Overprikkeling en onderprikkeling - wat is het en wat doe je eraan?

(Last van visuele overprikkeling op deze pagina? Zie de prikkelarme versie van deze pagina.)

Prikkelgevoeligheid is iets dat veel voorkomt bij jongeren met autisme en kan zorgen voor problemen op school, omdat je minder goed kan functioneren als je hoofd druk bezig is met prikkelverwerking. Er kan sprake zijn van zintuiglijke overprikkeling, of van interne overprikkeling zoals het ervaren van stress op sociaal-emotioneel gebied of prestatiedruk, of andere vormen van piekeren die escaleren. Zowel zintuiglijke overgevoeligheid als interne overprikkeling, maar ook onderprikkeling (te weinig voelen) komen voor bij mensen met autisme omdat zij een informatieverwerkingsprobleem hebben: mensen met autisme hebben een andere manier van informatie verwerken.

Overigens komt prikkelgevoeligheid ook voor bij mensen zonder autisme, bijvoorbeeld bij NAH (Niet-Aangeboren Hersenletsel). Een goede uitleg van wat er mis kan gaan bij prikkelverwerking door de hersenen vind je in het artikel Als prikkels de hersens treiteren.

Het plaatje hiernaast (van Dirk Jaap Plas, bron) illustreert hoe een overdaad aan externe of interne prikkels ervoor kan zorgen dat er minder energie over is om leerstof te verwerken: er ontstaat een soort informatie-file. Als er te veel prikkels zijn in korte tijd, zo veel dat het niet meer met een beetje achterstand verwerkt kan worden, kan er een soort kortsluiting optreden in je hoofd. Dan kan het gebeuren dat je explodeert (autistic meltdown) of dichtklapt (autistic shutdown). De Facebook-pagina autisme= maakt onderscheid tussen twee vormen van meltdown naast de shutdown: naar ontlading naar buiten gekeerd of ontlading naar binnen gekeerd. Het verschil tussen de inwaartse meltdown en de shutdown is dan dat de meltdown vooral geleid wordt door angst en andere negatieve emoties, en bij shutdown is er een vervreemding, dissociatie.

Zintuiglijke prikkelgevoeligheid: overprikkeling en onderprikkeling

Als overprikkeling gebeurt vanwege externe prikkels (via je zintuigen) dan noemen ze dat in het Engels: sensory overload. Bij mensen met autisme komt dit vaker voor dan bij neurotypische mensen omdat het bij hen vaker voorkomt dat een of meer van hun zintuigen overgevoelig zijn. Ook kunnen ze ondergevoelig zijn voor sommige zintuiglijke prikkels (onderprikkeling), waardoor ze bepaalde dingen niet opmerken of juist extra stimulans zoeken voor die zintuigen. 

Hoe voelt overprikkeling? Deze simulatie-filmpjes kunnen je een idee geven van wat overprikkeling betekent voor iemand: jongen die overprikkeld raakt door druk verkeer en café (zie filmpje links) of deze: na wat inleidende tekst beleef je als het ware zelf een drukke supermarkt en het effect daarvan (zie filmpje aan die kant =>). De voorbeelden gaan natuurlijk vooral over visuele en auditieve overprikkeling omdat die het beste via een video over te brengen zijn, maar het kan ook bij andere zintuigen voorkomen. 

Overprikkeld en onderprikkeld tegelijk? Het verschilt per persoon voor welke zintuigen de overprikkeling of onderprikkeling geldt: horen, zien, voelen, ruiken, proeven, evenwicht of lichaamsbewustzijn. Je kunt bijvoorbeeld overgevoelig zijn voor geluid en tegelijkertijd ondergevoelig voor tastzin.

Een aantal mooie voorbeelden van hoe dat zich uit als iemand overgevoelig (hypergevoelig) of juist ondergevoelig (hypogevoelig) is voor een bepaald zintuig staat in een overzicht van de Koekie blog Autisme en Hypogevoeligheid (klik op het Hypogevoelig/Hypergevoelig plaatje om het te vergroten).

Een goede uitleg over zintuiglijke prikkelgevoeligheid kun je vinden in het YouTube filmpje Ask an Autistic - What is Sensory Processing Disorder? (Engels gesproken met Engelse ondertiteling) van Amythest Schaber. Hierin praat ze over stimming (stimulering) als hulpmiddel, als je wil weten hoe dat gaat heeft ze daar ook een filmpje over: What is stimming? Haar hele YouTube-kanaal Neurowonderful is trouwens interessant, met name de Ask-an-Autistic-serie.

Overprikkeling door gedachten en gevoelens

Exploderen (meltdowns) of dichtklappen (shutdowns) van mensen met autisme hoeven niet alleen veroorzaakt te worden door externe (zintuiglijke) prikkels, het kan ook een interne oorzaak hebben: angst en stress door je eigen gedachten en gevoelens zoals beschreven in de Overprikkeling-pagina van Leven met autisme.

