Wanneer speciaal en wanneer regulier VO? Welk type school?

Het liefst willen alle ouders dat hun kind in het reguliere voortgezet onderwijs (VO) kan meedraaien, en het kind zelf wil dat ook het liefst. Als het kind dat aankan is dat het beste! Maar voor kinderen met autisme is dat niet gemakkelijk, getuige "Autisme op reguliere havo/vwo is...", ons overzicht van praktische problemen waar slimme leerlingen met autisme mee te maken hebben. Voor sommige kinderen is dat toch te veel gevraagd. Dan is een reguliere school met intensievere ondersteuningsmogelijkheden (niveau 1.3/1.4/1.5 van onze preventiepiramide), of het voortgezet speciaal onderwijs (VSO), misschien een betere optie. Naast de hoge cognitie is het ook van belang hoe een kind om kan gaan met schooleisen en mede-leerlingen om zich te redden op een reguliere school. Op deze pagina zetten we de voor- en nadelen van verschillende typen scholen op een rijtje.

Wat moet je kind met autisme kunnen om zich te redden op een reguliere middelbare school?

Wanneer is een kind met autisme en cognitief talent nu wel of niet in staat zich te redden in het reguliere VO, als de school alleen basisondersteuning biedt zoals beschreven bij niveau 1.1 van onze preventiepiramide?
  • acceptatie van eigen autisme en eigen gebruiksaanwijzing weten (terugtrekken bij overprikkeling; kunnen aangeven aan docenten, stressreacties herkennen en niet laten oplopen tot flippen)
  • interactie met gewone kinderen; weerbaar zijn met vervelende opmerkingen, de bijna-pestkoppen; enige feeling voor wat er allemaal gebeurt in en tussen groepjes, om kunnen gaan met machogedrag van jongens én meisjes
  • het tempo van leren en of een kind erg faalangstig is (niet elke docent heeft veel geduld); en hoeveel instructie een kind nodig heeft (zelf vragen stellen aan docent als je het niet snapt, niet opkroppen)
Bedenk dat op de middelbare school een veel grotere nadruk ligt op jezelf sociaal moeten handhaven in de groep dan op de basisschool, vooral in de onderbouw. Zelfs voor kinderen zonder sociale beperkingen is het wat dat betreft een zware tijd. Illustratief zijn de praktijkervaringen van Autisme op reguliere havo/vwo is... Dus zelfs als je kind het op de basisschool altijd nog gered heeft, hoeft dat niet te betekenen dat het op het VO ook lukt. Zeker in Utrecht waar de reguliere VO-scholen weinig meer bieden dan een persoonlijke coach die elke week wat tijd met het kind doorbrengt. Dat is helaas de realiteit die we bij diverse kinderen met autisme gezien hebben.

Regulier of speciaal?

Als je twijfelt, of als een kind weinig ervaring heeft met wat hierboven genoemd staat bij "Wat moet je kind kunnen om zich te redden op een reguliere middelbare school", dan is VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs) wellicht een veiligere optie, of een reguliere school met extra hulp op niveau 1.3, 1.4 of 1.5 van de preventiepiramide, als die er zijn in jouw omgeving. (In de regio Utrecht zijn er niet veel, zie School-voorbeelden rondom Utrecht.) Je kunt ook onderzoeken of er een school is die een van de maatwerkmogelijkheden kan bieden.

Diagram van 4 aspecten die autipluskinderen nodig hebben op school
Wij zien dat reguliere scholen beter zijn in een passend cognitief niveau bieden en je kind leren om te gaan met de maatschappij, en dat speciale scholen beter zijn in het bieden van een veilig leerklimaat voor kinderen met autisme en het stimuleren van levensvaardigheden. Het veilige leerklimaat is prioriteit nummer 1, dus dat kan een belangrijke reden zijn om te kiezen voor het VSO.

