Nieuws‎ > ‎

Longread van Suzanne Boomsma: Mijn Odyssee door het onderwijs

Geplaatst 13 apr. 2017 14:19 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 13 apr. 2017 14:58 bijgewerkt ]
Het persoonlijke verhaal van een moeder van een autistische zoon
 
In deze longread vertelt Suzanne Boomsma, moeder van een begaafde autistische zoon en mede-oprichter van AutiPassend Onderwijs Utrecht, op openhartige wijze haar ontluisterende verhaal (in 8 episodes) over haar gang langs ontelbare scholen. Na elke episode vertelt zij wat zij ervan heeft geleerd.

Herinneringen aan mijn eigen schooltijd

"Toen ik vijftien jaar geleden mijn enige zoon kreeg, had ik nooit kunnen voorspellen dat ik mij in verband met hem zo intensief zou gaan bezighouden met het Nederlandse onderwijs. Zelf zat ik in de jaren zestig en zeventig op christelijke scholen, en vanuit die ervaring keek ik naar het onderwijs van mijn zoon.

Mijn eigen basisschool, het Christelijk Instituut Brandsma, kende strenge, haast militaire tucht, maar ook rechtvaardigheid. Toen mijn eerste, onervaren, juf mij elke dag vastbond omdat ik zo beweeglijk was, en mijn ouders daar achterkwamen, werd ze onmiddellijk ontslagen. Hierdoor bleef mijn vertrouwen in juffen en meesters in takt.

Na de basisschool ging ik, net als mijn broer en zussen, zonder loting naar de enige christelijke middelbare school in ons dorp, waar mijn vader in het schoolbestuur zat. Toen ik langdurig ernstig ziek werd, kwamen de docenten één voor één bij ons thuis om mij het schoolwerk uit te leggen en om toetsen af te nemen. En toen ik later meedeed aan de kerkmusical en andere muziekuitvoeringen, was het geen probleem om hier vrij voor te krijgen, want "We zijn op deze aarde om onze talenten te gebruiken".

School was een deel van mijn leven en bewoog met mij mee als mijn leven een andere wending nam. School was ook de plek van gezaghebbende leraren, die met de klas spraken over politiek en toekomstverwachtingen. De gesprekken op school zetten zich voort aan de keukentafel thuis, op zondag na de kerk en op maandag weer in de klas. Het was een overzichtelijke wereld waarin de leraar en de schooldirecteur autoriteiten waren, en waarin goed voor mij werd gezorgd zodat ik met zelfvertrouwen mijn gymnasiumdiploma kon halen."

Mijn les:
Als ouder heb je een beeld van je eigen schooltijd in je hoofd en dat neem je mee naar de school van je eigen kind. Hierdoor kan je cruciale signalen missen of te naïef of juist te kritisch reageren. Expliciteren van beelden en verwachtingen helpt in het onderlinge contact tussen school en ouder.


Mijn zoon gaat naar school en krijgt een wond in zijn hart

"Met mijn zoon liep het 42 jaar later heel anders. Hij ging naar de openbare school in de buurt omdat zijn buurvriendjes er ook allemaal naar toe gingen. Toen mijn zoon pas drie maanden was moest ik hem al aanmelden, vanwege de populariteit van deze school in een opkomende stadswijk. Mijn zoon had direct een boezemvriend, maar dat veranderde in groep 3: zijn klas was erg groot en divers geworden (33 leerlingen), wat bijna niet te doen was voor de twee parttime werkende juffen die voor de klas stonden. Bij de ene juf ging het goed, maar bij de andere was het chaos. Alle ouders klaagden hierover, maar de toenmalige directeur kon er niet veel aan veranderen. Toen viel de ene na de andere juf uit; of omdat ze zwanger was, of door burn out. Uiteindelijk kreeg deze klas vanaf groep 6 ervaren meesters die fulltime voor de klas stonden. Ook werd er een nieuwe schooldirecteur benoemd. En toen kwam er weer rust.

Maar die mooie tijd heeft mijn zoon helaas niet meer mee kunnen maken. Want in groep 3 kwamen de eerste fricties tussen mijn zoon en zijn vriendjes vanwege een zeer dominante jongen die sociaal veel handiger was. Hij gaf instructies die mijn zoon vervolgens opvolgde, met als gevolg dat hij werd gepest.

