Onze argumenten voor het Wetsvoorstel Invoering Leerrecht

Geplaatst 29 nov. 2020 07:03 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 3 jan. 2021 06:03 bijgewerkt ]
D66 heeft een initiatiefwet geschreven om het leerrecht in de wet vast te leggen. Tot 15 januari 2021 is er een internetconsultatie waarbij iedereen kan reageren op dit wetsvoorstel invoering leerrecht. Daarna wordt het voorstel ingediend.

De Memorie van toelichting bij deze wet is het lezen meer dan waard. Daarin wordt goed uitgelegd wat er nu schort aan de mogelijkheden voor kinderen om onderwijs te krijgen, als geregeld schoolbezoek niet lukt op de manier waarop de scholen in de regio dat bieden.

Wij vinden het een goede zaak dat dit wetsvoorstel de mogelijkheden van een kind voor de ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens centraal stelt als criterium voor het recht op onderwijs. Eenieder die dit ook vindt, maar vragen heeft bij de uitwerking daarvan in dit wetsvoorstel, willen wij vragen om een reactie door te geven via de internetconsultatie. Doe dit vooral, zodat er uiteindelijk een wetsvoorstel komt dat onze kinderen echt leerrecht kan geven!

Wat houdt het Wetsvoorstel Leerrecht in?

Op dit moment gebeurt het te vaak dat kinderen uitvallen op school en zich niet goed verder kunnen ontplooien, terwijl ze misschien niet in staat zijn naar school te gaan, maar wel degelijk leerbaar zijn. Omdat de huidige wet stelt dat ouders strafbaar zijn als hun kind niet naar school gaat, en de ouders er niets aan kunnen doen als scholen niet het onderwijs bieden dat hun kind nodig heeft, worden op dit moment te veel vrijstellingen 5a gegeven, waarna hun recht op onderwijs helemaal is vervallen. Dit is in strijd met het Kinderrechtenverdrag artikel 29, dat aangeeft dat het onderwijs gericht moet zijn op de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind. 

Het wetsvoorstel invoering leerrecht pakt dit op drie manieren aan: 
  1. Een vrijstelling 5a mag alleen als een kind zich niet meer kan ontplooien zoals in het Kinderrechtenverdrag beschreven (en het is voldoende als de behandelend arts, aangedragen door de ouders, dat beoordeelt).
  2. Als school desondanks geen goed passend onderwijs biedt (zoals dat volgens de behandelaar nodig is) kan de gemeente, via de jeugdarts, maatregelen opleggen aan het onderwijs om alsnog het juiste passende onderwijs te creëren. Hierbij zijn wel een aantal randvoorwaarden nodig, zie hieronder.
  3. Bij dreigende uitval moet het samenwerkingsverband dit melden bij de jeugdarts, zodat die kan ingrijpen bij individuele gevallen en ook trends kan signaleren en hierover in gesprek gaan met het onderwijs in het kader van het creëren van een dekkend aanbod.
Nu hebben wij als ouderbelangenbehartigers al veel meegemaakt dat ondanks mooie formuleringen op papier het in de praktijk niet lukt om passend onderwijs te realiseren voor bepaalde kinderen, en dat ouders machteloos aan de kant worden geschoven. Met alle gevolgen voor hun kind en het gezin. Daarom zijn wij heel kritisch ten aanzien van de positie van ouders in nieuwe plannen om passend onderwijs te realiseren.

Waarom steunen wij dit wetsvoorstel?

