Verschillende definities van thuiszitters

In Nederland zijn er dagelijks duizenden kinderen die niet naar school gaan, die thuis zitten zonder onderwijs. Deze kinderen worden in de volksmond vaak "thuiszitters" genoemd. Het Ministerie van Onderwijs publiceert jaarlijks een overzicht van de aantallen kinderen die niet naar school gaan. Het lastige is echter, dat de overheid en het onderwijs slechts een deel van de kinderen die thuis zitten, ook daadwerkelijk "thuiszitters" noemen. 

Hieronder leggen we uit hoe het kan dat bijvoorbeeld de VO-raad spreekt van 1.084 thuiszitters, terwijl ouders aantonen dat er datzelfde schooljaar 15.124 thuiszitters waren in Nederland.

De onderwijs-definitie van thuiszitters tot 2015: alleen ingeschreven leerplichtigen die ongeoorloofd thuis zitten

De onderwijswereld gebruikte tot en met 2015 de volgende definitie van thuiszitters:

Leerplichtige kinderen (vijf tot achttien jaar) die wel zijn ingeschreven, maar zonder geldige redenen meer dan vier weken verzuimen zonder dat zij vrijstelling hebben van de leerplicht.

Onder "verzuimen" wordt hierbij verstaan: ongeoorloofd afwezig zijn voor tenminste 16 uren in 4 weken.

Kinderen die geen onderwijs krijgen noemden zij "thuiszittende kinderen" in plaats van thuiszitters. Volgens deze Kamerbrief uit 2012 van minister Van Bijsterveldt kon ook een bredere definitie van thuiszitters worden gehanteerd, maar werd dat door het ministerie bewust niet gedaan vanwege de verschillende verantwoordelijkheden van de categorieën "thuiszittende kinderen". Scholen waren van oudsher alleen verantwoordelijk voor bij hen ingeschreven leerlingen.

Het ministerie gebruikte ook een definitie van "thuiszittende leerlingen": dat waren alle verzuimende kinderen die leerplicht hebben (de blauwe en de groene categorie samen, zie hieronder).

De onderwijs-definitie van thuiszitters vanaf 2016 is iets ruimer: leerplichtigen die ongeoorloofd thuis zitten, ook als niet ingeschreven

De Onderwijsinspectie gebruikte de term thuiszitters al in bredere zin in haar Onderwijsverslag 2012/2013 (blz. 33):


"Het terugbrengen van het aantal thuiszitters vormt een belangrijke doelstelling van passend onderwijs. Maar niet alle samenwerkingsverbanden hebben zicht op hoe groot de groep thuiszitters is. Het is belangrijk dat samenwerkingsverbanden beter in beeld brengen hoeveel thuiszitters er zijn. Vooral kinderen die op geen enkele school zijn ingeschreven, zijn onvoldoende in beeld."

In de Kamerbrief over de thuiszitterscijfers van februari 2016 hanteert de staatssecretaris inmiddels ook een nieuwe onderwijs-definitie van thuiszitter: 

Verzamelterm voor relatief verzuim langer dan vier weken (de oude onderwijs-definitie thuiszitter) en voor absoluut verzuimers

Onder "relatief verzuim" wordt hierbij verstaan: leerlingen die ingeschreven staan op een school en ongeoorloofd afwezig zijn voor tenminste 16 uren in 4 weken. Onder "absoluut verzuim" wordt hierbij verstaan: leerlingen die bij geen enkele school staan ingeschreven.

Voor de eerste groep (relatief verzuim langer dan 4 weken) hanteert hij vanaf dat moment de term langdurig relatief verzuim. De categorie die hij (nog?) niet onder de thuiszitters rekent zijn de vrijstellingen van de leerplicht op grond van artikel 5 onder a, maar de cijfers daarvan zijn wel opgenomen in de jaarlijkse Kamerbrief.

In de Notitie Thuiszitters van Ingrado (september 2016) wordt deze onderwijsdefinitie verder toegelicht, met voorbeelden van grensgevallen.

Een bredere definitie van het woord "thuiszitter"

De wereld buiten het onderwijs gebruikt het woord "thuiszitter" in een nog bredere betekenis. Volleyballende sporters zijn volleyballers. Thuiszittende kinderen zijn thuiszitters.

Als volwassenen geen werk hebben worden ze ook thuiszitters genoemd. Zie bijvoorbeeld het NRC-artikel Veertien miljoen jonge thuiszitters in Europa uit 2012. Daarin staat de zin: "De zogenaamde groep thuiszitters wordt gevormd door 15,4 procent van de jongeren van 15 tot 29 jaar in de EU."