Ook verveelde mijn zoon zich op school, waardoor hij lastiger werd in de klas. Voor 'zijn rust' besloten de juffen hem achter een scherm te zetten. Mijn zoon werd er alleen maar onrustiger van; hij stond nu naast het scherm om te kunnen zien wat er allemaal in de klas gebeurde. Deze 'aanpassing' werkte dus niet, maar vormde wel het begin van zijn uitsluiting in de klas."

Mijn les:
Lastig gedrag bij een kind heeft altijd te maken met de interactie met de omgeving. We zijn geneigd de oorzaak uitsluitend bij het kind te zoeken, en bijvoorbeeld niet bij de leerkracht die moeite met een kind kan hebben of niet begrijpt wat het nodig heeft. Opvallend is dat uit veel verhalen van ouders blijkt dat de ene leerkracht wel een klik heeft met hun kind en de andere niet. Leerkrachten zijn dan niet geneigd om bij elkaar te rade te gaan: hoe ga jij om met dit kind? Kan ik daarvan leren? Dit zou je van professionals wel mogen verwachten.


Expertise in huis halen of het kind uitsluiten? 

"De school besloot een uitgebreide test bij mijn zoon af te nemen, inclusief observaties in de klas door de schoolbegeleidingsdienst De hoge rekening voor deze test moesten wij ouders zelf betalen. De orthopedagoog maakte een gedegen rapport met achterin één A4-tje [klik hier om dit A4-tje te bekijken] met instructies voor leerkrachten over hoe ze het beste om kunnen gaan met mijn zoon. Het belangrijkste was dat hij wist wat hij moest doen (duidelijke instructie), dat hij mocht meedenken over oplossingen van problemen en dat hij pluswerk kreeg vanwege zijn hoge IQ.
Ook moest mijn zoon van de orthopedagoog gewoon weer in de klas zitten, dus zonder scherm, en moesten de onrust en het pesten in zijn klas worden aangepakt. Autisme had hij zeker niet. Ook de door mij geconsulteerde jeugdarts en kinderpsycholoog bevestigden dit. "Nee, zeker geen autisme want hij kijkt je aan en hij heeft humor."
Ik regelde met school dat mijn zoon één dag in de week naar de plusklas op een andere school kon, met een juf die om wist te gaan met leerlingen zoals mijn zoon. Het klikte goed. Hij genoot ervan om met zijn eigen projecten bezig te zijn zoals de forten op Malta of de zwaarden van de Samurai.
Helaas werden de aanbevelingen van de schoolbegeleidingsdienst niet uitgevoerd, op het weghalen  van het scherm na. Ook de juf in groep 5 had haar eigen beleid en las geen rapporten. De intern begeleider was het daar helemaal niet mee eens, maar de schoolleider liet het gaan. Het pesten ging door en de uitsluiting werd ernstiger dan ooit doordat andere ouders zich ermee gingen bemoeien en mijn zoon ook buiten school niet meer met 'zijn vriendjes' mocht spelen. Mijn zoon werd de zondebok, ook bij de juf die hem, zo bleek later, psychisch mishandelde door hem voortdurend te kleineren in de klas, tegen hem te schreeuwen of hardhandig op de gang te zetten.

Dit gedrag van de juf en de conflicten tussen mijn zoon en zijn klasgenoten moesten worden aangepakt, maar in plaats daarvan verklaarde de schoolleider de school 'handelingsverlegen'. Nadat mijn zoons vaste juf vertrok in verband met zwangerschap, bleken ook de invaljuffen niet in staat het pesten tot staan te brengen.
Mijn zoon - die altijd een actieve, vrolijke en leergierige jongen was die in de zomer nog met een vriendje mee op vakantie naar Frankrijk was gegaan - werd angstig, kreeg allerlei stressverschijnselen, wilde niet meer naar voetbal, sloot zichzelf op en wilde na het zoveelste pestincident uiteindelijk helemaal niet meer naar school. Hij had een wond in zijn hart en wilde dood … want alles was zijn schuld. Zijn vader en ik waren voortdurend voor hem opgekomen op school , maar onze gesprekken liepen op niets uit. Er bleek teveel onwil (onmacht?) bij de juffen, de schoolleider en de ouders van zijn vriendjes. Wij waren de wanhoop nabij. Ik moest stoppen met mijn werk en met mijn eigen bedrijf. Mijn zoon had me nodig. Gelukkig hadden we een financiële buffer - die is in de loop der jaren wel geslonken."
 
