Nieuws‎ > ‎

Onze dochter met ASS in het regulier vwo - een persoonlijk verhaal

Geplaatst 11 mrt. 2018 10:12 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 6 mei 2018 13:28 bijgewerkt ]
Een moeder uit een andere stad vertelt hoe haar dochter met autisme, dankzij een goede voorbereiding en goede begeleiding, al jaren met plezier naar een regulier gymnasium gaat. 

VSO of regulier? 

Op advies van de behandelend psycholoog hebben we onze dochter (met syndroom van Asperger) in groep 5 aangemeld bij het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Dan zou ze na groep 8 lang genoeg op de wachtlijst hebben gestaan om direct toegelaten te worden op het VSO. Onze dochter zag het zelf echter niet zitten om naar het VSO te gaan. “Daar zijn alleen maar jongens,“ was een van haar bezwaren. Ook de leerkrachten in het regulier basisonderwijs vonden dat ze meer capaciteiten had en wilden graag meewerken om haar door te kunnen laten stromen naar regulier voorgezet onderwijs. Met extra ondersteuning en begeleiding heeft onze dochter de basisschoolperiode goed doorlopen. De samenwerking tussen school, onze dochter en ons als ouders was uitstekend. Om ervoor te zorgen dat de overstap naar het voortgezet onderwijs goed zou verlopen zijn er in groep acht extra stappen gezet die zeker bijgedragen hebben aan het succes van deze overgang. Ik wil deze dan ook graag delen.

Welke school?

Bij het bezoeken van open dagen van het VO zijn we ook gesprekken aangegaan met aanwezige docenten en zorgcoördinatoren over begeleiding aan leerlingen met behoefte aan extra ondersteuning. Wat is er geregeld voor deze leerlingen? Op welke wijze? Hoe wordt er aangesloten bij de individuele vraag? Wie biedt de ondersteuning? Niet op elke school werd hier even gemakkelijk over gepraat of was de kennis bij docenten hierover paraat. Voor ons al een teken dat dit niet in de vezels zat bij het docententeam op deze school. Dit bepaalde mede de keuze voor de nieuwe school. De keuze van onze dochter (en van ons als ouders) viel uiteindelijk op een zelfstandig gymnasium. Dit o.a. omdat deze school kleiner en overzichtelijker is dan een grote scholengemeenschap. Het risico dat ze van school af moet als ze het niet haalt omdat ze niet op dezelfde school naar een lager niveau kan hebben we samen bewust genomen.

Welke ondersteuning?

Vóór aanmelding op de school hebben we als ouders een gesprek aangevraagd met de zorgcoördinator van de school. We voerden een open gesprek met de zorgcoördinator en een mentor van eerstejaars leerlingen. We hebben aangegeven wat de sterke kanten zijn van onze dochter, maar ook open en eerlijk benoemd wat haar struikelblokken zijn en wat voor haar moeilijk is. Naar aanleiding van deze zaken gaf de zorgcoördinator aan wat de school kon bieden aan ondersteuning. Tijdens dit gesprek zijn we uitgebreid met elkaar in gesprek gegaan of de mogelijkheden die school had aansloot bij de ondersteuningsvraag en op welke wijze er misschien meer mogelijk was. De zorgcoördinator gaf aan dat er op school relatief veel leerlingen met een vorm van autisme waren. Dat ze het in de meeste gevallen voor elkaar kregen om deze leerlingen voldoende te ondersteunen. Deze school werkt met een klasgenoot als buddy voor zorgleerlingen. Deze buddy is de steun en toeverlaat van deze leerling. Bij wisseling van de lessen bijvoorbeeld hoefde onze dochter alleen maar haar buddy te volgen om het volgende lokaal te vinden. Hierdoor kon ze zich beter afsluiten voor de grote hoeveelheid prikkels die er op zo’n moment zijn. De focus op 1 leerling werkt voor veel leerlingen prima was de ervaring van school. Ook onze dochter bleek hiermee geholpen te zijn.

