Onze reactie op rapporten van Oberon en Verwey-Jonker

Over het onderwijs in Utrecht zijn de laatste jaren twee belangrijke onderzoeksrapporten gepubliceerd. Wij hebben met name kritiek op de schattingen van de aantallen leerlingen in het rapport van Oberon. Die zijn aantoonbaar te laag.

Hieronder hebben wij de voor ons relevante citaten uit die rapporten verzameld, met onze mening in cursief schrift.

Oberon: rapport Voorzieningen en leerlingenstromen (V)SO RMC-regio 19 (2013)

In opdracht van de gemeente Utrecht, SWV Sterk VO Utrecht en Stichtse Vecht en het samenwerkingsverband PO 26.01 i.o (stad Utrecht) heeft onderzoeksbureau Oberon in februari 2013 een onderzoeksrapport geschreven getiteld

Voorzieningenen leerlingenstromen (V)SO RMC-regio 19 - Beschrijving van het huidige aanboden de leerlingenstromen en aanbevelingen voor een dekkend onderwijsaanbod 

Bovenstaande link is te vinden op de pagina 'Dekkend aanbod' van Sterk VO, het Samenwerkingsverband voor het VO in Utrecht en Stichtse Vecht. De hoofdconclusie is: Voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften is er behoefte aan een betere match tussen deze behoeften en het aanbod binnen RMC-regio 19. Dit blijkt uit een inventarisatie van de SO- en VSO-voorzieningen in de regio en van de leerlingenstromen.

Citaten:

  • blz 7, Managementsamenvatting: Onder de cluster 4-leerlingen zijn de grootste knelpunten gesignaleerd bij leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum (ASS) in de PO- en VO-leeftijd én bij de groep zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) in de VO-leeftijd. […] Deze groepen leerlingen (ZMOK en ASS) zijn omvangrijk, elk 400 tot 500 leerlingen. […] Voor sommige groepen is het aanbod ook onvoldoende passend. Zo is er beperkt VSO-aanbod voor ZMOK- en ASS-leerlingen met capaciteit voor havo/vwo.
  • blz 33, Vraag en aanbod voor VO/VSO-leerlingen met een cluster 4-indicatie: Momenteel zijn in de subregio Zuidoost de C.P. van Leersumschool, Beukenrode en de Berg en Boschschool in verregaande mate van samenwerking (I). Een belangrijk doel daarbij is het gezamenlijk ontwikkelen van een breed onderwijsaanbod voor cluster 4-leerlingen. Ze onderscheiden daarbij de ZMOK-doelgroep en de groep ASS-leerlingen als twee uitersten die niet gecombineerd kunnen worden. Voor beide groepen willen deze scholen binnen de bestaande voorzieningen een havo/vwo-aanbod realiseren.
  • blz 34-35, ASS havo/vwo: Voor ASS-ers met een hoger IQ is het aanbod in de regio beperkt. Veel van deze leerlingen gaan nu naar cluster 4-onderwijs zoals de Berg en Boschschool, waar bovenbouw havo wordt aangeboden. [Noot van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht: niet in de onderbouw, terwijl het juist daar zo hard nodig is, in de bovenbouw kunnen velen overstappen naar regulier onderwijs] […]voor een deel van deze leerlingen regulier onderwijs met ondersteuning het meest wenselijk (G), als dat op grond van de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte ook haalbaar wordt geacht. Daarnaast is er specifieke expertise en zijn er aparte voorzieningen nodig voor leerlingen die niet of nog niet regulier onderwijs kunnen volgen.