Voordeel van een VSO voor kinderen met autisme is dat ze kleine klassen hebben (typisch een stuk of 12 leerlingen), ze hebben een time-out-ruimte en de docenten hebben meer kennis van, begrip voor en ervaring met autisme. Ze besteden in de klas meer aandacht aan het leren omgaan met elkaar en met jezelf. Uitzonderingen op de schoolregels voor individuele kinderen zijn makkelijker te regelen. Verwacht echter niet te veel van individuele begeleiding, ondanks de goede intenties komen ze daar in de praktijk weinig aan toe. 
Het eindexamen is in de vorm van een staatsexamen, waarvan een voordeel is dat het over meerdere jaren verspreid kan worden. Dat de helft van het staatsexamen bestaat uit mondelinge examens (die pas na het centraal schriftelijk komen) is voor sommigen een voordeel maar voor anderen een nadeel.

Nadeel van een VSO kan zijn dat je kind nauwelijks nog in contact komt met "gewone" kinderen. De klasgenoten zitten niet voor niets op het VSO, hebben vaak naast autisme ook bijkomende gedragsproblematiek zoals bijvoorbeeld ADHD of ODD, en de klas wordt regelmatig gestoord vanwege uitbarstingen van een of meer leerlingen. De mate waarin hangt af van het aantal internaliserende of juist externaliserende kinderen.

Sommige scholen zijn gespecialiseerd in externaliserende kinderen, dat wil zeggen kinderen die als ze stress voelen dat meestal naar anderen uiten, verbaal of fysiek, wat de klas verstoort. Andere scholen hebben voornamelijk internaliserende kinderen, dat wil zeggen kinderen die bij stress meestal in zichzelf gekeerd worden, zich afsluiten voor de buitenwereld (al kunnen ook zij zich bij stress op een externaliserende manier gedragen). Op een school voor internaliserende kinderen komt het ook dagelijks voor dat de klas verstoord wordt, al zal het minder vaak en minder heftig zijn dan op een school voor externaliserende kinderen. Als je een kind hebt dat zich meestal terugtrekt als hij/zij het moeilijk heeft, dan past het niet op een school met veel externaliserende kinderen.

Op VSO's voor kinderen met autisme zitten voornamelijk jongens. 

Een ander aspect van het speciaal onderwijs is dat het aangeboden niveau, het vakkenpakket en de aangeboden profielen vaak beperkt zijn. Zo kun je misschien wel havo-niveau doen, maar niet altijd examen doen in Frans of Duits, wat wel een vereiste is als je daarna naar het vwo door wil stromen. Bovendien wordt in de onderbouw vaak noodgedwongen lesgegeven door docenten die alleen een PABO-opleiding hebben, die geen vakdocent zijn. Dit komt doordat het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) onder dezelfde wet valt als basisonderwijs, en de financiering daarop afgestemd is (er zijn plannen om dat te wijzigen, maar dat zal nog enige tijd duren).

Als je (vaak noodgedwongen) kiest voor speciaal onderwijs (VSO) is de school vaak ver weg. Als je kind niet zelfstandig van huis naar school kan, dan kun je (onder bepaalde voorwaarden) via je gemeente leerlingenvervoer krijgen. Als je al leerlingenvervoer kunt krijgen, gebeurt het steeds vaker dat de gemeente alleen een onkostenvergoeding geeft voor het openbaar vervoer. Alleen als je kind echt niet met het openbaar vervoer kan (aan te tonen door de school), kan je kind groepstaxivervoer krijgen. Meestal worden er dan een stuk of 6 leerlingen door dezelfde taxi gebracht en gehaald, wat betekent dat de reis langer duurt dan wanneer je zelf auto zou moeten rijden (tot 1,5 uur enkele reis). Je kunt hier geluk of pech mee hebben, zowel met de chauffeur als met de andere kinderen. Als het tegenzit komt je kind al overprikkeld op school aan, en komt het vermoeid thuis, waarna het nog huiswerk moet maken. Het kan ook prima gaan met een rustige groep kinderen en een betrouwbare chauffeur, maar het is een risico dat mee kan spelen in de afweging tussen regulier en speciaal.

Ook een nadeel van VSO is dat het heel moeilijk is om vanuit speciaal onderwijs terug te gaan naar regulier onderwijs. Het is niet onmogelijk, vooral als de speciale school erachter staat, maar reguliere scholen zullen eerder geneigd zijn om te zeggen dat het kind het beste past op speciaal onderwijs.

