dat schooljaar.

Kan ik ook voor meerdere gemeenten tegelijk het aantal thuiszitters opzoeken?

Als je bij stap 3 niet één, maar meerdere gemeenten selecteert, en kiest voor weergave van Individuele scores, dan zie je voor elke gemeente een kolom verschijnen met daarin het aantal leerlingen per categorie.

Kaartjes met ingekleurde gemeentes voor 2018/2019

Bij de thuiszitters (kinderen zonder onderwijs) onderscheiden wij drie categorieën: absoluut verzuimlangdurig relatief verzuim en vrijstellingen leerplicht 5a. Tel je deze drie categorieën van kinderen zonder onderwijs bij elkaar op, dan ziet de landkaart van Nederlandse gemeenten voor 2018/2019 er zo uit (met dank aaDUO-IP):


Bron: DUO-IP (LPT), 11 februari 2020

Het gemiddelde van Nederland is 6 per 1.000, dus de drie tinten groen zitten onder het gemiddelde, terwijl geel, oranje en rood boven het gemiddelde zitten.

Gemeenten provincie Utrecht met *meeste* kinderen zonder onderwijs in 2018/2019

Voor de provincie Utrecht valt op dat de gemeente Nieuwegein in 2018-2019 erg veel kinderen zonder onderwijs had: 12 of meer per 1.000! De gemeenten Zeist en Renswoude hadden er ook best veel: 9 tot 12 per 1.000,

Ook boven het gemiddelde voor Nederland is het aantal kinderen zonder onderwijs in de gemeenten Utrecht, IJsselstein, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woudenberg, Soest en Baarn.

Gemeenten provincie Utrecht met *minste* kinderen zonder onderwijs in 2018/2019

Opvallend weinig kinderen zonder onderwijs waren er in de gemeenten Oudewater, Bunnik en Leusden: maximaal 3 per 1.000. Dat is minder dan een kwart van de gemeente met de meeste kinderen zonder onderwijs.

Uitgesplitst per categorie van thuiszitters

In de bijlage bij de Kamerbrief Thuiszitters in het funderend onderwijs 2018/2019 zijn kaartjes toegevoegd waaruit duidelijk wordt welke gemeenten relatief veel of weinig thuiszitters zonder onderwijs hebben voor elk van de drie categorieën: absoluut verzuimlangdurig relatief verzuim en vrijstellingen leerplicht 5a. Kijk waar de oranje-rode hotspots van de meeste thuiszitters per 1000 leerlingen in dat schooljaar waren.

Kaartjes met ingekleurde gemeentes voor 2014/2015

In de bijlage bij de Kamerbrief over cijfers thuiszitters 2014/2015 waren kaartjes toegevoegd waarin duidelijk wordt welke gemeenten er relatief veel of weinig thuiszitters hebben voor elk van de drie categorieën: absoluut verzuimlangdurig relatief verzuim en vrijstellingen leerplicht 5a. Kijk waar de oranje-rode hotspots van de meeste thuiszitters per 1000 leerlingen destijds waren:

Als je dit vergelijkt met de kaartjes van 2018/2019 (4 jaar later) dan zijn er overeenkomsten te zien in regio's die zowel in 2014/2015 als in 2018/2019 hoge of juist lage aantallen hadden. Dat zegt iets over de manier waarop de scholen en samenwerkingsverbanden in die regio's in staat zijn om het passend onderwijs te organiseren.