Voorbereiding op de overstap

Toen duidelijk was naar welke school onze dochter zou gaan kreeg zij in groep acht van de basisschool extra informatie van haar ambulant begeleider op de basisschool over hoe het eraan toe gaat in het VO. Ze hebben hier samen diverse gesprekken over gevoerd, ze hebben samen informatie opgezocht op internet en hebben hier samen een werkstuk over gemaakt. Dit laatste is naderhand aan de rest van de klas gepresenteerd zodat ook andere klasgenoten hiervan konden profiteren.
Verder is er contact gezocht met het gymnasium en is de ambulant begeleider samen met onze dochter en een klasgenootje / vriendin die ook naar dezelfde school zou gaan een dagdeel naar het gymnasium gegaan terwijl er les werd gegeven. Zo had ze voor de start al een beeld hoe het er aan toe ging. Hoe druk het in de gangen en het trappenhuis is bij leswisselingen, hoe de kantine er uit ziet, wie de conciërge is, etc. Dit heeft er zeker aan bijgedragen dat ze met meer zelfvertrouwen op deze school begon.

Het 1e jaar

In het eerste leerjaar was "passend onderwijs" nog niet ingevoerd en had onze dochter nog het zogenoemde “rugzakje”: extra budget voor individuele leerlingen met een zorgvraag. Hieruit kreeg de mentor extra tijd voor begeleiding van onze dochter. Ook werd uit dit budget begeleiding van een ambulant begeleider betaald. De extra tijd van de mentor werd o.a. gebruikt om de vinger aan de pols te houden d.m.v. begeleidingsgesprekken, samen achterhalen wat goed ging en waar ze tegenaan liep. De aandachtspunten werden doorgespeeld naar de ambulant begeleider die samen met de mentor en onze dochter dan zochten naar passende oplossingen.

Het gymnasium heeft ook enkele voorzieningen die voor alle leerlingen met autisme gelden. Zo is er een groep op school waarin leerlingen met ASS elkaar kunnen ontmoeten indien ze daar behoefte aan hebben. Leerlingen met autisme kunnen in klas 1 en, indien nodig, in klas 2 gedurende de eerste schoolweken extra worden begeleid. Ze komen samen, onder begeleiding van een interne begeleider, om de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs (en van klas 1 naar 2) beter te laten verlopen. Na de begeleiding in de eerste schoolweken wordt in overleg met betreffende leerlingen, de begeleider, de jaarlaagcoördinator en de zorgcoördinator bekeken of de bijeenkomsten voortgezet moeten worden en met welke regelmaat.

 
Alle 1e jaars leerlingen worden begeleid door een 5e jaars leerling. Als een soort maatje is deze 5e jaars leerling een aanspreekpunt voor een groepje van 5 eersteklas leerlingen.
Vanuit het budget van ‘het rugzakje’ was er drie keer per jaar een voortgangsoverleg tussen de ambulant begeleider, onze dochter en ons als ouders: in het begin, halverwege en aan het einde van het schooljaar. Verder waren er 2x per jaar extra gespreksmogelijkheden voor de ouders met de mentor om e.e.a. te bespreken.

Onze dochter kreeg als buddy in de klas haar vriendin die ze al heel lang kent. Zij was om die reden speciaal bij haar in de klas geplaatst! Er is vooraf contact opgenomen met deze buddy met de vraag of zij hier voor open stond. Zelf hebben we contact opgenomen met de ouders van deze buddy. Voor ons makkelijk omdat we hen al goed kennen. We hebben gevraagd of zij er ook achter stonden dat hun dochter buddy werd van onze dochter. Ook hebben we gevraagd om het aan ons en school door te geven als ze de indruk kregen dat het voor haar een belasting was om buddy te zijn. Gelukkig heeft zij deze rol vanzelfsprekend en op natuurlijke wijze opgepakt. Ze waren tenslotte al lang vriendinnen en is het nooit een belasting geweest. Achteraf bleek dat ze veel steun aan elkaar hebben gehad. Ook de buddy bleek het prettig te vinden dat ze alles samen aangingen en zij ook het gevoel had daardoor niet alles alleen te moeten uitzoeken, terwijl zij toch voornamelijk degene was die het voortouw nam.

