Nieuws

Hieronder zie je een selectie van de nieuwsberichten die wij verzameld hebben. Lezers van onze nieuwsbrief ontvangen ons extra uitgebreide nieuwsoverzicht, waarbij ook berichten die niet op deze website staan vermeld. Abonneer je op onze nieuwsbrief!

Een selectie van oudere berichten vind je in ons nieuwsarchief (jan - aug 2014). We hebben een aparte pagina voor Vermeldingen van AutiPassend Onderwijs Utrecht in de media.

Nog steeds autisme, maar de diagnose ontgroeid

Geplaatst 2 apr. 2018 07:25 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 2 apr. 2018 11:47 bijgewerkt ]

De meeste mensen zijn van mening dat als je eenmaal autisme hebt, je dat dan je leven lang hebt: "Autisme kun je niet genezen." Dat klopt, en tegelijkertijd kan het zijn dat de diagnose autisme niet meer van toepassing is. Hoe kan dat?

Vandaag, 2 april, is het Wereld Autisme Dag, de aanleiding om de eerste week van april te bestempelen tot Autisme Week. Dit leek ons een goed moment om eens stil te staan bij twee verschillende betekenissen van het woord autisme, die in de praktijk tot verwarring en ogenschijnlijke tegenstrijdigheid kunnen leiden.

Verschillende betekenissen van "autisme hebben"

De twee betekenissen van autisme, of preciezer gezegd "autisme hebben",  waar we op doelen zijn:

1. De medische diagnose autisme, die alleen door een bevoegd medicus kan worden gegeven, is eigenlijk geen diagnose maar een classificatie volgens de DSM: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. De DSM is een classificatiesysteem voor psychische stoornissen dat gebaseerd is op gedragskenmerken. In versie 4 van de DSM bestonden nog aparte classificaties voor (klassiek) autisme, Asperger en PDD-NOS. In DSM V is er alleen nog een classificatie "autisme spectrum stoornis" (ASS). Dit wordt in de spreektaal allemaal een "diagnose autisme" genoemd, ofwel "autisme hebben".
2. Een autistisch brein, waarbij de hersenen een autistische manier van informatieverwerking hebben. In de praktijk zeggen we dat mensen wiens brein zo werkt, autisme hebben. 

De verwarring ontstaat als deze twee betekenissen door elkaar gebruikt worden. Dit leidt tot de volgende misverstanden en onduidelijkheden:

Waar of niet waar? Autisme heb je je hele leven

Autisme volgens betekenis 2, een autistisch brein dat een bepaalde manier van informatieverwerking heeft, heb je volgens de huidige inzichten inderdaad voor altijd. Je bent niet "ziek" en je kunt er niet van "genezen". Je brein is wel voortdurend in ontwikkeling, en kan zich zodanig ontwikkelen dat je geen autisme meer hebt volgens betekenis 1, de medische diagnose.

Hoe zit dat dan, hoe kan het dat je geen medische diagnose autisme meer hebt? Was dan de originele diagnose een misdiagnose? Nee, dat hoeft niet. De medische definitie van psychiatrische stoornis beschrijft dat er, naast bepaalde gedragskenmerken, sprake moet zijn van een beperking op een of meer belangrijke functioneringsgebieden. Zie bijvoorbeeld het artikel Zeven visies op een psychiatrische stoornis (G. Meynen, A. Ralston, 2011) waar in tabel 1, punt C staat: "[een disfunctie] waarvan de gevolgen een klinisch relevant probleem vormen (bijv. een pijnlijk symptoom) of een onvermogen (bijv. beperking op een of meer belangrijke functioneringsgebieden) zijn". De medische wereld gaat er dus vanuit dat je alleen autisme hebt volgens betekenis 1 als er sprake is van een bepaalde mate van disfunctioneren of lijdensdruk, waarvoor je hulp nodig hebt. 

Dat betekent dat het kan zijn dat je als kind een terechte diagnose autisme had, en later in je leven geen beperkingen in je functioneren meer ervaart. Dan kun je de medische diagnose autisme laten intrekken, zoals bij Robin. Zie in dit verband ook Martine Delfos over mentale leeftijden, een theorie die kan helpen om de hersenen van iemand met autisme zodanig te ontwikkelen dat het functioneren steeds beter wordt.

In een latere levensfase, als er weer meer eisen worden gesteld (bijvoorbeeld van opleiding naar werk, relatie, ouderschap) kan het disfunctioneren of het lijden weer opkomen en kan een diagnose weer behulpzaam zijn voor extra ondersteuning. De behoefte aan begeleiding verschilt per persoon en per levensfase (nature en nurture, oftewel aanleg en omgeving, spelen allebei een rol en zijn soms niet van elkaar te onderscheiden). Een deel van de mensen met autisme zal altijd begeleiding nodig hebben; anderen alleen in bepaalde levensfasen. Levensloopbegeleiding speelt hier op in. 

Psychiater en hoogleraar autisme Wouter Staal legt het als volgt uit in het RTL Nieuws artikel Zijn we allemaal een beetje autistisch?: "Iemand met aanleg voor astma in een industriegebied zal daar waarschijnlijk ziek zijn, maar hoog in de bergen in Zwitserland nergens last van hebben. Dan is er sprake van kwetsbaarheid, niet van ziekte. Bij autisme is het niet veel anders."