  • blz 53-54, Mogelijke scenario’s voor een passend aanbod voor ASS-leerlingen in de VO-leeftijd: Ook als een groot deel van deze leerlingen met ondersteuning regulier onderwijs volgt, zal er altijd een groep leerlingen met een stoornis op het autismespectrum blijven bestaan voor wie reguliere onderwijs met ondersteuning niet passend is. Zij kunnen voor onderwijs op het niveau van havo alleen terecht op de Berg en Boschschool [Noot van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht: niet in de onderbouw, terwijl het juist daar zo hard nodig is, in de bovenbouw kunnen velen overstappen naar regulier onderwijs] en voor vwo kunnen zij niet binnen de RMC-regio 19 terecht. [… ][De voorgestelde oplossing] behelst een uitbreiding van het onderwijsaanbod van de Berg en Boschschool.
  • blz 44 Naar een passend aanbod voor alle doelgroepen met specifieke ondersteuningsbehoeften - Cluster 4 ASS VO/VSO: Voor de groep ASS-leerlingen met capaciteit havo of hoger is er binnen het VSO in RMC-regio 19 een zeer beperkt aanbod. Mogelijke oplossingen zijn:
    • Bevorderen van deelname van ASS-leerlingen aan het regulier onderwijs. Dit gebeurt nu al, maar het aantal leerlingen zou kunnen worden uitgebreid als dit op grond van hun onderwijs- en ondersteuningsbehoefte haalbaar lijkt en er maatwerk geboden kan worden (scenario 3a). [Noot van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht: hiervoor is het nodig dat het maatwerk gebundeld wordt voor deze doelgroep, bijvoorbeeld via een van de arrangementen uit de preventiepiramide, ons keuze-menu voor scholen.]
    • Voor de leerlingen waarvoor deze oplossing niet passend is: uitbreiding van het VSO met havo/vwo (scenario 3b).
  • blz 88 Bijlage 5, Hoe groot is de groep lzk havo/vwo en waar bevinden ze zich?: Er gaan slechts enkele cluster 4 LZK ASS leerlingen naar een voorziening voor speciaal onderwijs buiten de regio (3 naar RMPI Yulius) [Noot van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht: dit klopt niet. Leerlingen die wonen in RMC-regio 19 gaan ook naar havo/vwo VSO's voor kinderen met autisme zoals de Tinne in Amersfoort, BleichRodt in Amsterdam, en de Piloot in Rotterdam. Deze cijfers zijn al sinds medio 2012 te vinden op de site van Passend Onderwijs bij de kengetallen 2011 van de diverse Samenwerkingsverbanden in de RMC-regio 19. Het gaat om enkele tientallen leerlingen die niet zijn meegeteld in onderstaande tabel Schatting van de omvang.]
  • blz 88 Schatting van de omvang