De ambulant begeleider heeft met de informatie die ze ontvangen had van de basisschool, van onze dochter en van ons als ouders een hand-out samengesteld met tips hoe docenten het beste onze dochter konden benaderen en begeleiden. Dit alles op 1 A4 die ze aan alle docenten die onze dochter les gaven heeft uitgereikt. Op deze hand-out een aantal tips die voor veel leerlingen met ASS gelden maar wel allemaal van toepassing op onze dochter. Als onze dochter aangaf dat het contact of samenwerking met een bepaalde docent niet goed verliep, ging de mentor en/of de ambulant begeleider met deze docent het gesprek aan. Daarbij werd gewezen op de hand-out en gevraagd of deze docent nog extra ondersteuning nodig had bij de omgang en ondersteuning van onze dochter. Dit bleek een zeer effectieve werkwijze te zijn!

De volgende jaren

Elk nieuw schooljaar zorgt de ambulant begeleider van school ervoor dat alle docenten die dat jaar lesgeven aan onze dochter de hand-out ontvangen die er is opgesteld. Elk jaar is even kort overleg met onze dochter af de hand-out bijgesteld moet worden of dat het zo kan blijven. 

Na de invoering van het Passend Onderwijs was er geen individueel budget meer voor extra begeleiding van leerlingen. Het budget dat de school kreeg om zorgleerlingen extra te begeleiden was voor alle zorgleerlingen samen en was kleiner dan alle voormalige budgetten samen. Omdat de school de begeleiding en ondersteuning aan de leerlingen op niveau wilde houden is contact gezocht met de ouders. Dit met de vraag of wij ermee akkoord gingen dat er ‘bezuinigd’ werd op het oudercontact. De oudercontacten waren niet meer 3 à 4 keer per jaar een gesprek op school met mentor en ambulant begeleider. In plaats daarvan kwamen telefonische gesprekken en werden we via email op de hoogte gehouden. Uiteraard bleef er de mogelijkheid indien nodig om face-to-face in gesprek te gaan of tussendoor contact op te nemen indien nodig. En uiteraard de reguliere 10-minutengesprekken met mentoren en docenten. Dit kostte de mentor en ambulant begeleider minder tijd aan oudercontact en zo kon men de begeleiding aan de leerlingen op peil houden. Een werkwijze die prima werkte in ons geval. 

De begeleiding van de ambulant begeleider bestond niet alleen uit gesprekken, maar ook uit daadwerkelijke begeleiding en ondersteuning. Zo heeft ze 4 jaar lang ondersteuning gehad bij het maken van planningen van huiswerk en toetsen. Ze hebben samen gewerkt aan vergroting van weerbaarheid en zelfvertrouwen van onze dochter. Ze heeft tips ontvangen over samenwerking met andere leerlingen en ondersteuning als de communicatie met andere leerlingen moeizamer verliep. Ook heeft de ambulant begeleider samen met onze dochter gesprekken gevoerd met docenten die groepsopdrachten gaven in hun lessen, wanneer de samenwerking in deze groepjes moeilijkheden opleverden. Samen werd dan gekeken naar passende oplossingen. 

Wij hebben als ouders elk nieuw schooljaar aan het begin van het schooljaar een gesprek aangevraagd met de nieuwe mentor. We hebben gesprekjes gevoerd over de sterke kanten van onze dochter en haar ondersteuningsvragen. Openheid hierin werd door alle mentoren op prijs gesteld. Dit heeft als voordeel dat als er iets voorvalt op school of we ergens vragen over hebben, we gemakkelijk contact op kunnen nemen met de mentor. De lijnen blijven kort. 

Resultaat

Bovenstaand heeft ertoe geleid dat ze het tot nu toe goed heeft gered op het gymnasium. Dat ze met plezier naar school gaat, haar zelfvertrouwen is gegroeid en ze weerbaarder is geworden in contacten met medeleerlingen. Ze heeft geleerd om om hulp te vragen, zowel aan medeleerlingen als aan docenten. Dit laatste heeft er toe geleid dat er een aantal docenten zijn die in pauzes of na schooltijd bereid zijn om extra uitleg te geven over de lesstof als dat nodig is.

Verder is er ook gebruik gemaakt van haar interesses en sterke kanten. Zo heeft een van de docenten haar benaderd om in commissies te zitten voor buitenschoolse activiteiten. Werk dat ze met veel plezier en met veel inzet doet. Ook dit is goed geweest voor haar zelfvertrouwen.


Anoniem i.v.m. privacy dochter, volledige naam bekend bij het bestuur

Foto van muur met woord "school" erop: Andy Simonds, Flickr


Gerelateerd op deze site: