Wanneer is een OPP verplicht? En wat betekent dat voor Utrecht?

Op een reguliere vmbo/havo/vwo-school is een OPP verplicht als een leerling extra ondersteuning nodig heeft, maar niet als de leerling genoeg heeft aan de basisondersteuning. Maar wanneer is iets nu basisondersteuning en wanneer extra ondersteuning? Dat verschilt per regio. Aan de hand van de wetgeving, het toezichtskader van de inspectie en informatie van de rijksoverheid tonen we hier aan welke regels gelden voor het ontwikkelingsperspectief (OPP) bij passend onderwijs. We vatten het samen en kijken dan wat dit betekent voor de Utrechtse vmbo/havo/vwo-scholen. Op een vergelijkbare manier kun je voor scholen van een ander samenwerkingsverband bepalen wanneer een OPP verplicht is.

Als je nog niet weet wat een OPP is, lees dan eerst Wat is een OPP? Ontwikkelingsperspectief beschrijft passend onderwijs voor leerling.
 

Wetgeving over het ontwikkelingsperspectief (OPP)

De “Wet Passend Onderwijs” is geen aparte wet, het is een aanpassing van onder andere de “Wet op het Voortgezet Onderwijs” (WVO).

Citaat uit Artikel 26 Wet op het voortgezet onderwijs waarbij bepaalde termen door ons vetgedrukt zijn:

  1. Het bevoegd gezag stelt nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met de ouders een ontwikkelingsperspectief vast:
    • voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven, voor zover het betreft leerlingen die voorbereidend beroepsonderwijs, middelbaar of hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs volgen [...]
  2. In afwijking van het eerste lid, wordt het deel van het ontwikkelingsperspectief betreffende de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 17b, eerste lid, vastgesteld nadat overeenstemming bereikt is tussen het bevoegd gezag en de ouders
    [...]
  3. Het ontwikkelingsperspectief bevat een omschrijving van de begeleiding, bedoeld in artikel 17b. Indien voor leerlingen als bedoeld in het eerste lid, onder a, bij de inrichting van het onderwijs wordt afgeweken van één of meer onderdelen van het onderwijsprogramma, wordt dat in het ontwikkelingsperspectief vermeld.

Citaat uit Artikel 17b Wet op het voortgezet onderwijs waarbij wij bepaalde termen vetgedrukt hebben:

  1. Ten aanzien van leerlingen die extra ondersteuning behoeven, is het onderwijs gericht op individuele begeleiding die is afgestemd op de behoeften van de leerling.

Toezichtskader van de inspectie

Citaat uit het Onderzoekskader voor het toezicht op het voortgezet onderwijs van de Onderwijsinspectie, versie 1 augustus 2019, waarbij wij bepaalde termen vetgedrukt hebben:

OP4. Extra ondersteuning: Leerlingen die dat nodig hebben, ontvangen extra aanbod, ondersteuning en begeleiding.

Basiskwaliteit

Voor leerlingen die structureel een onderwijsaanbod nodig hebben op een ander niveau dan de leeftijdsgroep, biedt de school een passend onderwijsaanbod, ondersteuning en/of begeleiding, gebaseerd op de mogelijkheden van de desbetreffende leerlingen. Het aanbod, de ondersteuning en/of de begeleiding zijn gericht op een ononderbroken ontwikkeling van de leerling. De school evalueert periodiek of het aanbod het gewenste effect heeft en stelt de interventies zo nodig bij.

De school heeft in het schoolondersteuningsprofiel vastgelegd wat zij onder extra ondersteuning verstaat en welke voorzieningen de school kan bieden in aanvulling op het door het samenwerkingsverband omschreven niveau van basisondersteuning. Voor de leerlingen die deze extra ondersteuning nodig hebben, legt de school in het ontwikkelingsperspectief vast hoe het onderwijs wordt afgestemd op de behoefte van de leerling.

Toelichting wettelijke eisen

In het schoolondersteuningsprofiel is vastgelegd welke voorzieningen zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven (artikel 1, WVO). Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de vier jaar het schoolondersteuningsprofiel vast (artikel 17b, tweede lid, WVO). De school heeft in het schoolplan beschreven op welke wijze het ondersteuningsprofiel wordt betrokken bij het onderwijskundig beleid (artikel 24, tweede lid, WVO).