Mijn les:
Het onderwijs zou zich veel bewuster moeten zijn van de morele gevolgen van het eigen handelen, zoals zichtbare voor- of afkeuren voor bepaalde kinderen. Bijna alle kinderen willen naar school omdat ze erbij willen horen, zij willen zeker niet gepest of buitengesloten worden. Dat geldt ook voor hun ouders. Negatieve oordelen over hun kind, maken ouders (ook als opvoeder) kwetsbaar en onzeker.
Als je nooit van een leerkracht hoort, dat je kind de moeite waard is, wordt het ouderschap zwaar. 


Toch een diagnose

"Intussen was ik naar de Jeugd-GGZ gegaan en daar kreeg mijn zoon toch de diagnose autisme, met de kanttekening dat hij was gefnuikt door de voortdurende 'machteloze ellende' op school. En dat traumabehandeling op zijn plaats was. We zochten in overleg met school naar een alternatief, en door de goede ervaringen met de plusklas werd dat een basisschool die zou starten met Leonardoklassen. Ik had hem het liefst naar een gewone 'warme' basisschool in de buurt gestuurd, maar ik kon er geen vinden die hem wilde hebben.
 
Na de zomer ging mijn zoon vol goede moed naar deze nieuwe school, maar daar kreeg hij als jongste in de net gestarte Leonardoklas (met andere getraumatiseerde kinderen) weer te maken met pesten, met chaos en nu ook met het lawaai van kleuters op het schoolplein. En met elke maand een andere juf, die nog moest wennen aan deze complexe klas en dit nieuwe concept. Het autisme van mijn zoon vond men geen probleem ("Dat doen we er wel bij") maar ook hier werden de instructies van zijn A4-tje niet uitgevoerd. Want zelfredzaamheid en 'kanjeropdrachten' behoren tot het didactisch concept van de Leonardoklas, maar waren juist niet wat mijn getraumatiseerde zoon op dat moment nodig had.
Opnieuw durfde mijn zoon niet naar school. We gingen hem elke dag naar school brengen en een keer was hij zo bang dat hij op het schoolplein in zijn broek plaste. Er kwam psychologische hulp op school, hielp niet. Zijn vader kwam op school, hielp niet. Zijn weerstand werd steeds erger."

Mijn les:
Een GGZ-diagnose zegt nog niets over wat een kind op school aan ondersteuning nodig heeft. Kinderen met precies dezelfde diagnose kunnen totaal verschillende ondersteuningsbehoeften hebben. Deze behoeften staan niet in de leerboeken, maar worden samen met het kind ontdekt. Daarbij zijn de ervaringen en adviezen van de ouders (of de kinderopvang) ontzettend behulpzaam. Het gaat vaker om simpele aanpassingen in de schoolorganisatie (zoals het bieden van overzicht en veiligheid), dan om 'zware zorg' voor het kind. In de praktijk kan een diagnose misleidend zijn en de aanpak onnodig complex maken.
De opvattingen in het onderwijs over gemiddelden, afwijkingen en correcties doen ook geen recht aan hoe verschillend kinderen zich eigenlijk ontwikkelen.