Vindplaats

Aantal

Waarvan mogelijk ASS havo/vwo

VSO

Berg en Boschschool

338

37

VO

Regulier vo

448

260

Thuiszitters

Thuiszitters

151

3

Totaal

294

[Noot van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht: onze eigen berekeningen komen uit op een veel hoger aantal in het VSO, zie Berekening aantal kinderen zonder AutiPassend Onderwijs in Utrecht. Ook hebben wij daar berekend welk deel van de ASS havo/vwo leerlingen die nu naar het regulier VO gaan, eigenlijk zwaardere vormen van passend onderwijs nodig hebben.]
  • blz 89, voetnoot bij de schattingen: NB uit groepsgesprekken werd duidelijk dat ASS internaliserend vaak ook als cluster 2 werd geïndiceerd. Deze zijn hier buiten beschouwing gelaten. [Noot van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht: Op het Auris College Utrecht (een VSO voor cluster 2 - spraak en taalmoeilijkheden, voorheen Bertha Mullerschool) zitten 63 leerlingen met een autisme spectrum stoornis. Deze school biedt vmbo, geen havo/vwo, dus hier zitten naar alle waarschijnlijkheid ook leerlingen tussen die liever naar een VSO met havo/vwo voor kinderen met autisme gaan. Ook op het Rotsoord (VSO cluster 2) zitten leerlingen met autisme en havo/vwo niveau. In de bovenbouw op dit moment 5 leerlingen die havo doen via IVIO, hoeveel leerlingen in de onderbouw havo/vwo-niveau hebben is niet bekend. Daarnaast zitten vele ASS-leerlingen met een cluster 2 indicatie op het reguliere vo, waar zij ook behoefte hebben aan arrangementen zoals uit de preventiepiramide, ons keuze-menu voor scholen.]
  • blz 89, Omschrijving scenario 3a en 3b: Ook in het extreme geval dat het reguliere voortgezet onderwijs zich volledig aanpast aan de behoefte van een ASS leerling met havo/vwo potentie, zal er altijd een groep leerlingen met een stoornis op het autisme spectrum blijven bestaan dat zich niet weet te handhaven in het reguliere onderwijs. Zij kunnen voor speciaal onderwijs op het niveau van havo alleen terecht op de Berg en Boschschool en voor vwo kunnen zij niet binnen de RMC-regio 19 terecht. Voor deze groep is een vergelijkbare oplossing mogelijk als ook voor de ZMOK havo/vwo leerlingen is voorgesteld. Deze vloeit voort uit de samenwerking tussen de Berg en Boschschool, de C.P. van Leersumschool en Beukenrode en behelst een uitbreiding van het onderwijsaanbod (Scenario 3b). Dit betekent dat in de regio Zuidoost een breder onderwijsaanbod verwezenlijkt gaat worden. [Noot van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht: de aangewezen school hiervoor, de Berg en Boschschool, heeft naar wij vernomen hebben geen concrete plannen voor het bieden van havo/vwo vanaf de onderbouw binnen de huidige vestigingen. Wij vinden ook dat de manier waarop de havo bovenbouw nu vormgegeven wordt, niet de juiste manier is voor deze doelgroep. Er is een aparte havo/vwo-vestiging nodig vergelijkbaar met de Tinne in Amersfoort. De Berg en Boschschool zou graag een vestiging willen openen in de gemeente Utrecht (sinds 2004) maar heeft tot nu toe geen toestemming daarvoor gekregen.]
  • blz 90, Input voor financiële doorrekening: Het is in scenario 3b [uitbreiding VSO havo/vwo] van belang om gebruik te maken van eerstegraads docenten uit regulier onderwijs. [Noot van Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht: daarom zijn wij ook voorstanders van een VSO die dichtbij een VO staat en daar afspraken voor uitwisseling mee maakt.]

Verwey-Jonker Instituut: rapport "Gedeelde zorg" (2011)

In opdracht van de gemeente Utrecht heeft het Verwey-Jonker Instituut onderzoek verricht naar de ondersteuning die het basis- en voortgezet onderwijs nodig hebben bij het aanbieden van passend onderwijs. Welke vragen en behoeften hebben scholen die buiten de handelingscompetentie van het onderwijs zelf vallen? Wat is het voor scholen beschikbare aanbod en in welke mate sluit dit aan op de vraag? Het onderzoek resulteert in aanbevelingen voor de scholen en de gemeente. Scholen moeten de interne zorgstructuur en de vroegsignalering versterken. Voor de gemeente gaat het om het verstevigen van de regie op de zorg rondom het onderwijs: met alle partijen een gezamenlijke visie formuleren, de schakel tussen onderwijs en zorg duidelijk beleggen en de gaten in het aanbod benoemen.
Het onderzoeksrapport kun je hier vinden: beschrijving publicatie, het persbericht "Utrechtse hulp aan leerlingen kan beter" en het volledig rapport "Gedeelde zorg" van september 2011.