Kinderen met autisme die veel empathie hebben (zich goed kunnen verplaatsen in de gevoelens van anderen) kunnen door sterke emoties van een ander ook overprikkeld raken, volgens onderzoek van de Universiteit van Leiden (2015, Kinderen met autismespectrumstoornis wel empathisch). Dit komt waarschijnlijk doordat deze kinderen moeite hebben met hun eigen emotieregulatie (hanteerbaar maken van je gevoelens) en ook met het onderscheid tussen de emoties van de ander en hun eigen emoties.

Gevolgen van overprikkeling

De consequenties die beide vormen van overprikkeling (zintuiglijk en gedachten/gevoelens) kunnen hebben voor iemand met autisme staan gevisualiseerd in de hier afgebeelde mindmap van @AchterDVoordeur. De Facebook-pagina autisme= publiceerde ook een lijstje van waar mensen last van hebben bij overprikkeling.

Lucien, een volwassene met autisme, beschrijft in zijn blog Autside the box wat zintuiglijke overprikkeling voor hem betekent. Een eye-opener is de beschrijving van zijn ontbrekende "cocktail party effect". Ook Annica beschrijft "Wat er gebeurt als ik overprikkeld raak", bij haar met name als er last-minute wijzigingen zijn. Het verschilt erg van persoon tot persoon, het kan nog heftiger, maar er zijn ook mensen bij wie de effecten een stuk milder zijn. Zo zijn er mensen bij wie je overprikkeling alleen ziet doordat ze zich even afsluiten voor de wereld.

Volgens het onderzoek uit Leiden dat hierboven al werd genoemd, kan het voor mensen met autisme die veel empathie hebben een goede overlevingsstrategie zijn om zich af te sluiten voor gevoelens van anderen, om die te negeren. Daarom kan het zijn dat ze ongeïnteresseerd en emotieloos overkomen, terwijl het tegenovergestelde het geval is. Dit wordt goed uitgelegd door ontwikkelingspsycholoog Carolien Rieffe in het radiofragment "Autisten kunnen zich wèl in anderen verplaatsen"

Hoe kun je overprikkeling voorkomen?

Het is natuurlijk de kunst om te voorkómen dat het zover komt dat iemand zodanig overprikkeld raakt dat hij of zij niet meer aanspreekbaar is.

Uiteraard helpt het al als de mensen in hun naaste omgeving zich bewust zijn van het probleem van overprikkeling, dat leidt automatisch tot een andere benadering.

Een belangrijke tip is voldoende rust inbouwen, zoals beschreven in Te veel prikkels: Bek- en bekaf.

Welke professionele hulp mogelijk is bij emotieregulatie beschrijven we op onze aparte pagina Meer grip op je emoties: de 5 G's, NLP of de MatriXmethode?

Hoe je zintuiglijke overprikkeling kunt voorkomen staat goed beschreven in het hoofdstuk Overprikkeling van het boek "Plan B - Een vernieuwende handleiding voor autisme & communicatie", van Marjon Kuipers en Gijs Horvers. Echt een eye-opener!
Het legt eerst uit welke processen in de hersenen een rol spelen bij overprikkeling. Daarna wordt ingegaan op de drie fasen: groen, oranje en rood, en hoe je die kunt herkennen. Overprikkeling voorkomen moet uiterlijk in de oranje fase, in de rode fase is het daar te laat voor.
De schrijvers stellen dat de mate van functioneren van mensen met autisme omgekeerd evenredig is met de mate van overprikkeling die zij ervaren. Daarom eindigt het hoofdstuk met het maken van een eigen signaleringsplan voor overprikkeling (en bekijk ook deze handige links).
In de rest van het boek wordt ook ingegaan op NLP.

Een boek dat ook heel goed te lezen is door kinderen/jongeren is Het vollehoofdenboek (Een werkboek voor kinderen en volwassenen) van Linde Kraijenhoff. Met behulp van tekeningetjes in stripvorm wordt op een voor kinderen begrijpelijke manier uitgelegd hoe je een vol hoofd kan krijgen, hoe je dat bij jezelf kan herkennen en wat je eraan zou kunnen doen. Je leest het in één ruk uit! (inkijkexemplaar)

Het boek "Overprikkeling voorkomen" van Barbara de Leeuw bevat naast een uitleg van overprikkeling vooral opdrachten om bij jezelf de overprikkeling te gaan signaleren, bijtijds herkennen en actie te ondernemen om de overprikkeling te kunnen verminderen. Het boek is zelf prikkelarm uitgevoerd (behalve de omslag is alles in grijstinten) en is geschreven voor volwassenen. Het zal voor ouders niet zo makkelijk zijn om dit te vertalen naar het helpen van je kind. Zo bestaat een van de eerste opdrachten uit het dagelijks noteren hoe vaak je stressverschijnselen ervaart uit een lijst met 34 symptomen zoals zweethanden, paniekgevoel, verlies van zelfvertrouwen, piekeren, samengebalde vuisten. Ouders zijn er niet altijd bij en kunnen het niet altijd zien, en (puber)kinderen zullen het vaak moeilijk vinden om zich de voorvallen te herinneren of om het geduld op te brengen de lijst goed in te vullen. Dit boek is vast een goede ondersteuning voor wie de training volgt bij de schrijfster (als er een in Utrecht is, staat die in onze Agenda), maar het vergt veel motivatie en zelfdiscipline om dit uitsluitend op basis van het boek toe te passen. Petje af voor wie dat lukt, want de aanpak lijkt heel degelijk en zal vast vruchten afwerpen. In dit boek staan goede tips en inzichten, zoals:

"Prikkelmanagement gaat dus niet over het vermijden van prikkels en situaties! Daarmee zou je jezelf immers tekortdoen. Prikkelmanagement gaat over keuzes maken, zelf de controle behouden en balans brengen in wat je werkelijk wilt doen en wat je moet doen. Zo kun je er ook heel goed voor kiezen een lastige situatie wel aan te gaan. Gewoon omdat lastige situaties ook heel leuk kunnen zijn. [...] Zal zo'n leuk maar oh zo vermoeiend uitje je een hele dag hoofdpijn opleveren? Prima. Als jij dat ervoor overhebt en je er dus bewust voor kiest, dan is dat helemaal goed."

Het is wel een idee om bij te houden in een soort dagboekje wanneer je kind stress krijgt (op die momenten dat je er zicht op hebt). Vaak kun je overprikkeling merken bij overgangen (stoppen met iets omdat je gaat eten bijvoorbeeld) of als een bezigheid niet lekker loopt (vanwege sociale interactie bijvoorbeeld) of als er iets moet waar je kind tegenop ziet. Je hoeft dan niet alle stressverschijnselen te inventariseren maar gewoon wat je opvalt. Dat geeft misschien ook al veel inzicht, zodat je kunt gaan uitproberen hoe je de overprikkeling het beste kunt verminderen.

Om de overprikkeling van je kind in kaart te brengen is dit invulschema gebaseerd op Plan B misschien handiger.

Gevolgen van onderprikkeling

Onderprikkeling lijkt minder ernstig dan overprikkeling, maar onderprikkeling kan ook heel vervelende gevolgen hebben.

Barbara de Leeuw beschrijft in het artikel Onderprikkeling op de site van Leven Met Autisme hoe onderprikkeling ertoe kan leiden dat iemand zijn gezondheid verwaarloost (omdat je de pijn niet voelt), zindelijkheidsproblemen heeft (omdat je de aandrang niet voelt), een lagere opleiding doet dan wat hij of zij aankan, met alle gevolgen voor het werkplezier en inkomen later. Ze legt uit dat dit komt omdat de hersenen minder actief worden als er te weinig prikkels binnenkomen, en met minder actieve hersenen ben je niet meer in staat om alle dingen te doen die je eigenlijk zou moeten doen.

Lees ook de uitgebreidere publicatie van Barbara de Leeuw getiteld Autisme en Onderprikkeling.

Hoe kun je onderprikkeling voorkomen?

Een voor de hand liggende oplossing is om extra stimulansen te zoeken voor de zintuigen die ondergevoelig zijn. Het gevaar dat daarbij op de loer ligt is dat iemand extra prikkeling zoekt op manieren die gevaarlijk zijn voor die persoon, zoals drugs of andere dingen die het lichaam beschadigen.

Het is belangrijk om eerst goed in kaart te brengen op welke gebieden iemand ondergevoelig of juist overgevoelig is. Dat vergt zorgvuldig kijken en analyseren, want het is zelfs voor de persoon die het betreft niet altijd even duidelijk wat er aan de hand is. Een mogelijk hulpmiddel daarbij is een sensorisch profiel. Vervolgens kun je voor de zintuigen die ondergevoelig zijn, gaan inplannen hoe iemand daar op een veilige manier meer prikkels voor kan krijgen, en dat in het vaste leefpatroon inpassen.

Dat zal niet voor alle vormen van ondergevoeligheid even goed werken, denk aan het niet aanvoelen wanneer je naar de wc moet, of het niet aanvoelen wanneer je een verwonding hebt waarvoor je actie moet ondernemen. Wat dan misschien kan helpen is het inplannen van vaste momenten waarbij de (mentale) aandacht speciaal gericht wordt op die gebieden, om te kijken of daar actie nodig is of niet. Bijvoorbeeld: altijd na het eten naar de wc, of je nu aandrang voelt of niet. Of 1 x per dag systematisch je hele lichaam nalopen op verwondingen en je concentreren op het herkennen van lichte pijnsignalen.

Autisme als prikkelprobleem?

Pieter Duker schreef een boek "Afscheid van autisme en adhd" waarin hij pleit voor het afschaffen van de psychiatrische diagnoses autisme en adhd, die hij als normale varianten van de menselijke prikkelverwerking beschouwt. 

Beetje ééndimensionaal en beperkt, helaas, zoals goed uitgelegd wordt in deze recensie. Bij autisme (en adhd) komt meer kijken dan alleen maar "prikkelvermijdend zijn", denk bijvoorbeeld aan de regenboog van mentale leeftijden in 1 persoon en contextblindheid.

Dat neemt niet weg dat het kunnen zien aankomen van overprikkeling en tijdig tegenmaatregelen kunnen nemen, een grote hulp kan zijn in het leven van iemand met autisme!