Gerommel met uitschrijvingen en leerbaarheid

"De school met Leonardoklassen gaf aan handelingsverlegen te zijn, maar mijn zoon kwam niet in aanmerking voor een rugzak. Wat nu? Mijn zoon kon niet meer naar school en werd een thuiszitter zonder onderwijs. Ik nam een onderwijsconsulent in de arm en die zorgde voor een razendsnelle 'REC-indicatie' en een plek in het speciaal onderwijs (de autischool). Alleen kon mijn zoon daar pas in het nieuwe schooljaar beginnen - hij moest negen maanden wachten. Met een rugzak naar een reguliere school gaan was nu uitgesloten, mijn zoon was te complex geworden. Het werd dus thuisonderwijs voor groep 6. De leerplichtambtenaar adviseerde mij om wat boekjes te kopen bij het Centraal Boekhuis en een student te regelen.
Mijn zoon bleek een absoluut verzuimer te zijn, hij was direct uitgeschreven. Zonder dat ik het wist, maar wel met medewerking van de leerplichtambtenaar, zodat zijn plaats in de dure Leonardoklas direct kon worden opgevuld. En ik werd gebeld door een jeugdarts die checkte of mijn zoon nog leerbaar was. Deze jeugdarts kende mijn zoon niet, maar al na vijf minuten zei ze dat het dossier aangaf dat hij niet leerbaar was. Dat was gunstig voor ons, zei ze, want dan konden we een PGB aanvragen bij de gemeente om hem thuisonderwijs te geven.
De arts overdonderde me en ik zei: "Oké". Maar ik dacht: "Hoe kan dat nou met een IQ van 135?" En ook: "Ontheffing Leerplicht 5a, wat is dat?" Maar ik was de moeder van mijn ongelukkige zoon, en ik zorgde dat het thuisonderwijs werd geregeld, dat er begeleiders en schoolboekjes kwamen (op het laatst van zijn nieuwe autischool en daarin waren de rekenboeken nog in guldens!) en zelfs dat er een ambulant begeleider thuis kwam om CITO-toetsen af te nemen (wat eigenlijk niet mocht omdat mijn zoon bij geen enkele school hoorde), want leren deed mijn zoon heel goed.
 
In dat jaar durfde mijn zoon alleen nog in de tuin te komen. Ik kocht een lief hondje voor hem, een levende knuffel.
We maakten er het beste van, maar we leefden als gezin in een isolement. Er kwamen geen vriendjes meer, mijn zoon ontving geen uitnodigingen meer voor verjaarsfeestjes en er kwam steeds minder bezoek over de vloer. Niemand van mijn familie of vrienden durfde mijn autistische zoon nog alleen uit te nodigen. Ik vond het ouderschap heel zwaar en deze periode heeft mijn wereldbeeld voorgoed veranderd. Ik begrijp nu hoe het is om je een vreemdeling te voelen in Nederland."

Mijn les:
Mijn vertrouwen in de vanzelfsprekende professionaliteit en zorgzaamheid van scholen, jeugdartsen en leerplichtambtenaren voor kinderen heb ik verloren. Een paar jaar later wilde men dezelfde truc van de ontheffing van leerplicht uithalen, maar toen heb ik dat geweigerd. Want intussen was ik veel beter geïnformeerd, was in 2014 bovendien passend onderwijs ingevoerd en wist ik dat scholen zorgplicht hebben. Sindsdien wil ik alles weten over wet- en regelgeving in het onderwijs zodat ik als ouder nooit meer word overdonderd of verkeerd word voorgelicht.
Ook weet ik dat een gezin met een kind als mijn zoon, geen stigma nodig heeft, maar steun. Ik heb die steun gevonden bij lotgenoot-ouders en voor mijn zoon heb ik 'buddy's' gevonden, aardige studenten die al jarenlang elke week bij hem langskomen en met hem praten, koken of huiswerk maken.

Tussen regulier en speciaal onderwijs

"De jaren daarna heeft mijn zoon nog op twee andere basisscholen gezeten. Eerst in groep 7 in  het speciaal onderwijs bij een fantastische juf, die hem het plezier teruggaf van voetballen en hem leerde met zijn angst en zijn autisme om te gaan. Ik zag hem groeien. Maar het jaar daarop kreeg hij, op diezelfde autischool, een totaal andere juf die tegen haar leerlingen schreeuwde en straffen uitdeelde. De time out ruimte werd een strafhok.
Mijn zoon begreep dat niet, kreeg weer last van zijn trauma en wilde opnieuw niet naar school. Ik had mijn les geleerd: ik zat nu in de ouderraad en ging direct naar de schoolleider, maar die wilde er niets aan doen. In gezamenlijk overleg regelde ik dat mijn zoon weer terug kon keren naar een reguliere school in de buurt, die ik zelf met veel geluk had gevonden. Want intussen had ik een ouderplatform opgericht en kende ik alle 'autivriendelijke' scholen in mijn stad. Na de herfstvakantie ging hij daar naar toe en bloeide hij op, ook omdat hij meer werd uitgedaagd. Hij haalde in een recordtempo zijn lesstof in.
Toch besloot deze basisschool om hem niet mee te laten doen met de Cito-eindtoets, maar hem nog een keer groep 8 te laten doen, vanwege "zijn sociaal-emotionele ontwikkeling". De behandelend psychiater was het er niet mee eens want cognitief gezien moest hij juist naar de middelbare school en hij zou vanwege zijn autisme altijd anders zijn. Maar het besluit veranderde niet. Onze zoon was woedend dat hij niet mee mocht naar de middelbare school en werd obstinaat. Zeker toen bleek dat hij helemaal bij was met de lesstof en hij desondanks moest doorwerken terwijl zijn klasgenoten bezig waren met de musical.