Waar of niet waar? Alleen een bevoegd medicus kan bepalen of je autisme hebt

Autisme volgens betekenis 1, een medische diagnose in het autistisch spectrum, heb je alleen als een daartoe bevoegde medische professional die diagnose heeft gesteld. Autisme volgens betekenis 2, een autistisch brein, kun je ook hebben als je geen medische diagnose kan krijgen, alleen is het niet mogelijk om dit te "bewijzen". 

In de praktijk wordt er aangenomen dat bepaalde mensen autisme hebben, zonder dat ze een diagnose hebben (of die ook maar zouden kunnen krijgen, zie de paragraaf over "Autisme heb je je hele leven"). Denk bijvoorbeeld aan de verhalen dat Einstein autisme zou hebben gehad. Het is soms nuttig om te veronderstellen dat iemand autisme heeft volgens definitie 2, omdat dat begrip oplevert over wat wel en niet goed werkt bij deze persoon. 

Waar of niet waar? Als je een diagnose autisme hebt, komt dat door een autistisch brein

De medische diagnose autisme veronderstelt dat de gedragskenmerken waar de diagnose op gebaseerd wordt, worden veroorzaakt door een gemeenschappelijke biologische oorzaak, zoals een autistisch brein. Zie hiervoor ook het artikel Zeven visies op een psychiatrische stoornis, waar in tabel 1 punt B staat: "[een mentale stoornis is een syndroom of patroon] dat een onderliggend psychobiologische disfunctie weerspiegelt". De medische wereld veronderstelt dus dat als je autisme hebt volgens betekenis 1, je altijd ook autisme hebt volgens betekenis 2 (andersom niet, zie de paragraaf over "Autisme heb je je hele leven"). 

Dit is een veronderstelling die (nog) niet medisch aangetoond kan worden, dus misdiagnoses zijn ook mogelijk: mensen kunnen autistisch gedrag vertonen, zonder dat ze autistische hersenen hebben. Ze kunnen zich autistisch gedragen als reactie op een psychologische factor zoals ernstige verwaarlozing. Autistisch gedrag (zonder dat aanleg of diagnose autisme bewezen is) kan ook een noodzakelijke reactie zijn op een omgeving die teveel eist of teveel prikkels heeft. Zoals depressie een gezonde reactie kan zijn op rouw of trauma, zo kan autistisch gedrag ook functioneel zijn om de stress te hanteren. 

Een misdiagnose autisme (dus wel autistisch gedrag, maar geen autistisch brein) komt ook voor bij hoogbegaafdheid, al kun je ook de combinatie van hoogbegaafdheid en autisme hebben, zie onze pagina Autisme en hoogbegaafdheid.

Waar of niet waar? Een diagnose autisme helpt om de juiste hulp te krijgen

Een diagnose wordt gesteld als ingang naar meer begrip en/of het gericht vinden van de juiste hulp, en vaak is dat ook zo. Veel mensen die de diagnose autisme pas op latere leeftijd kregen, ervaren dat als een opluchting omdat ze eindelijk begrijpen waarom dingen bij hen niet wilden lukken, waarom zij zich altijd anders voelden. Een diagnose kan ook een toegangsbewijs betekenen voor speciaal onderwijs, of gespecialiseerde behandeling.

Maar niet altijd. Helaas is autisme ook een stigma. Er heersen veel vooroordelen in de samenleving over wat iemand met autisme wel/niet kan en dat kan juist de integratie / inclusie van mensen met autisme belemmeren. Gewoon meedoen lukt dan niet, juist vanwege de diagnose autisme. Dit kan komen door het vooroordelen bij de mensen rondom de persoon met de diagnose, en het kan ook zijn dat de persoon met de diagnose zelf lijdt omdat die zich realiseert hoe de maatschappij over autisme denkt. Dus in plaats van verbetering, leidt een diagnose dan tot verergering van het functioneren.

Het is dus niet alleen zo dat autistisch gedrag kan leiden tot een diagnose, het kan ook zijn dat een diagnose leidt tot een grotere mate van autistisch gedrag.

Daarom is het belangrijk om goed na te denken wat je wil bereiken met een diagnose, en hulp te zoeken die goed kijkt naar wat deze individuele persoon nodig heeft. Je kunt ook kiezen om niet te vertellen dat iemand autisme heeft. Je kunt soms beter alleen "aan de achterkant" weten of aannemen dat iemand autisme heeft, terwijl je "aan de voorkant" (lees: naar de buitenwereld) het woord autisme niet noemt maar alleen over individuele kenmerken of karaktereigenschappen spreekt. Zie ook: Is een diagnose autisme een voordeel of een nadeel? en Wel of niet de klas vertellen over mijn autisme? En hoe dan?



Gerelateerd op deze site:

Dag van de Leerplicht 2018 - hernoemen in Dag van het Leerrecht voor thuiszitters?

Geplaatst 15 mrt. 2018 13:28 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 15 mrt. 2018 13:32 bijgewerkt ]

Vandaag, donderdag 15 maart 2018, is het de Dag van de Leerplicht 2018. In dit artikel geven we een samenvatting van belangrijke nieuwsberichten rondom leerplicht en leerrecht van de laatste weken. De meest opvallende staat onderaan!

Dit jaar is het thema: samenwerking en maatwerk beschermen het recht op onderwijs. Het recht op onderwijs is echter nog niet vastgelegd in de wet, die spreekt nog steeds van een leerplicht, al staat er in het regeerakkoord dat invoering van leerrecht onderzocht wordt. We zouden wel alvast de Dag van de Leerplicht kunnen hernoemen in de Dag van het Leerrecht! 

De Dag van de Leerplicht is een initiatief van het Ministerie van OCW en Ingrado (de branchevereniging van medewerkers leerplicht en RMC). Wat wij wel jammer vinden is dat Ingrado in hun Methodische Aanpak Schoolverzuim diverse routes beschrijven, maar bij geen enkele route is de oplossing dat de school aanpassingen maakt om het juiste maatwerk te bieden! De enige mogelijkheden zijn vrijwillig of gedwongen (psychische/medische) hulp voor de leerling buiten school, of straf!

Traditioneel worden elk jaar door het Ministerie van OCW de verzuimcijfers (waaronder de aantallen thuiszitters) bekendgemaakt in de aanloop naar de Dag van de Leerplicht. Zo ook dit jaar:
Ouders zien de Dag van de Leerplicht als een belangrijke dag om ook aandacht te vragen voor hun kant van de zaak als het gaat om (verplicht) naar school gaan. 
  • Op Twitter zijn op deze dag diverse ouders actief met de hashtag #leerrecht.
  • Oudervereniging Balans publiceerde het artikel Elk kind heeft recht op onderwijs waarin goed uitgelegd wordt wat er nog ontbreekt voor kinderen met autisme die vastlopen in het onderwijs. Er staat ook een link bij naar het aangrijpende verhaal van Luca, een thuiszitter die via het staatsexamen toch zijn vmbo-diploma haalde en nu havo doet via ivio@school.
  • Katinka Slump, onderwijsjurist en al jaren voorvechtster van het leerrecht, publiceerde op deze dag de geanonimiseerde Miep Ziek contracten met bijzonder maatwerk gefinancierd door de overheid. Gebruik het als inspiratie en maak van de leerplicht een leerrecht!

Miep Ziek contracten openbaar gemaakt

Geplaatst 15 mrt. 2018 13:27 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 15 mrt. 2018 15:42 bijgewerkt ]

Vandaag op de Dag van de Leerplicht (15 maart 2018) heeft onderwijsjurist Katinka Slump de (geanonimiseerde) Miep Ziek contracten openbaar gemaakt. Daarin staan bijzondere afspraken tussen inspectie, ouders en school over financiering van onderwijs van kinderen die anders thuis zouden zitten zonder onderwijs. Dit zijn dus voorbeelden van maatwerk in passend onderwijs dat mogelijk is in Nederland. Gebruik het als inspiratie en maak van de leerplicht een leerrecht!

Lange tijd zijn die contracten geheim gehouden, maar Katinka Slump heeft via een jarenlang lopende procedure uiteindelijk afgedwongen dat die "geheime" Miep-ziek-contracten in 2015 met haar werden gedeeld. In eerste instantie mocht ze alleen in algemene zin over de contracten schrijven, dat deed ze in het rapport Van Miep Ziek naar Miep op Maat.
Nu zijn dan ook de contracten zelf in te zien, waarbij uiteraard de persoonsgegevens onleesbaar gemaakt zijn. Je kunt ze downloaden van de site Advies Onderwijsrecht.

In vrijwel al deze contracten is er sprake van dat een leerling staat ingeschreven bij een school, maar die school niet bezoekt. In plaats daarvan volgt hij of zij vaak onderwijs in de thuissituatie met behulp van materialen die door de school betaald worden (vermoedelijk ivio@school materialen?). Het bedrag dat door de school vergoed wordt, is echter niet hoger dan de rijksvergoeding voor de leerling. In sommige gevallen is er sprake van dat de leerling naar een andere school gaat dan de school van inschrijving (bijvoorbeeld een vavo). Ook dan wordt er door de school van inschrijving niet meer betaald dan de rijksvergoeding per leerling.


Gerelateerd:

Onze dochter met ASS in het regulier vwo - een persoonlijk verhaal

Geplaatst 11 mrt. 2018 10:12 door AutiPassend Onderwijs Utrecht

Een moeder uit een andere stad vertelt hoe haar dochter met autisme, dankzij een goede voorbereiding en goede begeleiding, al jaren met plezier naar een regulier gymnasium gaat. 

VSO of regulier? 

Op advies van de behandelend psycholoog hebben we onze dochter (met syndroom van Asperger) in groep 5 aangemeld bij het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Dan zou ze na groep 8 lang genoeg op de wachtlijst hebben gestaan om direct toegelaten te worden op het VSO. Onze dochter zag het zelf echter niet zitten om naar het VSO te gaan. “Daar zijn alleen maar jongens,“ was een van haar bezwaren. Ook de leerkrachten in het regulier basisonderwijs vonden dat ze meer capaciteiten had en wilden graag meewerken om haar door te kunnen laten stromen naar regulier voorgezet onderwijs. Met extra ondersteuning en begeleiding heeft onze dochter de basisschoolperiode goed doorlopen. De samenwerking tussen school, onze dochter en ons als ouders was uitstekend. Om ervoor te zorgen dat de overstap naar het voortgezet onderwijs goed zou verlopen zijn er in groep acht extra stappen gezet die zeker bijgedragen hebben aan het succes van deze overgang. Ik wil deze dan ook graag delen.

Welke school?

Bij het bezoeken van open dagen van het VO zijn we ook gesprekken aangegaan met aanwezige docenten en zorgcoördinatoren over begeleiding aan leerlingen met behoefte aan extra ondersteuning. Wat is er geregeld voor deze leerlingen? Op welke wijze? Hoe wordt er aangesloten bij de individuele vraag? Wie biedt de ondersteuning? Niet op elke school werd hier even gemakkelijk over gepraat of was de kennis bij docenten hierover paraat. Voor ons al een teken dat dit niet in de vezels zat bij het docententeam op deze school. Dit bepaalde mede de keuze voor de nieuwe school. De keuze van onze dochter (en van ons als ouders) viel uiteindelijk op een zelfstandig gymnasium. Dit o.a. omdat deze school kleiner en overzichtelijker is dan een grote scholengemeenschap. Het risico dat ze van school af moet als ze het niet haalt omdat ze niet op dezelfde school naar een lager niveau kan hebben we samen bewust genomen.

