Trajectbegeleiding

Wat is trajectbegeleiding?

Trajectbegeleiding (ook wel trajectgroep genoemd) is deskundige begeleiding voor kwetsbare leerlingen die permanent in de eigen school aanwezig is. Het is GEEN speciale klas. De kinderen zitten in een reguliere klas (30 leerlingen) en doen gewoon mee met het lesrooster, samen met klasgenoten die geen trajectbegeleiding krijgen.

Een mogelijke invulling is: De leerlingen die trajectbegeleiding hebben melden zich dagelijks in de begeleidingsruimte. Ze nemen roosterwijzigingen door, bespreken de agenda en plannen hun huiswerk met de begeleiders. Ze zitten de rest van de dag in een reguliere klas. Bij speciale omstandigheden (bijvoorbeeld: de leerling is overprikkeld en moet zich even terug kunnen trekken, of een toets moet in alle rust gemaakt kunnen worden) zou de leerling even tijdens lestijd naar de trajectbegeleiding kunnen gaan (met toestemming van de vakdocent).

Trajectbegeleiding biedt zorg op maat en stelt samen met ouders vast welke zorg en aandacht de leerling nodig heeft. Ouders krijgen regelmatig informatie over de ontwikkelingen van hun kind en kunnen altijd contact opnemen met de vaste begeleider(s).

Het voordeel is dat de begeleiding meer gespecialiseerd kan zijn (gebundelde expertise) en op afroep beschikbaar is voor kwetsbare leerlingen (en hun docenten). Leerlingen van alle leerjaren en niveaus maken gebruik van dezelfde trajectbegeleiding. Het gaat dan om jongeren van wie een externe deskundige heeft aangetoond dat ze deze extra ondersteuning nodig hebben (bijvoorbeeld leerlingen met autisme, ADHD of schoolangst). De trajectbegeleiding heeft een vaste eigen ruimte binnen de school, waar altijd een expert op het gebied van leerproblemen en sociaal-emotionele vaardigheden aanwezig is om leerlingen extra hulp, ondersteuning en aandacht te geven. Dit kan voor, tijdens en na de lessen zijn.

Het boek Een passend aanbod bij autisme beschrijft het als volgt:
In het kader van Passend Onderwijs is op een aantal scholen voor voortgezet onderwijs speciaal voor leerlingen met een ASS een 'structuurklas', 'trajectklas' of bijzondere opvang met een andere naam gerealiseerd. Leerlingen volgen zoveel mogelijk onderwijs in hun reguliere klas, maar kunnen zo nodig (bijvoorbeeld delen van de dag) onderwijs volgen in een kleinere groep, afgestemd op hun onderwijsbehoeften. Een kleinere klas, een vast aanspreekpunt (een docent of ambulant begeleider) en een eenduidige manier van lesgeven geven de leerling duidelijkheid. Ook kan er aan speciale leerdoelen worden gewerkt. Dergelijke initiatieven zijn volop in ontwikkeling en kunnen eraan bijdragen dat leerlingen met een ASS niet hoeven uit te stromen naar het speciaal voortgezet onderwijs of thuis komen te zitten.

Steeds meer voorbeelden in Nederland, met vele namen

In diverse regio's van het land (bijvoorbeeld rond Alkmaar, Enschede, Doetinchem, Gouda, Zaanstad, recent ook in WoerdenNieuwegein en Culemborg) is op middelbare scholen trajectbegeleiding doorgevoerd. Soms heeft het een andere naam zoals: Trajectum, trajectgroep, trajectklas, trajectvoorziening, oom-groep (onderwijs op maat), vluchtheuvelklas, pluspunt (zie ook dit praktijkvoorbeeld), steunpunt voor passend onderwijs, etcetera. 

Allen hebben ze als kenmerk dat de leerlingen in een reguliere klas zitten, maar wanneer nodig even naar de vaste trajectruimte kunnen, waar altijd een gespecialiseerde begeleider aanwezig is. Deze onderwijsvorm zit op niveau 1.3 van onze preventiepiramide.

Op School-voorbeelden in Nederland vind je bij OSG Willem Blaeu linkjes naar een filmpje en een krantenartikel over dit concept.

In januari 2016 verscheen het artikel Hoe een doodgewone school leerlingen met autisme aan een diploma helpt, ook over trajectbegeleiding.

Goede ontwikkeling

Venn-diagram van de 4 aspecten die leerlingen met autisme nodig hebben
Wij zijn hier enthousiast over, omdat het voldoet aan 3 van de 4 aspecten die kinderen met autisme en cognitief talent nodig hebben op school (zie diagram):
  1. Een veilig leerklimaat, gezien vanuit de kenmerken van autisme
  2. Passend cognitief niveau, met aandacht voor de talenten van autisme
  3. Omgang met de maatschappij, zo gewoon mogelijk meedoen
Ook in Utrecht zouden we graag zien dat er trajectbegeleiding komt. In de gemeenten om Utrecht heen is het al op veel scholen ingevoerd, maar binnen de gemeente Utrecht is er nog geen enkele school die trajectbegeleiding biedt.

Bewezen in de praktijk

Het concept van trajectbegeleiding heeft zich in de praktijk bewezen: zowel Noord-Kennemerland als Zuid-Kennemerland hebben het al jaren voor de invoering van Passend Onderwijs doorgevoerd op vrijwel al hun scholen en gebruiken het nog steeds.