Wij steunen dit wetsvoorstel om de volgende redenen:
  • Als een kind in staat is om zijn persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens te ontplooien, zou die door de overheid bekostigd onderwijs moeten kunnen volgen wat die ontplooiing mogelijk maakt, in lijn met het Kinderrechtenverdrag.
  • Ook bij een leerling die een onderwijsprogramma volgt op afstand van de school (bijvoorbeeld thuis, bij een speciale begeleider of bij een speciale organisatie) maar onder verantwoordelijkheid van de school waar hij staat ingeschreven, is er sprake van onderwijsdeelname. Dus ook maatwerk-onderwijs om een kind in staat te stellen zich te ontplooien, valt onder het door het rijk bekostigde onderwijs.
  • De behandelaar van het kind kan het beste beoordelen wat het kind nodig heeft. Ouders (en 16+ kinderen) kunnen zelf een behandelaar kiezen, zolang die een BIG-registratie heeft.
  • De huidige wet verplicht scholen en samenwerkingsverbanden alleen maar om een "zo passend mogelijke plaats" in het onderwijs te bieden (zie ook Reactie Balans en AutiPassend Onderwijs Utrecht op Wetsvoorstel Doorbraakaanpak) waarbij het onderwijs zelf bepaalt wat "zo passend mogelijk" betekent. Dat biedt het onderwijs de vrijheid om een plaats te bieden binnen het onderwijsaanbod dat ze al hebben, zonder een echt dekkend aanbod te creëren. Handhaving door de onderwijsinspectie van deze regel zal niet tot maatregelen kunnen leiden, want het voldoet altijd aan de wet die zegt dat het "zo passend mogelijk" moet zijn. Waarschijnlijk is dat de reden dat de rol van de inspectie bij het passend onderwijs zo beperkt is.
  • Er is een vorm van doorzettingsmacht nodig richting het onderwijs (dus niet richting ouders, die worden al genoeg onder druk gezet op allerlei manieren) om het onderwijs te dwingen zodanige aanpassingen in het onderwijsaanbod te maken dat het geschikt wordt voor alle kinderen die zich nog kunnen ontplooien.
  • Degene die de doorzettingsmacht krijgt, moet voldoende deskundigheid hebben om het advies van de behandelaar op waarde te kunnen schatten en te kunnen beoordelen of het rechtvaardigt dat het onderwijs onder druk gezet wordt (dat is geen kleinigheid!). 
  • Degene die de doorzettingsmacht krijgt, zal daarvoor soms privacygevoelige (medische) gegevens inzien, en daarom is het belangrijk dat de privacy goed gewaarborgd wordt. Ervaring leert ons dat medewerkers van scholen, samenwerkingsverbanden en leerplicht door hun meervoudige belangen dergelijke gegevens nogal eens misbruiken om ouders onder druk te zetten een niet passend onderwijsaanbod te accepteren. Daarom willen wij dat degene die de doorzettingsmacht krijgt, onafhankelijk is van onderwijs en de strafrechtelijke taak van leerplichtambtenaren. 
  • Als degene die de doorzettingsmacht krijgt het advies van de behandelaar niet volgt, of niet vertrouwelijk omgaat met de (medische) persoonsgegevens, of het onderwijs niet onder druk zet terwijl dat wel zou moeten, moet diegene daar op een relatief eenvoudige wijze op kunnen worden aangesproken door ouders, op zo'n manier dat diegene daar ook echt significant nadeel van ondervindt.
  • De huidige wet biedt al de optie dat een gemeente maatregelen oplegt als er gevaar is voor de gezondheid of pedagogische omgeving van kinderen. Dat is ook waar bepaalde coronamaatregelen op gebaseerd zijn. Op dit moment worden dergelijke maatregelen wel opgelegd aan gezinnen, niet aan scholen of samenwerkingsverbanden, maar volgens de wet is het ook mogelijk om maatregelen op te leggen aan het onderwijs. Degene die voor de gemeente beoordeelt wat er nodig is voor de gezondheid en pedagogische omgeving van kinderen is de jeugdarts. Een jeugdarts valt onder het medisch beroepsgeheim en onder het medisch tuchtrecht. Het medisch tuchtrecht is relatief eenvoudig door ouders in te schakelen en heeft bij een veroordeling een significante impact.
  • Een jeugdarts mag zelf geen diagnose stellen, dus zal logischerwijs in gesprek moeten gaan met kind, ouders en behandelaar en het advies van de behandelaar volgen. Als die dat niet doet dan kan het medisch tuchtrecht ingeschakeld worden.
  • De gemeente, waar de jeugdarts voor werkt, heeft er belang bij dat kinderen zich goed kunnen ontplooien via het onderwijs, omdat dat kosten voor de gemeente bespaart in jeugdhulp en volwassenenhulp (zie Maatschappelijke business case: investering in onderwijs bespaart gemeenten miljoenen per jaar). Ook zullen leerplichtambtenaren minder te doen krijgen.
  • De jeugdartsen zijn nu gewend om alleen maar een rol te spelen richting gezinnen, maar ze zijn capabel genoeg om met bijscholing ook het leerrecht van kinderen te kunnen dienen en maatregelen voor het onderwijs te formuleren. 
  • Als het onderwijs niet geneigd zou zijn om een dergelijke maatregel op te volgen, kan een rechtszaak gestart worden, maar wellicht dat ook de dreiging geen gemeentelijke subsidies meer te krijgen het onderwijs kan overtuigen om mee te werken.
Kortom, de jeugdarts kan in positie gebracht worden om het leerrecht af te dwingen richting het onderwijs, omdat de wet dat al toestaat, omdat zij onafhankelijk zijn van het onderwijs en de strafrechtelijke taken van leerplicht, en omdat zij een medisch beroepsgeheim hebben, en omdat zij onder het medisch tuchtrecht vallen, mits aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan:
  • Jeugdartsen worden bijgeschoold om te leren wat het leerrecht inhoudt en hoe zij ervoor moeten zorgen dat alle kinderen die kunnen leren, de mogelijkheid tot leren krijgen. Zij moeten zich zeker genoeg gaan voelen om het onderwijs onder druk te kunnen gaan zetten.
  • Financiën worden vrijgemaakt om extra te investeren in het onderwijs (en dat kan ook omdat elders geld bespaard wordt als dit ingevoerd wordt).

Wij zien dit Wetsvoorstel Leerrecht als een betere oplossing dan Wetsvoorstel Doorbraakaanpak, waarop wij forse kritiek hebben, zie Reactie Balans en AutiPassend Onderwijs Utrecht op Wetsvoorstel Doorbraakaanpak.