Welke ondersteuning?

Vóór aanmelding op de school hebben we als ouders een gesprek aangevraagd met de zorgcoördinator van de school. We voerden een open gesprek met de zorgcoördinator en een mentor van eerstejaars leerlingen. We hebben aangegeven wat de sterke kanten zijn van onze dochter, maar ook open en eerlijk benoemd wat haar struikelblokken zijn en wat voor haar moeilijk is. Naar aanleiding van deze zaken gaf de zorgcoördinator aan wat de school kon bieden aan ondersteuning. Tijdens dit gesprek zijn we uitgebreid met elkaar in gesprek gegaan of de mogelijkheden die school had aansloot bij de ondersteuningsvraag en op welke wijze er misschien meer mogelijk was. De zorgcoördinator gaf aan dat er op school relatief veel leerlingen met een vorm van autisme waren. Dat ze het in de meeste gevallen voor elkaar kregen om deze leerlingen voldoende te ondersteunen. Deze school werkt met een klasgenoot als buddy voor zorgleerlingen. Deze buddy is de steun en toeverlaat van deze leerling. Bij wisseling van de lessen bijvoorbeeld hoefde onze dochter alleen maar haar buddy te volgen om het volgende lokaal te vinden. Hierdoor kon ze zich beter afsluiten voor de grote hoeveelheid prikkels die er op zo’n moment zijn. De focus op 1 leerling werkt voor veel leerlingen prima was de ervaring van school. Ook onze dochter bleek hiermee geholpen te zijn.

Voorbereiding op de overstap

Toen duidelijk was naar welke school onze dochter zou gaan kreeg zij in groep acht van de basisschool extra informatie van haar ambulant begeleider op de basisschool over hoe het eraan toe gaat in het VO. Ze hebben hier samen diverse gesprekken over gevoerd, ze hebben samen informatie opgezocht op internet en hebben hier samen een werkstuk over gemaakt. Dit laatste is naderhand aan de rest van de klas gepresenteerd zodat ook andere klasgenoten hiervan konden profiteren.
Verder is er contact gezocht met het gymnasium en is de ambulant begeleider samen met onze dochter en een klasgenootje / vriendin die ook naar dezelfde school zou gaan een dagdeel naar het gymnasium gegaan terwijl er les werd gegeven. Zo had ze voor de start al een beeld hoe het er aan toe ging. Hoe druk het in de gangen en het trappenhuis is bij leswisselingen, hoe de kantine er uit ziet, wie de conciërge is, etc. Dit heeft er zeker aan bijgedragen dat ze met meer zelfvertrouwen op deze school begon.

Het 1e jaar

In het eerste leerjaar was "passend onderwijs" nog niet ingevoerd en had onze dochter nog het zogenoemde “rugzakje”: extra budget voor individuele leerlingen met een zorgvraag. Hieruit kreeg de mentor extra tijd voor begeleiding van onze dochter. Ook werd uit dit budget begeleiding van een ambulant begeleider betaald. De extra tijd van de mentor werd o.a. gebruikt om de vinger aan de pols te houden d.m.v. begeleidingsgesprekken, samen achterhalen wat goed ging en waar ze tegenaan liep. De aandachtspunten werden doorgespeeld naar de ambulant begeleider die samen met de mentor en onze dochter dan zochten naar passende oplossingen.

Het gymnasium heeft ook enkele voorzieningen die voor alle leerlingen met autisme gelden. Zo is er een groep op school waarin leerlingen met ASS elkaar kunnen ontmoeten indien ze daar behoefte aan hebben. Leerlingen met autisme kunnen in klas 1 en, indien nodig, in klas 2 gedurende de eerste schoolweken extra worden begeleid. Ze komen samen, onder begeleiding van een interne begeleider, om de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs (en van klas 1 naar 2) beter te laten verlopen. Na de begeleiding in de eerste schoolweken wordt in overleg met betreffende leerlingen, de begeleider, de jaarlaagcoördinator en de zorgcoördinator bekeken of de bijeenkomsten voortgezet moeten worden en met welke regelmaat.

 
Alle 1e jaars leerlingen worden begeleid door een 5e jaars leerling. Als een soort maatje is deze 5e jaars leerling een aanspreekpunt voor een groepje van 5 eersteklas leerlingen.
Vanuit het budget van ‘het rugzakje’ was er drie keer per jaar een voortgangsoverleg tussen de ambulant begeleider, onze dochter en ons als ouders: in het begin, halverwege en aan het einde van het schooljaar. Verder waren er 2x per jaar extra gespreksmogelijkheden voor de ouders met de mentor om e.e.a. te bespreken.

Onze dochter kreeg als buddy in de klas haar vriendin die ze al heel lang kent. Zij was om die reden speciaal bij haar in de klas geplaatst! Er is vooraf contact opgenomen met deze buddy met de vraag of zij hier voor open stond. Zelf hebben we contact opgenomen met de ouders van deze buddy. Voor ons makkelijk omdat we hen al goed kennen. We hebben gevraagd of zij er ook achter stonden dat hun dochter buddy werd van onze dochter. Ook hebben we gevraagd om het aan ons en school door te geven als ze de indruk kregen dat het voor haar een belasting was om buddy te zijn. Gelukkig heeft zij deze rol vanzelfsprekend en op natuurlijke wijze opgepakt. Ze waren tenslotte al lang vriendinnen en is het nooit een belasting geweest. Achteraf bleek dat ze veel steun aan elkaar hebben gehad. Ook de buddy bleek het prettig te vinden dat ze alles samen aangingen en zij ook het gevoel had daardoor niet alles alleen te moeten uitzoeken, terwijl zij toch voornamelijk degene was die het voortouw nam.

De ambulant begeleider heeft met de informatie die ze ontvangen had van de basisschool, van onze dochter en van ons als ouders een hand-out samengesteld met tips hoe docenten het beste onze dochter konden benaderen en begeleiden. Dit alles op 1 A4 die ze aan alle docenten die onze dochter les gaven heeft uitgereikt. Op deze hand-out een aantal tips die voor veel leerlingen met ASS gelden maar wel allemaal van toepassing op onze dochter. Als onze dochter aangaf dat het contact of samenwerking met een bepaalde docent niet goed verliep, ging de mentor en/of de ambulant begeleider met deze docent het gesprek aan. Daarbij werd gewezen op de hand-out en gevraagd of deze docent nog extra ondersteuning nodig had bij de omgang en ondersteuning van onze dochter. Dit bleek een zeer effectieve werkwijze te zijn!

De volgende jaren

Elk nieuw schooljaar zorgt de ambulant begeleider van school ervoor dat alle docenten die dat jaar lesgeven aan onze dochter de hand-out ontvangen die er is opgesteld. Elk jaar is even kort overleg met onze dochter af de hand-out bijgesteld moet worden of dat het zo kan blijven. 

Na de invoering van het Passend Onderwijs was er geen individueel budget meer voor extra begeleiding van leerlingen. Het budget dat de school kreeg om zorgleerlingen extra te begeleiden was voor alle zorgleerlingen samen en was kleiner dan alle voormalige budgetten samen. Omdat de school de begeleiding en ondersteuning aan de leerlingen op niveau wilde houden is contact gezocht met de ouders. Dit met de vraag of wij ermee akkoord gingen dat er ‘bezuinigd’ werd op het oudercontact. De oudercontacten waren niet meer 3 à 4 keer per jaar een gesprek op school met mentor en ambulant begeleider. In plaats daarvan kwamen telefonische gesprekken en werden we via email op de hoogte gehouden. Uiteraard bleef er de mogelijkheid indien nodig om face-to-face in gesprek te gaan of tussendoor contact op te nemen indien nodig. En uiteraard de reguliere 10-minutengesprekken met mentoren en docenten. Dit kostte de mentor en ambulant begeleider minder tijd aan oudercontact en zo kon men de begeleiding aan de leerlingen op peil houden. Een werkwijze die prima werkte in ons geval. 

De begeleiding van de ambulant begeleider bestond niet alleen uit gesprekken, maar ook uit daadwerkelijke begeleiding en ondersteuning. Zo heeft ze 4 jaar lang ondersteuning gehad bij het maken van planningen van huiswerk en toetsen. Ze hebben samen gewerkt aan vergroting van weerbaarheid en zelfvertrouwen van onze dochter. Ze heeft tips ontvangen over samenwerking met andere leerlingen en ondersteuning als de communicatie met andere leerlingen moeizamer verliep. Ook heeft de ambulant begeleider samen met onze dochter gesprekken gevoerd met docenten die groepsopdrachten gaven in hun lessen, wanneer de samenwerking in deze groepjes moeilijkheden opleverden. Samen werd dan gekeken naar passende oplossingen. 

Wij hebben als ouders elk nieuw schooljaar aan het begin van het schooljaar een gesprek aangevraagd met de nieuwe mentor. We hebben gesprekjes gevoerd over de sterke kanten van onze dochter en haar ondersteuningsvragen. Openheid hierin werd door alle mentoren op prijs gesteld. Dit heeft als voordeel dat als er iets voorvalt op school of we ergens vragen over hebben, we gemakkelijk contact op kunnen nemen met de mentor. De lijnen blijven kort. 

Resultaat

Bovenstaand heeft ertoe geleid dat ze het tot nu toe goed heeft gered op het gymnasium. Dat ze met plezier naar school gaat, haar zelfvertrouwen is gegroeid en ze weerbaarder is geworden in contacten met medeleerlingen. Ze heeft geleerd om om hulp te vragen, zowel aan medeleerlingen als aan docenten. Dit laatste heeft er toe geleid dat er een aantal docenten zijn die in pauzes of na schooltijd bereid zijn om extra uitleg te geven over de lesstof als dat nodig is.

Verder is er ook gebruik gemaakt van haar interesses en sterke kanten. Zo heeft een van de docenten haar benaderd om in commissies te zitten voor buitenschoolse activiteiten. Werk dat ze met veel plezier en met veel inzet doet. Ook dit is goed geweest voor haar zelfvertrouwen.

Anoniem i.v.m. privacy dochter, volledige naam bekend bij het bestuur


Gerelateerd:

Hoe rijk is mijn samenwerkingsverband passend onderwijs?

Geplaatst 21 jan. 2018 08:10 door AutiPassend Onderwijs Utrecht

https://fusiontables.google.com/embedviz?q=select+col2%3E%3E0+from+1aHAV5axGJTJmrY_3gVjy5wSM4Vnxczk5EYDSlaEH&viz=MAP&h=false&lat=52.25275642420906&lng=5.535174070312451&t=1&z=8&l=col2%3E%3E0&y=2&tmplt=2&hml=KML
Het Onderwijsblad bracht in kaart hoeveel geld de samenwerkingsverbanden (swv's) op de plank hebben liggen. Je kunt op het kaartje klikken om te zien hoeveel dat is in het swv van jouw gemeente. Dat geld hebben zij van het rijk ontvangen om passend onderwijs in hun regio te financieren. De meeste swv's hebben daar in 2016 geld van overgehouden: hoe groener op de kaart, hoe meer ze over hadden in verhouding tot hun totale vermogen.

Bekijk de interactieve kaarten:
(bron: AOb, bron cijfers: DUO)

In de regio Utrecht zijn vrijwel alle samenwerkingsverbanden voor het voortgezet onderwijs groen (groot eigen vermogen), een uitzondering is Qinas (Hilversum en het Gooi): zij hebben een beperkt eigen vermogen, dat zou kunnen komen doordat ze meer geld hebben uitgegeven aan passend onderwijs. Wij zien daar dat er de laatste jaren nieuwe onderwijsmogelijkheden zijn ontstaan zoals vso Elan College in Bussum en de structuurklas van het Erfgooiers College in Huizen, wat wij goede ontwikkelingen vinden. Wij hopen dat andere swv's in de regio hun overgebleven geld ook gaan gebruiken om nieuwe vormen van passend onderwijs op te zetten en/of meer maatwerk te bieden om individuele leerlingen binnenboord te houden.

Wil je meer weten over hoeveel geld er per leerling is, lees dan ons artikel Bedrag per leerling voor passend onderwijs.

VO Utrecht en Stichtse Vecht

Het passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs in de gemeenten Utrecht en Stichtse Vecht wordt gefinancierd via swv Sterk VO. 

Uit de jaarverslagen van Sterk VO verzamelden wij cijfers over de algemene reserve: hoe die groeide in de loop der jaren door het geld van passend onderwijs dat overbleef. In het diagram zie je dat er elk jaar een bedrag wordt toegevoegd aan de algemene reserve, wat afkomstig is van de rijksbijdragen voor passend onderwijs.
De algemene reserve van Sterk VO was eind 2016 gegroeid tot € 2,2 miljoen.

Het is goed om te weten dat als het passend onderwijs budget van je school op is, het samenwerkingsverband van scholen nog een reserve kan hebben waar aanspraak op gemaakt kan worden. De vorige staatssecretaris gaf aan dat "niet zo kan zijn zijn dat samenwerkingsverbanden hun middelen nog niet of niet geheel hebben besteed, en ondertussen kinderen geen passende plek kunnen krijgen vanwege een tekort aan geld."

Bronnen:

Nieuwe gespreksgroep ouders pubermeiden met autisme in De Bilt

Geplaatst 7 jan. 2018 02:58 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 7 jan. 2018 05:12 bijgewerkt ]

Uit de nieuwsbrief januari 2018 van NVA Utrecht: 

Autisme uit zich bij meisjes anders dan bij jongens. Een aantal sociale en persoonlijke factoren dragen ertoe bij dat meisjes de symptomen van ASS beter maskeren of compenseren dan jongens. Meisjes lijken communicatief vaardig en sociaal georiënteerd. Toch lopen ze vaak vast in de pubertijd. Op de middelbare school worden situaties complexer en onoverzichtelijker. Meisjes doen hun best om aan alle verwachtingen van hun omgeving te voldoen. Zij lijken alles met gemak te kunnen en worden daarom onbedoeld overvraagd door hun omgeving. Zeker als ze intelligent zijn. Dat leidt tot ernstige stressklachten en kan uitmonden in negatief internaliserend gedrag.

Voor ouders van pubermeiden met ASS met een normale tot hoge intelligentie, start er een gespreksgroep in De Bilt. Het doel van de gespreksgroep is om ouders met elkaar in contact te brengen en gelegenheid te bieden om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. De gespreksleider is een ervaren procesbegeleider en zelf ouder van een puberdochter met een stoornis in het autismespectrum.

De bijeenkomsten vinden 1 x per kwartaal plaats op een avond. In een veilige omgeving kunnen deelnemers ervaringen uitwisselen, gevoelens uiten en elkaar helpen met praktische tips en handvatten. Om er een leerzame en effectieve bijeenkomst van te maken wordt er gewerkt met intervisiemethodieken. De deelnemers bepalen met elkaar de onderwerpen van gesprek.

De groep start zodra er genoeg deelnemers zijn. U kunt zich opgeven door naar het onderstaande emailadres te mailen. Ook als u vragen heeft, kunt u mailen. Niet-NVA-leden kunnen ook reageren. Na de eerste bijeenkomst is lidmaatschap NVA voorwaarde.

Reageren kan door te mailen naar nva-utrecht@live.nl.


Gerelateerd op deze site:

Werken aan een inclusievere maatschappij

Geplaatst 6 jan. 2018 06:47 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 23 jan. 2018 14:38 bijgewerkt ]

De coalitie Vanuit autisme bekeken publiceerde in november 2017 een praatplaat (volg de link voor meer uitleg) waarin mooi geïllustreerd wordt wat exclusie, separatie, aanpassing, integratie en inclusie betekenen voor het levensgeluk van mensen die het overkomt, en hoe duur de verschillende alternatieven zijn (hoe hoog de investering, hoe groot de besparing):


Natuurlijk hangt het erg van de individuele omstandigheden af wat haalbaar is. Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht is het ermee eens dat in grote lijnen de maatschappij beter af is als mensen met een handicap of beperking zo gewoon mogelijk mee kunnen doen met de maatschappij, dus zoveel mogelijk aan de rechterkant van dit schema, richting inclusie. Dit sluit ook aan bij de Maatschappelijke Business Case uit 2015, waarin werd aangetoond dat gemeenten miljoenen per jaar kunnen besparen als er ingezet wordt op betere ondersteuning van autisme, onder andere in het onderwijs.

Inclusief onderwijs als mensenrecht

In juli 2016 is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VRPH) in werking getreden in Nederland. Daarmee beloofde de Nederlandse regering om de wetgeving zodanig aan te passen dat mensen met een langdurige beperking of handicap op een inclusieve manier mee kunnen doen in de maatschappij.

Op 1 december 2017 publiceerde het College voor de Rechten van de Mens een rapport waarin wordt aangegeven hoe het daarmee staat. (Vanaf nu zullen ze dat 1 keer per jaar doen.) In het rapport concluderen ze "dat de Wet passend onderwijs en de Wgbh/cz [Wet Gelijke Behandeling] niet ontworpen zijn met het oog op het realiseren van inclusief onderwijs, zoals omschreven in artikel 24 van het VN-verdrag handicap. De opties van regulier en speciaal onderwijs blijven immers in stand."
Ze constateren ook dat leraren zich vaak handelingsverlegen voelen als het gaat om kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. "Tegelijkertijd is het aanleren van vaardigheden om leerlingen met een beperking onderwijs te kunnen bieden en differentiatie naar ondersteuningsbehoefte niet in het algemene curriculum van de meeste lerarenopleidingen opgenomen. Zij bieden dit slechts als keuzemodule aan."

"In de praktijk betekent dit nog steeds dat scholen voor leerlingen met een beperking slechts relatief kleine aanpassingen kunnen doen, zoals een koptelefoon, technische hulpmiddelen of extra individuele begeleiding. Meer structurele aanpassingen, denk aan extra time-outruimtes, kleinere klassen, meer handen in de klas, flexibele roosters of intensieve zorg, worden als onevenredig belastend gezien."

De aanbeveling van het College van de Rechten van de Mens voor de regering luidt daarom:

"Neem in onderwijswetgeving een duidelijke definitie op van inclusief onderwijs die strookt met het VN-verdrag handicap en het Kinderrechtenverdrag en hanteer inclusief onderwijs als uitgangspunt voor het onderwijsbeleid."


Reacties van belangenorganisaties


In1School, onze partner voor inclusief onderwijs, reageert met het artikel Veranker inclusief onderwijs in wetgeving en beleid. In1School schrijft ook over een recent promotieonderzoek van Teije van der Bij dat aantoont dat alle kinderen profiteren van inclusief onderwijs.

Gerelateerde pagina's van onze site

De 10 langst gelezen (dus beste?) pagina's van 2017

Geplaatst 5 jan. 2018 16:01 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 7 jan. 2018 00:48 bijgewerkt ]

Dit jaar wilden we weten welke pagina's zo gewaardeerd werden, dat ze minutenlang bestudeerd werden. Dat geeft wat ons betreft een betere indicatie van de kwaliteit dan alleen maar hoeveel mensen het aangeklikt hebben en misschien gelijk weer vertrokken zijn! Deze aanpak leverde een verrassend resultaat. 

Top 10 van meeste tijd doorgebracht op pagina

De pagina's moesten minimaal 250 bezoekers gehad hebben om mee te tellen. Omdat we deze top 10 zo interessant vonden hebben we het alsnog voor voorgaande jaren bepaald, daarom zie je tussen haakjes de notering van vorig jaar. Wat opvalt is dat de top 4 bestaat uit pagina's die in 2017 nieuw zijn toegevoegd aan deze site, en dat deze top 10 veel meer varieert van jaar tot jaar dan de top 10 van paginabezoeken (voor de lijstjes van vorige jaren, zie de links onderaan deze pagina).

Ter vergelijking toch ook maar even bekeken welke pagina's het meest aangeklikt zijn, met tussen haakjes de notering van vorig jaar:

De Top 10 van meest bekeken pagina's

  1. Overprikkeling en onderprikkeling - wat is het en wat doe je eraan? (1)

  2. Autisme en hoogbegaafdheid (3)
  3. Tips bij autisme en Asperger op de middelbare school (2)
  4. Wanneer speciaal en wanneer regulier VO? Welk type school? (5)
  5. Nieuw in Utrecht: reguliere havo/vwo met klassen van 16! (-)
  6. Martine Delfos over mentale leeftijden (6)
  7. School-voorbeelden rondom Utrecht (4)
  8. Autisme op reguliere havo/vwo is... (10)
  9. Apps voor middelbare scholieren met autisme (7)
  10. Thuiszitters: aantallen zoals opgegeven door de overheid (9)

    En omdat de top 10 elk jaar zo'n beetje hetzelfde is, willen we ook wel eens weten welke pagina's op plaats 11 t/m 20 staan:

  11. Bedrag per leerling voor passend onderwijs
  12. School-voorbeelden in Nederland
  13. Tussen basisschool en brugklas: mogelijkheden voor een tussenjaar
  14. Autisme bij meisjes komt vaker voor dan gedacht, en is significant anders
  15. Is een diagnose autisme een voordeel of een nadeel?
  16. Wat doen wij?
  17. Berg en Bosch College in Bilthoven
  18. Elan College in Bussum
  19. Preventiepiramide: keuzemenu voor scholen
  20. AutismeBelevingsCircuit (ABC)
Gerelateerd:

Meetinstrument voor kwaliteiten bij autisme

Geplaatst 3 jan. 2018 10:52 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 17 jan. 2018 03:15 bijgewerkt ]

Bij diagnostisch onderzoek wordt vaak alleen gekeken naar beperkingen, terwijl het juist ook van belang is om de positieve eigenschappen van mensen met ASS in kaart te brengen. Om die reden heeft het Autisme Expertisecentrum in Eemnes de 'Vragenlijst naar eigenschappen en kwaliteiten' ontwikkeld. Deze vragenlijst is een hulpmiddel bij het inschatten van de kwaliteiten van (volwassen) mensen met ASS. (bron: anneliesspek.nl)

Wij denken dat dit ook goed gebruikt kan worden voor jongeren met autisme en havo/vwo-niveau, maar geloof ons niet, probeer het zelf!

Hoe werkt het?

Ga naar de pagina Kwaliteitenvragenlijst op anneliesspek.nl, waar je zowel de vragenlijst (pdf) als de handleiding (pdf) kunt downloaden. Vraag de persoon met autisme om de vragenlijst in te vullen, en met behulp van de handleiding kun je dan uitrekenen hoe er gescoord wordt op de volgende kwaliteiten:
  • doorzettingsvermogen
  • detailgericht
  • geheugen
  • nieuwsgierigheid/leergierigheid
  • rechtvaardigheid/eerlijkheid
  • analytisch
  • muziek/kunst
  • natuur/dieren
  • creativiteit
  • loyaliteit
  • humor

Rekenhulp

AutiPassend Onderwijs Utrecht heeft een rekenhulp gemaakt: als de vragenlijst van anneliesspek.nl door iemand is ingevuld, kunnen de resultaten overgenomen worden in dit spreadsheet: Rekenhulp meetinstrument kwaliteiten. Op het tweede tabblad is dan per eigenschap de gemiddelde score te vinden, en zijn de vragen/antwoorden per eigenschap gegroepeerd. Als de gemiddelde score 4 of hoger is, staat het woord "Kwaliteit" erbij vermeld. Deze rekenhulp is een aanvulling, geen vervanging, voor de handleiding van anneliesspek.nl: daarin staat namelijk een uitgebreide toelichting en een voorbeeld verslaglegging.

Achtergrond

De kwaliteitenvragenlijst is ontwikkeld door Lisa van Impelen, Vivian Snouckaert en Annelies Spek (2017). Dit meetinstrument lijkt een vervolgstap op de promotie van Annelies Spek (2010), waarbij ze onderzocht hoe talenten als systematisch denken, weinig fouten maken en oog voor detail het best in kaart te brengen zijn. Ze concludeerde onder andere dat zelfrapportage instrumenten een adequate inschatting kunnen geven van detailgerichtheid. Voor meer informatie zie de Nederlandstalige samenvatting en het volledige proefschrift Cognitive profiles of adults with high functioning autism (HFA) and Asperger syndrome.

Ook interessant:

Nieuwe cijfers over onderwijs voor kinderen met autisme in Nederland

Geplaatst 3 jan. 2018 07:04 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 3 jan. 2018 07:08 bijgewerkt ]

In december 2017 publiceerde het Nederlands Autisme Register (NAR) nieuwe cijfers. Het NAR is een samenwerking tussen de Vrije Universiteit en de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Op de site van NVA staat een samenvatting van de resultaten. Wij citeren hier de conclusie van het NVA over de onderwijscijfers van NAR 2017:

Onderwijscijfers in NAR 2017

(bron: NVA)

Eén cijfer springt er onmiddellijk uit: 7 procent van de kinderen en jongeren met autisme onder de 16 jaar volgt helemaal geen onderwijs. Onbekend is in hoeverre het hierbij gaat om kinderen met een verstandelijke beperking en/of een vrijstelling van de leerplicht. ‘Het is schokkend dat nog altijd zoveel kinderen met autisme geen onderwijs krijgen’, zegt Wijnker [Bernadette Wijnker van NVA]. ‘Blijkbaar zijn de problemen voor deze doelgroep in het onderwijs nog altijd heel hardnekkig, en wordt de belofte van passend onderwijs voor hen niet waargemaakt.’
55 Procent van de kinderen met autisme gaat naar het speciaal onderwijs, 49 procent naar het voortgezet speciaal onderwijs.

63 Procent van de ouders van kinderen met autisme vroeg in 2016 om hulp op het gebied van onderwijs, bijna de helft kreeg hier geen of slechts een gedeeltelijk passend antwoord op. Veelgenoemde redenen: de gevraagde ondersteuning was te duur of niet beschikbaar. Wijnker: ‘Er is bijvoorbeeld veel te weinig aanbod voor leerlingen met een hoog IQ en autisme.’

(bron: NAR)
Diagram uit de NAR-deelrapportage over ouders van kinderen met autisme:


Oproep NAR

Wil je ook deelnemen aan het NAR? Voor kinderen tot 16 jaar worden de ouders gevraagd om deel te nemen. Kinderen van 16 jaar en ouder kunnen zelf deelnemen. Ook mensen zonder autisme worden nadrukkelijk uitgenodigd om deel te nemen (in verband met de controlegroep). Deelnemers met (kinderen met) autisme ontvangen een individuele terugkoppeling, over hoe hun autisme eruitziet in vergelijking tot andere deelnemers. Meld je hier aan.

1-10 of 96