Hij werd apart op de vide gezet om rustig te werken, maar daar werd hij ongelukkig van. Ik vroeg of hij niet mee mocht doen met de musical; hij nam tenslotte ook afscheid van zijn klas, maar dat kon niet. In plaats daarvan vonden ze dat hij extra medicatie moest krijgen, maar die weigerde de psychiater hem te geven. In die tijd kreeg zijn juf een burn-out, was de schoolpsycholoog op wereldreis, was er veel ziekteverzuim op school en vonden er in de klas veel incidenten met andere leerlingen plaats. De schoolleider had het er heel druk mee en verloor haar interesse in onze zoon. Er was toen niemand meer die voor hem opkwam.
Ik ben toen samen met de 'passend onderwijsbegeleider' van het samenwerkingsverband en de ambulant begeleider van de school alsnog gaan zoeken naar een middelbare school, maar buiten de standaardprocedure en zonder de score van een CITO-eindtoets bleek dat onmogelijk in mijn stad. Particulier onderwijs heb ik op dat moment nog overwogen, maar dat kon ik niet voor zes jaar betalen."

Mijn les:
Het (voortgezet) speciaal onderwijs is niet per definitie de beste plek voor (hoog-)begaafde leerlingen met autisme, ook niet als zij een trauma hebben opgelopen als gevolg van pesten en schoolwisselingen. Men kijkt er vaak te medisch naar gedrag. Wat deze sensitieve kinderen vooral nodig hebben is inhoudelijk uitdagend onderwijs (want daarmee heeft school in hun ogen nut) en 'warme', veilige relaties. Zij kunnen best tegen het geroezemoes van andere kinderen in een klas, maar veelvuldige gedragscorrecties en onverwachts flippende kinderen om hen heen maakt ze angstig.

Meningsverschillen tussen het onderwijs en de Jeugd-GGZ 

"Na een ongelukkige zomer begon onze zoon voor de tweede keer in groep acht. Er bleek nog geen apart lesprogramma voor hem geregeld te zijn, dus hij begon met zijn klas weer op pagina 1 van zijn boek. Na die eerste schooldag wilde hij al absoluut niet meer terug naar school. Wéér hadden ze geen respect voor zijn hersens, hij was boos. De schoolpsycholoog kwam thuis langs en onze zoon verstopte zich onder het bed. Dat was vanwege schoolangst, zei de psycholoog. Dat zinnetje werd opgeschreven in het dossier en achtervolgde onze zoon sindsdien jarenlang.
School besloot dat behandeling nodig was en onze zoon werd verwezen naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs bij een GGZ-instelling. Daarvoor moest een zware indicatie worden afgegeven. Zijn psychiater was het daar helemaal niet mee eens, de psychiater van de GGZ-instelling evenmin. Mijn zoon had volgens hen vooral een veilige school nodig die hem goede ondersteuning gaf, kortom de aanbeveling van het bekende A4-tje. Samengevat luidde hun standpunt: aangezien het trauma op school heeft plaatsgevonden, kan alleen op school de heling tot stand komen. Zeker bij een autistische jongen.
Uiteindelijk moesten we allemaal toegeven omdat er in onze omgeving geen alternatief onderwijsaanbod was, terwijl onze zoon wel graag naar school wilde. Verhuizen was geen optie. Hij kwam dus tóch terecht op die school bij de GGZ-instelling, zij het zonder dat hij daar werd behandeld. Daar heeft hij het drie weken uitgehouden. Hij gaf aan dat er tien dingen zijn waardoor hij het op een school kan uithouden, en dat daarvan geen enkele op de school aanwezig was. Hij had het meeste last van het feit dat hij niet in een echte klas zat maar met telkens wisselende leerlingen die de hele dag door de klas liepen, lawaai maakten en "School is kut" riepen. 's Middags zat hij alleen te werken want dan kregen de anderen dagbehandeling.
Geld voor werkboeken was er niet, om die reden moest hij elk uur naar de kopieermachine om een nieuw werkblad te kopiëren. Zijn begeleider in de klas kon zijn vragen niet beantwoorden. Dit was helemaal geen school, zei hij. En wéér hadden ze geen respect voor zijn hersens.
Ik kwam als ouder terecht in het circuit van grote zorgoverleggen met onderwijs- en GGZ- professionals die mijn zoon niet kenden. Het hele gezin moet in behandeling, zo besloten zij. Wij werkten daar aan mee, maar het hielp allemaal niet, want de psychiater en de ouderbegeleider konden natuurlijk ook geen school voor mijn zoon regelen.
Ik meldde ons kind aan bij een autischool in een andere regio, maar daar werd hij niet aangenomen omdat zijn vorige speciale school doorgaf dat hij niet leerbaar was. Zijn andere voormalige basisscholen gaven aan dat hij prima leerbaar was als de ondersteuning maar goed was, maar daar luisterde deze autischool niet naar. Daar heb ik bezwaar tegen gemaakt, maar dat leverde alleen 'juridisering' op en een boze schoolbestuurder.
Het heeft daarna nog anderhalf jaar geduurd voordat mijn zoon weer op een school terechtkwam, een reguliere school waar hij individuele begeleiding kreeg. Tot die tijd zat hij thuis als 'geoorloofd relatief verzuimer' ('ziek') zonder onderwijs. Leerplicht had dat zo voor hem bedacht."
 
Mijn les:
Als een kind niet past in het onderwijsaanbod van een samenwerkingsverband, dan is individueel maatwerk nodig. Scholen kunnen daarvoor te rade gaan bij andere samenwerkingsverbanden die dit maatwerk vaak al in huis hebben (bijvoorbeeld opvangplekken in school). Ook kunnen zij zich laten adviseren door de ouders en eventuele behandelaren van het kind. Het is van groot belang dat er overeenstemming wordt bereikt over wat een kind aan maatwerk nodig heeft. Ik weet nu dat als dat niet lukt, ondanks alle 'zorgoverleggen' tussen volwassenen, er een focusverschuiving plaatsvindt: het ligt dan aan het kind en/of aan de ouders.
En dan escaleert het: want ik heb als ouder van een thuiszitter een groot urgentiegevoel en als de verantwoordelijken niets doen, word ik expert en regisseur tegelijk. Als ouder weet ik op een gegeven ogenblik meer over maatwerkmogelijkheden en de regels van passend onderwijs dan de zorgcoördinator, jeugdarts of leerplichtambtenaar. Daardoor kan ik voor hen een bedreiging gaan vormen. Daarom is het van belang om strategisch te werk te gaan en communicatief vaardig te zijn: ouders mogen hun zorgen uiten, tips geven, maar nooit met oplossingen aankomen want dan zitten ze op de stoel van het onderwijs. Dus als ik merk dat men het zelf niet kan bedenken, dan neem ik een expert mee, die de taal van het onderwijs spreekt. En naar die expert luistert men dan wel.
Ik ben hoog opgeleid en heb me kunnen verdiepen in passend onderwijs en de omgangscultuur binnen scholen. Maar hoe moeten al die andere ouders dat doen die dat niet kunnen? Die hebben buddy's nodig: ouderexperts die meegaan naar een gesprek of die kunnen tolken (allochtone ouders) en die wat distantie kunnen hebben in een lastig gesprek.

Wat is maatwerk eigenlijk?

"Ik heb het geluk gehad dat een reguliere school met een idealistische inslag mijn zoon vorig schooljaar welkom heette en eerlijk aangaf niet alles over autisme te weten, maar het wel te willen leren. Hij is daar halverwege het brugklasjaar begonnen in een kleine klas met zorgzame docenten. Hij kreeg ondersteuning van een autisme-expert uit mijn eigen netwerk en van een betrokken leerlingbegeleider van de school. Mijn zoon voelde zich veilig, uitgedaagd, en haalde zijn brugklas in een half jaar. Op de valreep won hij ook nog een schooldebat tussen zes scholen. Wat een succeservaringen!