Het bevoegd gezag stelt vervolgens, na op overeenstemming gericht overleg met de ouders, vast of een leerling extra ondersteuning nodig heeft (artikel 26, eerste lid, WVO). Voor die leerlingen geldt de wettelijke verplichting om een ontwikkelingsperspectief vast te stellen en minimaal eens per jaar met de ouders te evalueren (artikel 26, derde lid, WVO). In het ontwikkelingsperspectief is informatie opgenomen over de begeleiding die de leerling wordt geboden, in welke onderwijssoort in het vo de leerling naar verwachting het examen zal halen en over de belemmerende en de bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling (artikel 26, vijfde lid, WVO en artikel 15c Inrichtingsbesluit, WVO). Over het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief dient overeenstemming met de ouders te worden bereikt (artikel 26, tweede lid, WVO).

Verantwoordelijkheid van scholen volgens de Rijksoverheid

Citaat van de site van de Rijksoverheid, pagina Verantwoordelijkheid van scholen in passend onderwijs, waarbij we bepaalde termen vetgedrukt hebben:

Basisondersteuning op gewone scholen

Alle samenwerkende gewone scholen in een regio bieden dezelfde basisondersteuning. De scholen bepalen samen wat er onder de basisondersteuning valt. Bijvoorbeeld:

  • hulp voor leerlingen met dyslexie of dyscalculie;
  • programma's gericht op (het voorkomen van) gedragsproblemen;
  • een richtlijn voor medische handelingen.

In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband staat wat onder de basisondersteuning valt.

Extra ondersteuning op gewone scholen

Naast de basisondersteuning bieden sommige scholen extra begeleiding aan leerlingen. Bijvoorbeeld een speciale klas voor leerlingen met een gedragsstoornis. Of trainingen in sociale vaardigheden. Hierbij werken ze soms samen met instellingen voor jeugdzorg en jeugdhulp. De school geeft in het schoolondersteuningsprofiel aan welke extra begeleiding zij kan geven.

Ontwikkelingsperspectief voor leerlingen met extra begeleiding

Voor alle leerlingen die naast basisondersteuning ook extra ondersteuning krijgen, maakt de school een ontwikkelingsperspectief. In dit perspectief beschrijft de school de onderwijsdoelen voor die leerling. Welk niveau wordt nagestreefd? En wat gaat de leerling doen na de opleiding? Ook staat erin welke extra begeleiding de school biedt. De school overlegt met de ouder over de invulling van het perspectief.

Memorie van toelichting op wetswijzigingen Passend Onderwijs


Schoolondersteuningsprofiel

Met dit wetsvoorstel wordt het begrip schoolondersteuningsprofiel wettelijk vastgelegd: een beschrijving van de voorzieningen die op de school zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven. In het schoolondersteuningsprofiel formuleert de school dus de extra ondersteuning die zij kan verzorgen. Het schoolondersteuningsprofiel komt tot stand in de school en wordt opgesteld door het team (de directeur, de leraren, de intern begeleider of de zorgcoördinator) van de school. Zo nodig wordt in kaart gebracht op welke punten de leraren van de school extra professionalisering nodig achten. In het referentiekader worden handvatten geboden voor het opstellen van het schoolondersteuningsprofiel. De invulling van het schoolondersteuningsprofiel hangt af van de expertise van de school en de afspraken die binnen het samenwerkingsverband zijn gemaakt. Het schoolondersteuningsprofiel wordt betrokken bij het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband en het schoolplan van de school. Het profiel wordt in de schoolgids geplaatst zodat ouders, leerlingen en andere partijen inzicht hebben in de mogelijkheden voor extra ondersteuning op de school.

Hieruit valt af te leiden dat het schoolondersteuningsprofiel gepubliceerd moet worden, omdat het een onderdeel moet zijn van de schoolgids.

Samenvatting regels over het OPP

Voor alle reguliere vmbo/havo/vwo-scholen geldt: als er sprake is van extra ondersteuning, moet er een OPP komen waarin de (individuele of van het onderwijsprogramma afwijkende) begeleiding beschreven staat. Over het hele OPP moet op overeenstemming gericht overleg zijn gevoerd met de ouders, en op het “handelingsdeel” (het deel waarin de begeleiding beschreven staat) hebben de ouders instemmingsrecht: het kan niet vastgesteld worden zonder overeenstemming met de ouders.

In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband waar de school onder valt staat beschreven wat wordt verstaan onder de basisondersteuning, en in het schoolondersteuningsprofiel staat beschreven wat daarnaast kan worden geboden aan extra ondersteuning. Het schoolondersteuningsprofiel moet onderdeel zijn van de schoolgids (in de praktijk is het voldoende om vanuit de schoolgids te verwijzen naar de plek op de website waar het schoolondersteuningsprofiel kan worden gevonden).

Als een OPP verplicht is voor een leerling, dan moet dat OPP de volgende onderdelen hebben (voor toelichting zie Wat is een OPP? Ontwikkelingsperspectief beschrijft passend onderwijs voor leerling):

  • Uitstroombestemming: op welk niveau is de verwachting dat de leerling het examen zal halen en waarheen zal de leerling na het examen waarschijnlijk doorstromen, overlegd met de ouders met als doel om tot overeenstemming te komen, maar de school kan het vaststellen ook als ouders het er niet mee eens zijn.
  • Belemmerende en bevorderende factoren, overlegd met de ouders met als doel om tot overeenstemming te komen, maar de school kan het vaststellen ook als ouders het er niet mee eens zijn.
  • Handelingsdeel: Omschrijving van de (extra) begeleiding/ondersteuning, kan alleen vastgesteld worden met instemming van de ouders.
Er zijn nog meer regels rond OPP's, we hebben hier alleen de belangrijkste genoemd.

Wat is de afgesproken basisondersteuning voor de middelbare scholen in Utrecht?

In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband staat wat voor alle scholen in die regio geldt als basisondersteuning. De reguliere vo-scholen in de gemeenten Utrecht en Stichtse Vecht vallen onder het samenwerkingsverband Sterk VO.

In het huidige ondersteuningsplan van Sterk VO staat over de basisondersteuning:

Standaard voor de basisondersteuning

  1. De school heeft samen met leerling, ouders en ondersteuners zicht op de leerontwikkeling van alle leerlingen en legt deze vast.
  2. De school heeft een deskundig team dat opbrengstgericht, handelingsgericht en cyclisch werkt.
  3. De school heeft een positief pedagogisch klimaat en is fysiek en sociaal veilig voor leerlingen en team.
  4. De school zorgt voor een ononderbroken schoolloopbaan voor iedere leerling en passende begeleiding bij iedere overstap.
  5. De school biedt effectieve ondersteuning en werkt hierin samen met (kern)partners.

Anders dan deze “Standaard voor de basisondersteuning” wordt de inhoud van de basisondersteuning niet toegelicht in het ondersteuningsplan. In deze standaard voor de basisondersteuning staan geen specifieke vormen van ondersteuning zoals hulp voor leerlingen met dyslexie of een faalangsttraining.

Dat betekent dat alle ondersteuning die niet expliciet genoemd is in deze standaard voor de basisondersteuning valt onder het begrip “extra ondersteuning” voor de reguliere middelbare scholen in de gemeente Utrecht.

Wat valt voor de Utrechtse middelbare scholen onder extra ondersteuning?

De middelbare scholen die onder het samenwerkingsverband Sterk VO vallen, gebruiken voor het maken van hun schoolondersteuningsprofiel de online tool “Perspectief op school” (POS). Dat betekent dat elk schoolondersteuningsprofiel (POS-rapport) dezelfde indeling heeft. Binnen dit samenwerkingsverband gebruiken ze vaak de term schoolondersteuningsplan in plaats van de wettelijke term schoolondersteuningsprofiel (de afkorting is hetzelfde: SOP).

Voorbeelden van deze POS-rapporten (link gaat naar webpagina waar het rapport te downloaden is als schoolondersteuningsprofiel of schoolondersteuningsplan): Academie Tien, Amadeus Lyceum, Christelijk Gymnasium Utrecht, Gerrit Rietveld College, Globe College, Leidsche Rijn College, St. Bonifatius College, St. Gregorius College (Descart/Waldorf). De Passie, SvPO Utrecht, Trajectum College, Unic, Utrechts Stedelijk Gymnasium, Wellant College en X11 hebben hun POS-rapport niet gepubliceerd (9 februari 2020).