Het Steunpunt Passend Onderwijs VO publiceerde een Praktijkvoorbeeld van het Regius College in Schagen.

Doelen en opbrengsten

Het Platform SWV VO publiceerde de Brochure Trajectgroep als ondersteuningsarrangement in het VO (december 2012) waarin wordt toegelicht wat de doelen en opbrengsten zijn, en wat trajectbegeleiding (hier trajectgroep genoemd) inhoudt:

In het Voortgezet Onderwijs zijn op verscheidene plekken interne voorzieningen ontstaan die leerlingen met een extra zorgvraag een eigen opvang in de school bieden. De namen van deze voorzieningen variëren. Er zijn structuurgroepen, onderwijsopmaat groepen, time-outgroepen. In het vervolg van deze brochure gebruiken wij de naam trajectgroep. Deze aanduiding heeft al een wat langere geschiedenis en laat zien dat de leerlingen voluit op weg blijven naar de eindbestemming: het diploma.

Een trajectgroep met een redelijk vaste bezetting bestaat uit zo’n 12-18 leerlingen (zie beide voorbeelden). Een trajectgroep met een meer ambulant karakter zal zo’n 20 à 30 leerlingen kunnen bedienen. Doorgaans treffen we de trajectgroep aan in de ambulante vorm, vandaar de nadere uitwerking van alleen deze vorm. Voor een voorbeeld van een trajectgroep met een vaste bezetting verwijzen we naar bijlage 3. Trajectgroepleerlingen in de ambulante trajectgroep volgen in principe het lesrooster van de eigen klas. Er zijn hierbij trajectgroepen, waarin de leerlingen de dag altijd collectief starten. Gecontroleerd wordt of het huiswerk van de vorige dag gemaakt is, iedereen zijn spullen in orde heeft en de planning van de dag duidelijk is (om bijvoorbeeld te anticiperen op onverwachte gebeurtenissen). 
Als dat tijdens lessen of schoolmomenten nodig is, kunnen de leerlingen terugvallen op de trajectgroep voor extra ondersteuning en begeleiding. De trajectgroep is er niet alleen voor tijdelijke opvang van leerlingen, maar biedt ook expertise en ondersteuning aan de docenten, de ouders en het ondersteuningsbeleid van de school. 
Een trajectgroep heeft dus nadrukkelijk niet de functie van uitstuurlokaal. De ondersteuning in de trajectgroep is altijd tijdelijk. Doel is dus het weer deelnemen aan alle lessen van het eigen rooster. In de dagelijkse praktijk bepalen de trajectbegeleider en de school in overleg met leerling en ouders, hoe en wanneer er gebruik gemaakt kan worden van de trajectgroep. Deze afspraken staan vermeld in het handelingsplan en zijn bekend bij alle docenten die de leerling lesgeven. 

Voorbeelden
  • Leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben gaan vóór en/of na hun lessen naar de trajectgroep om een gestructureerde aanpak te leren betreffende planning van de schooldag en het huiswerk thuis. 
  • Leerlingen kunnen in de trajectruimte werken tijdens hun tussenuren. 
  • Voor leerlingen die rust in de pauze nodig hebben, staat de trajectruimte open. 
  • Er kunnen toetsen worden gemaakt. 
  • De leerlingen kunnen in de trajectgroep terecht tijdens de vakles als dit, incidenteel, nodig mocht zijn voor de rust van de leerling, zijn / haar klasgenoten en de docent ( uiteraard in overleg met alle betrokken partijen). De leerling gaat daar met instructie- en/of studiewijzer voor het vak, aan de slag. 
  • De leerling heeft individuele begeleidingsgesprekken met de trajectbegeleider. De onderwerpen van deze gesprekken zijn afhankelijk van de problematiek van de leerling, te denken valt aan: agressieregulatie, het aanleren van stappenplannen bij spanning, angst of boosheid, sociale vaardigheden, het aangaan van vriendschappen, samenwerken enz. Afspraken over de frequentie en de inhoud van de begeleidingsgesprekken staan in het handelingsplan. 
  • Trainingen (zowel individueel als groepsgewijs). 
  • Docenten kunnen bij de trajectbegeleider terecht met vragen over de aanpak van de leerling (denk aan het geven van structuur, duidelijk taalgebruik, plaats in de klas, noteren van huiswerk). 
  • De trajectbegeleider kan, na afspraak, in de lessen komen om te observeren. Er wordt altijd geobserveerd naar aanleiding van een vraag van de docent of trajectbegeleider. Het gedrag van de individuele leerling wordt geobserveerd, maar ook de interactie van de leerling met klasgenoten en de interactie tussen de leerling en de docent. De observatie wordt nabesproken met de betreffende docent. Op die manier kan zowel de leerling als de docent er profijt van hebben in hun onderlinge samenwerking 
  • De trajectbegeleider kan de personeelsleden informeren over een bepaalde rugzakleerling of voorlichting geven over bijvoorbeeld de aspecten binnen het autistisch spectrum en literatuurtips en handelingsaanwijzingen geven. 
  • De trajectbegeleider houdt korte lijnen met ouders/verzorgers. 
  • Vaak zijn er afspraken gemaakt over het vervolgtraject in geval de trajectgroepplaatsing geen soelaas biedt, zoals bijvoorbeeld een snelle plaatsing in de reboundvoorziening.