En passant wordt in dit onderzoek ook gemeld waar lacunes in het onderwijscontinuüm liggen. Citaten:

  • blz 14/15, In welke mate sluit het zorgaanbod aan op de zorgbehoefte?: In het onderzoek komt naar voren dat er op een aantal punten onvoldoende of geen aanbod is dat aansluit op de zorgbehoefte vanuit het onderwijs. In sommige gevallen is het aanbod wel toereikend, maar ligt dit niet duidelijk op het netvlies van het onderwijs. Het gaat om:
    • Aanbod van laagdrempelige voorzieningen, zoals huiswerkbegeleiding, sociale-vaardigheids- en weerbaarheidstraining, is voor sommige scholen in het voortgezet onderwijs lastig te vinden, zeker in sommige niet-krachtwijken.
    • Aanbod 'langdurige leun en steun' (lichte vormen van hulp en begeleiding voor vooral leerlingen met lichte, vaak internaliserende gedragsproblematiek).
    • Aanbod voor leerlingen die tegen het criminele milieu aan hangen, aanbod voor leerlingen met forse gedragsproblematiek in combinatie met een laag IQ, en aanbod voor cluster 4 leerlingen met een hoge cognitieve ontwikkeling (zoals Asperger).
    • [...]
  • blz.23/24: Hoofdaanbeveling 5. Maak op basis van de visie duidelijk waar de gaten in het aanbod zitten, maak afspraken over de verantwoordelijkheden voor het dichten van deze gaten en zorg dat deze samenwerkingsafspraken (op papier) in de praktijk geborgd worden binnen de verschillende instellingen. Hierbij is het, zo blijkt uit dit onderzoek, in ieder geval zaak om na te denken over het nut en de noodzaak van de volgende voorzieningen:
    • [...]
    • Voor cluster 4 leerlingen met hoog IQ (bijvoorbeeld Asperger).
  • blz 56-58, Zorgvragen- en behoeften ten aanzien van rugzakleerlingen (Vlak daarvoor worden zorgvragen opgedeeld in enerzijds leerproblemen, anderzijds zowel internaliserende als externaliserende gedragsproblemen. Bij gedragsproblemen staat vermeld: Internaliserende problematiek kan een school vaak ook nog wel aan.)
    Naast zorgvragen op het gebied van leer- en gedragsproblemen zijn er zorgvragen over kinderen met een rugzakje. Dat roept specifieke vragen op, afhankelijk van het cluster, maar ook van de draagkracht van een leerkracht en de school. Doorgaans kunnen die zorgvragen echter binnen de samenwerkingsverbanden worden opgepakt (de Zorgplatforms). En als het niet lukt, wordt er gekeken naar plaatsen op het speciaal onderwijs, alhoewel daar sprake is van wachtlijsten. [...] Gevolg van de strengere toegang tot het speciaal onderwijs is dat het bestuur/samenwerkingsverband zelf een oplossing moet zoeken bij het weigeren van een indicatie. De leerling gaat dan naar het reguliere onderwijs of het speciaal basisonderwijs (sbo). In het sbo is het problematisch dat de leerlingen terecht komen tussen leerlingen met een veel lager IQ. [...] Ze vallen tussen wal en schip. Het gaat dan specifiek om de volgende typen leerlingen:
    • Leerlingen met (lichte) internaliserende gedragsproblemen, maar niet zwaar genoeg voor een indicatie.
    • [...]
    • Leerlingen die licht autistisch zijn (bijvoorbeeld Asperger), maar een gemiddeld of hoog IQ hebben.
  • blz. 90, Aansluiting vraag en aanbod in het voortgezet speciaal onderwijs: Een aanbod voor cluster 4 leerlingen met Asperger die een goede cognitieve ontwikkeling hebben, ontbreekt. Deze leerlingen zijn te zwaar voor een cluster 4 school en te licht voor het reguliere havo of vwo. Het is een groep die daardoor tussen wal en schip valt. 'Leerlingen met Asperger die eigenlijk makkelijk havo/vwo zouden moeten kunnen halen, gaan het in het reguliere onderwijs niet redden. Met lichte ondersteuning en wat meer structuur zou dit wel moeten kunnen. Nu gaan ze naar het speciaal onderwijs en daar zitten ze niet op hun plek. (...) Deze leerlingen zitten in een cluster 4 school op een veel te laag niveau', vertelt een ambulant begeleider van een cluster 4 school.