Toen de Kinderombudsman het rapport "Van leerplicht naar leerrecht" aan het voorbereiden was, opende hij een Meldpunt voor thuiszitters en stond in de omschrijving van het meldpunt: "Het kan gaan om kinderen die niet naar school gaan, die nergens ingeschreven kunnen worden, of kinderen die wel naar school gaan, maar niet mee doen met het reguliere programma." Dus onder thuiszitters worden hier ook andere groepen kinderen verstaan die niet met een regulier onderwijsprogramma meedoen, zoals kinderen met een vrijstelling 5a en verborgen thuiszitters.
 

Thuiszitters die vrijgesteld zijn van de leerplicht

Artikel 5 Leerplichtwet 1969 noemt onder lid a, dat zolang de jongere op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om tot een school te worden toegelaten, de verantwoordelijke personen zijn vrijgesteld van de verplichting om te zorgen, dat een jongere als leerling van een school staat ingeschreven. 

Zulke vrijstellingen worden ook wel kortweg vrijstellingen 5a genoemd. Vaak wordt het aantal jongeren dat zo'n vrijstelling heeft ook genoemd in de jaarlijkse Kamerbrief, al vallen ze niet onder de onderwijs-definitie van thuiszitters.


Verborgen thuiszitters

Daarnaast zijn er nog thuiszitters die niet in de statistieken voorkomen. Als kinderen geen volledig onderwijsprogramma hebben en niet gemeld zijn bij leerplicht dan vinden wij dat je hen met recht "verborgen thuiszitters" kunt noemen.  De redenen dat ze niet gemeld worden door de scholen kunnen zijn:
  • de leerling is voor onbepaalde tijd geschorst
  • de leerling heeft een vrijstelling van geregeld schoolbezoek volgens artikel 11 onder d vanwege ziekte (wat volgens de staatssecretaris ook gebruikt kan worden als kinderen met autisme op school te veel prikkels ervaren om full-time naar school te kunnen gaan)
  • de leerling heeft een vrijstelling van geregeld schoolbezoek volgens artikel 11 onder g omdat er geen passend onderwijs is
  • de ouders zijn illegaal en hun kinderen komen niet in de systemen voor
  • de school waarbij ze zijn ingeschreven vindt dat ze een geldige reden hebben om langer dan 4 weken (part-time) te verzuimen (de school heeft de kinderen dan niet gemeld)
    • Samenwerkingsverband Qinas zegt bijvoorbeeld in een nieuwsbrief over deze categorie: Binnen de regio Gooi & Vechtstreek is nog een groep leerlingen die aandacht behoeft, namelijk de thuiszitters die eigenlijk onder de relatief verzuimers vallen, maar niet ongeoorloofd afwezig zijn. Het gaat hier om een groeiende groep leerlingen die thuis komen te zitten vanwege psychische problematiek. Bijvoorbeeld leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum die te veel prikkels en stress ervaren op hun huidige VO-school. Deze leerlingen raken hierdoor steeds meer uitgeput en vervallen zo gemakkelijk in langdurig ziekteverzuim.
    • Een ouder zegt in een tweetMijn kind kan maar 2 * 1 uur pwk gaan en voelt als thuiszitter! leerplichtambtenaar pas na 3 jaar ingelicht...
Van deze verborgen thuiszitters zijn geen aantallen bekend. Het aantal vrijstellingen 11g wordt wel geteld, maar het is niet bekend welk deel van hen die vrijstelling kreeg vanwege geen passend onderwijs in tegenstelling tot een kortdurende vrijstelling bijvoorbeeld in verband met een huwelijk of begrafenis).

Alle telbare categorieën van thuiszitters

Er zijn 3 groepen van thuiszitters ("thuiszittende kinderen") waarvan de overheid jaarlijks telt hoeveel er zijn in Nederland. Wij gebruiken de kleuren blauw, groen en rood om ze te onderscheiden, kleuren die ook terugkomen in onze grafieken op Thuiszitters: aantallen zoals opgegeven door de overheid.
  • Langdurig relatief verzuim: leerplichtige kinderen die wel zijn ingeschreven, maar zonder geldige redenen meer dan vier weken niet fulltime naar school gaan
  • Absoluut verzuim: leerplichtige kinderen die niet (meer) zijn ingeschreven op een school, uitgeschreven thuiszitters dus
  • Vrijstelling volgens artikel 5 onder a van de Leerplichtwet: kinderen met een vrijstelling van de leerplicht op lichamelijke of psychische gronden
Let op: als het ministerie, een samenwerkingsverband van scholen of een gemeente aangeeft hoeveel thuiszitters zij hebben, noemen zij soms alleen het aantal in de eerste categorie, de ingeschreven thuiszitters, dus maar een deel van alle thuiszittende kinderen! Nog iets om alert op te zijn bij deze cijfers: Thuiszitters op peildatum of thuiszitters gedurende hele schooljaar.

De cijfers voor de thuiszitters-categorieën langdurig relatief verzuim en absoluut verzuim worden jaarlijks bekendgemaakt door het ministerie (rond 19 maart, de dag van de leerplicht). De aantallen leerlingen met een vrijstelling 5a zijn ook bij de overheid bekend (bij de afdeling leerplicht van elke gemeente) maar werden in de afgelopen jaren niet structureel bekendgemaakt. Hopelijk komt daar verandering in met de komst van de website Vsv Kompas (zie Hoeveel thuiszitters heeft mijn gemeente?).

Onze stichting vindt dat het onderwijs mede-verantwoordelijk is voor de explosieve groei in het aantal vrijstellingen 5a, omdat zo'n vrijstelling steeds vaker wordt afgegeven als er geen enkele school bereid wordt gevonden om zo'n kind onderwijs op maat aan te bieden. De scholen zijn onvoldoende bereid om hun aanbod aan te passen aan het kind, of zijn onvoldoende deskundig om te begrijpen hoe het aangepast zou moeten worden. Leerplichtambtenaren voelen zich dan vaak genoodzaakt een vrijstelling aan te vragen omdat anders de ouders vervolgd zouden moeten voor het niet naar school laten gaan van hun kind. Als het kind zo'n vrijstelling heeft, dan is het onderwijs gelijk ook niet meer verantwoordelijk voor onderwijs voor dat kind, dus hoeft het samenwerkingsverband van scholen niet meer zijn best te doen om een passend aanbod te maken. Zo kan het aantal (ingeschreven) thuiszitters relatief laag blijven terwijl het totaal aantal thuiszitters toch groeit.

Thuiszitters op peildatum of thuiszitters gedurende hele schooljaar?

De thuiszitters uit de categorie langdurig relatief verzuim, de ingeschreven thuiszitters dus, worden geteld als ze 4 weken of meer verzuimen. Als ze weer fulltime naar school gaan, zijn ze geen thuiszitter meer. Gedurende een schooljaar zijn er dus niet elke dag evenveel thuiszitters.

Bij het bekendmaken van de aantallen (ingeschreven) thuiszitters op de dag van de leerplicht, wordt vaak onderscheid gemaakt tussen het aantal kinderen dat aan het begin van het schooljaar thuiszitter was, de toename gedurende het schooljaar en de afname gedurende het schooljaar.

Vaak wordt het aantal dat aan het begin van het schooljaar (ingeschreven) thuiszitter was, gepresenteerd als het officiële aantal thuiszitters. Dat is niet het volledige beeld.

Onze definitie van het aantal ingeschreven thuiszitters in een schooljaar, is het aantal kinderen dat op enig moment in dat schooljaar (ingeschreven) thuiszitter is geweest. Dat kun je berekenen:

Aantal ingeschreven thuiszitters schooljaar = aantal langdurig relatief verzuimers begin schooljaar + toename langdurig relatief verzuim in de loop van het jaar

Het ministerie heeft deze optelling wel gedaan in de Kamerbrief van maart 2014: totaal aantal (ingeschreven) thuiszitters in 2012/2013 was 3.789, want aan het begin van het schooljaar waren het er 1.088, en in de loop van het jaar kwamen er 2.702 bij. Daarmee wordt bevestigd dat dit de juiste manier is om het aantal (ingeschreven) thuiszitters van een schooljaar te berekenen. 

Toch zien wij regelmatig dat samenwerkingsverbanden en belangenorganisaties van scholen alleen het getal aan het begin van het schooljaar noemen. Dan spreken zij bijvoorbeeld over 1.084 (ingeschreven) thuiszitters in 2012/2013, terwijl het er toch echt 3.789 waren, en terwijl daar niet eens de niet-ingeschreven thuiszitters zoals absoluut verzuim en vrijstellingen 5a in zijn meegerekend! In totaal waren er in 2012/2013 meer dan 14.000 thuiszitters.

In de grafieken op Thuiszitters: aantallen zoals opgegeven door de overheid kun je die twee subcategorieën van ingeschreven thuiszitters herkennen aan de kleuren donkerblauw (begin schooljaar) en lichtblauw (toename in dat jaar).