Vol optimisme begon hij begin dit schooljaar aan zijn tweede jaar VWO. Het zorgteam  besloot hem gewoon mee te laten doen aan het domeinonderwijs, (3 grote VWO-klassen in één ruimte) met nieuwe docenten die zijn autisme niet kennen  en zonder de vaste begeleiding in de klas van het eerste jaar. Dit is een veel voorkomende denkfout in het onderwijs: het is vorig jaar zo goed gegaan, dat die extra ondersteuning nu niet meer nodig is. Terwijl de conclusie zou moeten luiden: dit was dus blijkbaar het maatwerk dat hij nodig heeft. Na een kwartaal, vlak voor de toetsweek, werd duidelijk dat mijn zoon achterliep. Hij bleek het planningssysteem van deze school nog niet goed genoeg te kennen en schaamde zich voor zijn achterstand. School deed niets om dit te repareren. Ook, omdat zij op dat moment net bezig was het basistoezicht van de (toen zwakke) VWO bij Inspectie te regelen. Intussen kwam bij mijn zoon het oude trauma weer naar boven en trok hij zich weer terug. Eigenlijk wilde het zorgteam en de nieuwe conrector niets meer voor hem doen, maar mijn zoon wilde per se op deze school blijven. Opnieuw zat hij lange tijd thuis, omdat het vier maanden heeft geduurd voordat de school accepteerde dat er meer maatwerk nodig was, niet alleen structureel (onderwijs in een groot domein is voor hem niet geschikt) maar ook om het nieuwe trauma te repareren.

Ik liet mijn zoon testen door een gespecialiseerd bureau voor hoogbegaafdheid en autisme en liet precies uitzoeken waar de prikkelgevoeligheid bij mijn zoon zit en wat hij in verband hiermee nodig heeft op school. Ongelofelijk maar waar: het advies van dit bureau kwam wederom neer op de inhoud van het A4-tje van de eerste orthopedagoog die mijn zoon onderzocht. Wat daarop staat had al die tijd stipt uitgevoerd moeten worden, maar dat was nooit gebeurd. Om de situatie te redden, kreeg mijn zoon een fulltime begeleider als buffer voor alles wat er op school gebeurt. En ook ik regelde voor mijzelf ondersteuning, namelijk van een gepensioneerde orthopedagoog die eerst met mij meeging naar het zorgoverleg, om er vervolgens mijn plek in te nemen.
Ook de psycholoog van mijn zoon, die ons gezin al drie jaar kent, gaat om de paar weken naar het gesprek met het zorgteam van de school. Mijn 'orthopedagoog-buddy' heeft zich inmiddels ook ontpopt als buddy van dit zorgteam. Gezamenlijk zijn zij in een leerproces gekomen, en benutten zij alle maatwerkmogelijkheden om mijn zoon binnenboord te houden en een VWO-diploma te laten behalen.
Mijn zoon ging eerst halve dagen naar school, nu hele dagen. Zijn profiel heeft hij alvast mogen kiezen, zodat het inhaalprogramma niet te zwaar wordt. En hij blijft niet zitten, maar krijgt een taak. Het vertrouwen van met name de docenten in zijn capaciteiten doet wonderen. Mijn zoon voelt zich beter op deze school, haalt goede cijfers en is zeer gemotiveerd. En hierdoor lossen veel problemen zich zomaar vanzelf op."

Mijn les: 
Maatwerk is geen eenmalige interventie! Scholen moeten leren om altijd alert te zijn op stresssignalen, die een kind niet voor niets afgeeft, en die serieus te nemen. Indien nodig zal de ondersteuning steeds weer een beetje bijgestuurd moeten worden. En als het echt even niet gaat op school, moet er een tijdelijk vangnet worden geregeld, ook voor thuis. Het onderwijs moet intussen gewoon doorgaan, want niets doen is funest. Een kind gaat piekeren over achterstanden en zittenblijven, wordt ongelukkig en komt al na één week in een neerwaartse spiraal terecht.
Op mijn oude school staat op de gevel “wij denken in mogelijkheden”: wat zou het mooi zijn als ouders en school elkaar daarin zouden stimuleren: dat we altijd blijven vertrouwen in de capaciteiten van het kind!


De lessen uit deze longread staan samengevat in het magazine De Staat van het (Passend) Onderwijs volgens ouders