Als regulier: domeinen of klassikaal, of particulier?

Veel reguliere scholen horen bij één van de volgende typen (natuurlijk zijn er ook scholen die een andere, unieke aanpak hebben):
  1. Scholen met een klassikale aanpak: leerlingen krijgen les in klaslokalen waarin de tafeltjes gericht staan naar de docent ("busopstelling")
  2. Scholen met domeinen (wordt ook wel anders genoemd) waarbij leerlingen in groepen van meerdere klassen in dezelfde ruimte werken en vaker zelfstandig en in kleine groepjes werken.
Welk type school is nu het meest geschikt voor je kind met autisme? Dat ligt aan het kind en aan de school!

Voordelen klassikaal onderwijs
  • De voorspelbare opstelling van de tafeltjes en plaatsing van de leerlingen geeft rust in het hoofd, en biedt de mogelijkheid om vooraan te zitten om minder prikkels/afleiding te krijgen.
  • De docent leidt de les, het kind kan zich richten op de docent om te weten wat hij of zij moet doen.
  • Minder vaak de verplichting om in een groepje samen te werken (wat voor kinderen met autisme meestal lastig is).
Nadelen klassikaal onderwijs
  • Vaak van lokaal wisselen, de weg moeten leren door de hele school.
  • Weinig tot geen mogelijkheden om je even af te zonderen als overprikkeling dreigt.
Voordelen domeinenonderwijs
  • Minder wisseling van lokaal, dit betekent minder onrust, en minder paniek omdat ze niet weten waar het volgende lokaal zich bevindt en ze dit lastig vinden om te vragen.
  • Veilige eigen omgeving, een domein is een klein schooltje binnen de school. Als ieder domein zijn eigen docententeam en/of een eigen domeinassistent (verschilt per school, vraag het na), dan zijn de lijnen kort en zijn docenten snel op de hoogte van dingen die er eventueel met je kind spelen. Je kind heeft wellicht een eigen locker in het domein en een eigen kapstok. Zo vergeten ze minder snel hun jas en hebben ze de spullen die in hun locker zitten altijd bij de hand.
  • Meer flexibiliteit: vaak is er de mogelijkheid om ergens anders te gaan zitten (bijvoorbeeld even op een rustiger plekje gaan zitten als overprikkeling dreigt).
Nadelen domeinenonderwijs
  • Risico op overprikkeling door bewegingen en geluiden in de grote ruimte, door wat andere groepjes leerlingen aan het doen zijn.
  • Vaker de verplichting om in een groepje samen te werken (wat voor kinderen met autisme meestal lastig is).
  • Als er een grotere vrijheid is in het bepalen van wanneer welk werk gedaan wordt, kan er een sfeer ontstaan waarbij er nog maar weinig werk gedaan wordt.
Bepaal zelf welke voor- of nadelen zwaarder wegen voor jouw kind! Natuurlijk kunnen er ook nog meer specifieke voor- of nadelen voor een bepaalde school zijn, zoals: de afstand van huis, de onderwijsaanpak, hoe warm is de ontvangst voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, de aan- of afwezigheid van speciale arrangementen voor kinderen met autisme, het oordeel van de onderwijsinspectie, etc.

Voor de stad Utrecht, zie Reguliere havo/vwo-scholen in Utrecht waarin beschreven staat welke scholen een klassikale aanpak hebben en welke werken met domeinenonderwijs. In Utrecht hebben alle reguliere havo/vwo-scholen behalve SvPO Belle van Zuylen klassen van 30 leerlingen of meer (tenzij de school toevallig niet genoeg aanmeldingen heeft).

Particulier onderwijs

Het grote nadeel van particulier onderwijs is dat het duur is: ouders worden geacht €15.000-€25.000 per jaar te betalen. Alleen als er geen ander passend onderwijs voor een kind te vinden is, en alle partijen werken mee, dan is het mogelijk dat (een deel van) de kosten vergoed worden, zie Kan particulier onderwijs vergoed worden als er geen ander passend onderwijs is?
Het grote voordeel is dat er kleine klassen zijn, dus veel aandacht van docenten, en meestal zijn zowel havo als vwo mogelijk. De sfeer en aanpak kan van school tot school erg verschillen. 

Als speciaal: cluster 2, 3 of 4, of tijdelijke opvang in OPDC?

Allereerst: cluster 3 en 4 zijn formeel vervallen met de ingang van de Wet Passend Onderwijs. Toegang tot het speciaal onderwijs voor die groepen kinderen (zie omschrijving hieronder) gaat nu via een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) van het lokale Samenwerkingsverband van scholen (blijft wel geldig als je verhuist), zie Van basisschool naar middelbare school. Voor het onderstaande verhaal maakt dat echter niet uit. Er zijn nog steeds speciale scholen (VSO's) die een specialisatie hebben op het gebied van cluster 3 of cluster 4, al zie je in sommige gevallen een combinatie ontstaan van 3 en 4.

Cluster 2 is voor kinderen met problemen op het gebied van communicatie: doven, slechthorenden, en ook kinderen met autisme die vooral taal- en communicatieproblemen hebben.
Cluster 3 is voor kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap
Cluster 4 was voor kinderen met problemen op het gebied van gedrag, en voor kinderen met een psychische stoornis zoals autisme (ook als ze geen gedragsproblemen hebben maar andere problemen)
(Voor meer uitleg over deze clusters, zie Speciaal Onderwijs op Wikipedia)

Als je de keuze hebt: weeg zorgvuldig af of een aanvraag gedaan wordt voor een indicatie voor cluster 2 of voor een toelaatbaarheidsverklaring voor een speciale school van cluster 3 of 4. Als je kind in aanmerking kan komen voor cluster 2 is het de moeite waard om die optie te onderzoeken. In grote lijnen is cluster 2 het beste voor kinderen met autisme die vooral problemen op het communicatieve vlak hebben (en niet of nauwelijks op het gebied van gedrag). Cluster 4 is het beste voor kinderen met autisme die (externalistische) gedragsproblemen vertonen, maar kan als nadeel hebben dat de focus meer op het gedrag ligt dan op de onderliggende oorzaken. Daarom kan ook cluster 3 interessant zijn, die scholen hebben steeds vaker ook (internaliserende) kinderen met autisme. Je kunt ook kijken naar de kwaliteit en beschikbaarheid van de speciale scholen van de verschillende clusters in de buurt, lees bijvoorbeeld het laatste rapport van de onderwijsinspectie helemaal door.

In de loop der jaren zijn de eisen voor een indicatie in cluster 2 steeds strenger geworden. Het is niet voldoende om moeite te hebben met communicatieve vaardigheden. Als je kind niet voor cluster 2 in aanmerking komt, ben je aangewezen op cluster 3 of 4 (nu geregeld via de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs). Als de problemen van jouw kind niet zozeer op het gebied van gedrag liggen, let dan goed op dat het cluster 4 onderwijs voldoende aandacht aan de andere aspecten besteedt, want over het algemeen wordt in cluster 4 meer op gedrag gestuurd dan op andere aspecten (uitzonderingen daargelaten!), of overweeg cluster 3.

In Utrecht is ook een onderwijsvariant die noch regulier noch speciaal onderwijs is: het OPDC Utrecht heeft een i-klas waar kinderen tijdelijk havo/vwo-afstandsonderwijs kunnen volgen. Lees hier meer over op de pagina OPDC Utrecht: i-klas met havo/vwo, waar je ook kunt vinden wat wij vinden van dit arrangement.

VMBO, HAVO, VWO of Gymnasium?

Ook bij kinderen met autisme komen alle IQ's voor (zie ook Autisme en hoogbegaafdheid). Echter, vanwege hun autisme hebben ze vaak moeite met leervaardigheden zoals hoofd- en bijzaken onderscheiden, letterlijk en figuurlijk taalgebruik onderscheiden, informatieverwerkingssnelheid, plannen en organiseren, omgaan met veranderingen, omgaan met klasgenoten, kunnen kiezen, hulp kunnen vragen, enz. Dat kan een reden zijn dat het verstandig is om 1 niveau (of meerdere niveaus) lager te kiezen dan wat het kind qua IQ of qua Cito-score aan zou moeten kunnen, omdat er dan meer ruimte is om die o zo belangrijke levensvaardigheden verder te ontwikkelen. De begeleidingsmogelijkheden op een school zijn soms ook belangrijker dan het cognitieve niveau dat gevolgd kan worden.

Een gymnasium(klas) heeft wel het voordeel dat er meer kinderen in zitten die een beetje afwijken van de rest en/of meer tolerantie hebben voor kinderen die "anders zijn". De kans is dan groter dat je kind vrienden met gedeelde interesses vindt. Maar mocht het vanwege bovengenoemde problemen toch niet lukken met het schoolwerk, en je hebt gekozen voor een school die alleen gymnasium biedt, dan zul je van school af moeten om atheneum of havo te kunnen gaan doen. 

Het is dus verstandig om een school te kiezen waar ook een niveau lager wordt aangeboden dan wat je denkt dat haalbaar is, ook als je geen gymnasium-niveau hebt, zoals een school die zowel vmbo-t als havo heeft als je denkt dat je kind cognitief havo-niveau aan moet kunnen.

Mocht je kind problemen hebben om te functioneren op een bepaald schoolniveau (voor wat dat inhoudt, zie bijvoorbeeld Typisch havo en Typisch vwo) en je overweegt een lager niveau, bedenk dan wel goed of de problematiek die hij of zij ervaart niet precies hetzelfde zal zijn op dat lagere niveau. Als het cognitief dan te makkelijk wordt, kan er een probleem bij komen: verveling en onderpresteren. Dan raak je van de regen in de drup. Dus een lager niveau is niet altijd beter, al hebben scholen wel snel de neiging om dat te adviseren.

Voor sommige kinderen (uiteraard niet voor alle, schat zelf in of dit voor je eigen kind geldt) is het beter je af en toe vervelen op een vmbo/havo waar je je prettig voelt en trots kunt zijn op je prestaties, dan vwo te doen op een school waar je het sociale mikpunt bent en dagelijks overprikkeld raakt door de vele indrukken en sociale overvraging.

Onderstaande tabel (bron) is een grove indicatie welk niveau geschikt is bij welke CITO-score / NIO-score (NIO is ongeveer vergelijkbaar met het IQ dat met een WISC-III wordt gemeten):
NIO (IQ) CITO Richtlijn (als geen autisme) als je 1 niveau lager zou gaan zitten...
100 t/m 107 534 t/m 537 vmbo-tl of vmbo-tl/havo vmbo-tl of andere vmbo-vormen
108 t/m 115 538 t/m 541 havo of havo/vwo vmbo-tl of vmbo-tl/havo
vanaf 116 vanaf 542 vwo havo of havo/vwo
vanaf 118 vanaf 545 zwaarder vwo (gymnasium, tweetalig vwo, technasium etc.) vwo

Tips voor de overgang van groep 8 naar een middelbare school

Als je denkt dat je kind zich nog net iets meer moet ontwikkelen om een goede overstap naar de middelbare school te kunnen maken, kun je een tussenjaar overwegen, zie Tussen basisschool en brugklas: mogelijkheden voor een tussenjaar.


Voor een overzicht van scholen rondom Utrecht die havo/vwo bieden met speciale ondersteuning voor kinderen met autisme, zie onze School-voorbeelden.

Tips voor de overgang van speciaal naar regulier

Je kunt ook kiezen om je kind nog een paar jaar naar een VSO te laten gaan, en dan (als alles voorspoedig gaat) in de bovenbouw over te stappen naar een reguliere havo/vwo en een normaal diploma te halen. Daarbij is een goede voorbereiding het halve werk. Meer informatie hierover kun je vinden op www.speciaalgewoon.nl. Lees dan vooral de Handreiking overstap van speciaal naar regulier onderwijs.

Ook handig als je kind al op regulier zit en je wilt dat hij of zij daar kan blijven! Lees dan vooral fase 4 en 5.