Als je in zo’n POS-rapport op zoek gaat naar de beschrijving van wat die school als basisondersteuning biedt en wat die school als extra ondersteuning biedt, blijkt dat dit het duidelijkst verwoord is in paragraaf 2.4 “Ondersteuning aan onze leerlingen”:

  • De ondersteuning beschreven onder Aan alle leerlingen kun je beschouwen als basisondersteuning of het reguliere onderwijsprogramma.
  • De ondersteuning beschreven onder Aan leerlingen die meer ondersteuning of meer uitdaging nodig hebben kun je beschouwen als extra ondersteuning.

De ondersteuning die in paragraaf 2.4 van het schoolondersteuningsprofiel beschreven wordt voor leerlingen die meer ondersteuning of meer uitdaging nodig hebben, is onderverdeeld in drie soorten: in de lessen, buiten de lessen en met partners.

Hoe gaan de Utrechtse vmbo/havo/vwo-scholen in de praktijk om met het OPP?

In de praktijk hebben deze scholen de neiging om alleen een OPP te maken voor leerlingen voor wie ze een extra arrangement (financiering) willen aanvragen bij het samenwerkingsverband, maar niet voor leerlingen die een meer gebruikelijke vorm van ondersteuning nodig hebben zoals hulp bij dyslexie, een faalangsttraining, of deelname aan U-Talent (januari 2020). Voor die leerlingen horen ze echter ook een OPP met handelingsdeel aan te maken, omdat de ondersteuning niet beschreven is bij de basisondersteuning van Sterk VO.

Voor het maken van een OPP biedt Sterk VO een online tool aan, die er echter geen rekening mee houdt dat ouders instemmingsrecht hebben op het handelingsdeel. In deze tool staat bij de handtekening voor ouders “Voor gezien” in plaats van “Akkoord” of iets dergelijks.

Conclusie voor Utrechtse vmbo/havo/vwo-scholen

In het ondersteuningsplan van samenwerkingsverband Sterk VO staat dat alle Utrechtse VO- scholen een Schoolondersteuningsplan (= schoolondersteuningsprofiel) hebben dat voor iedere school op de eigen website te vinden is. In Utrecht hebben alle schoolondersteuningsprofielen dezelfde structuur, een zogenaamd POS-rapport. Enkele scholen hebben hun POS-rapport op scholenopdekaart.nl staan in plaats van op hun eigen website. Ongeveer de helft van de vmbo/havo/vwo-scholen hebben hun POS-rapport helemaal niet gepubliceerd.

Voor alle leerlingen aan wie extra ondersteuning wordt geboden zoals beschreven in het POS-rapport in paragraaf 2.4 onder “Aan leerlingen die meer ondersteuning of meer uitdaging nodig hebben” hoort de school minimaal eens per jaar een OPP (ontwikkelingsperspectief) op te stellen. Dit wordt op dit moment (januari 2020) niet voor al die leerlingen gedaan.

Zo’n OPP hoort ook een individueel handelingsdeel te hebben, waar ouders instemmingsrecht op horen te krijgen. Het handelingsdeel is pas vastgesteld als de ouders akkoord zijn. De online tool van Sterk VO voor het maken van OPP’s gaat er echter vanuit dat ouders het handelingsdeel alleen hoeven te tekenen “voor gezien”.

Als er binnen het samenwerkingsverband Sterk VO zou worden afgesproken dat een aantal specifieke vormen van ondersteuning (zoals bijvoorbeeld faalangsttraining en extra tijd bij toetsen voor leerlingen met dyslexie) onder de basisondersteuning zouden vallen, zou voor minder leerlingen een OPP opgesteld hoeven worden. Voorwaarde is dan wel dat alle scholen van Sterk VO die basisondersteuning bieden. Het onderscheid tussen basisondersteuning en extra ondersteuning zou dan duidelijk moeten worden verwoord in het SOP / POS-rapport, want er zijn dan drie soorten ondersteuning:

  1. Basisondersteuning voor alle leerlingen
  2. Basisondersteuning voor leerlingen die meer ondersteuning of meer uitdaging nodig hebben
  3. Extra ondersteuning voor leerlingen die meer ondersteuning of meer uitdaging nodig hebben.