Wel of niet de klas vertellen over mijn autisme?

Geplaatst 17 jun. 2015 11:31 door AutiPassend Onderwijs Utrecht   [ 24 okt. 2017 09:23 bijgewerkt ]
In het LMA Magazine van mei 2015 stond een artikel van Rogier, 4e jaars HBO-student met autisme: "Autisme, wel of niet vertellen?" 

Waarom vertellen?

In Rogier's verhaal viel de volgende paragraaf op:

"Maar nu, waarom zou je het dan wel vertellen. Heel simpel, de meeste mensen zullen toch al wat aan je merken. Als je open kaart speelt, dan kunnen ze je autistische trekjes een plek geven. Hierdoor kunnen ze en zullen de meeste je ook met meer respect behandelen. En ik neem aan dat je dit het liefste hebt."

Dat is een rake samenvatting! Hij noemt nog een paar voordelen maar ook een van de mogelijk negatieve aspecten:
"Als nadeel kun je zien dat je een label krijgt opgeplakt, dat je anders bent dan de grote hoop."

Hij geeft ook gelijk een weerwoord op dat nadeel:
 
"Maar is dat erg, dat je een label krijgt? Met een label kun je immers veel begrip kweken. En zo veel misverstanden en conflicten voorkomen. Dus is zo'n label wel zo erg? Ik denk het niet. Dus er is in mijn ogen geen enkele reden om de mensen waar je een langdurige relatie mee hebt of wilt opbouwen niks te vertellen. Dus kom uit de kast en laat je autisme zien. Want zo kan jij lekker jezelf zijn en heb je het minste hinder van je beperking."

Wij zijn het hier in de meeste gevallen mee eens. Als je op school (of op het werk) tegen problemen aanloopt die met het autisme te maken hebben, helpt het vaak om open te zijn over het autisme, hoe dat zich bij jou uit en hoe anderen kunnen helpen. 

Nog een reden om het wel te vertellen: het komt helaas wel eens voor dat een mentor of iemand anders die in vertrouwen weet van de diagnose, dit (per ongeluk?) noemt en dat dit nieuws zich als een lopend vuurtje verspreidt, zonder verdere toelichting of nuancering. Dit kun je voorkomen door zelf het initiatief te nemen.

Negatieve beeldvorming

Een diagnose autisme kan je helpen om de juiste hulp/aanpak voor je problemen te vinden. Lees hier meer over bij Is een diagnose autisme een voordeel of een nadeel?

Je moet je echter ook beseffen dat er in Nederland een bepaalde beeldvorming is over autisme die niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid. Het woord "autist" wordt regelmatig op een negatieve manier gebruikt. Er zijn ook bepaalde vooroordelen over mensen met autisme, bijvoorbeeld dat ze nooit iemand aankijken, of geen figuurlijk taalgebruik zouden kunnen begrijpen, of razendsnel het aantal tandenstokers kunnen noemen, of ... (noem maar op). In werkelijkheid zijn er grote verschillen tussen mensen met autisme: de een heeft wat meer dit, de ander wat meer dat. Als je echter vertelt dat je autisme hebt kunnen mensen in je omgeving gaan denken dat je voldoet aan het stereotype beeld van autisme en zou je juist meer last kunnen krijgen van uitsluiting, misschien zelfs van pesten.

Om dit te omzeilen kun je ervoor kiezen om wel te vertellen over waar je last van hebt, maar het anders te noemen. Noem het bijvoorbeeld een "informatieverwerkingsprobleem", "prikkelgevoeligheid", "sensorische overbelasting", "contextblindheid" of een andere term die bij je past. Als je denkt dat je niet serieus genomen wordt kun je bijvoorbeeld vertellen dat het aangeboren is en door een arts vastgesteld is. Je bent iemand met een andere gebruiksaanwijzing, niet beter niet slechter maar anders. En als je wilt dat het werkt, zal de gebruiksaanwijzing gehanteerd moeten worden. Dan heb je er jarenlang plezier van!

In welke gevallen is het niet nodig om over je autisme te vertellen? Als je autisme geen belemmeringen (meer) oplevert, als de positieve eigenschappen de overhand hebben over de beperkingen, en voor iedereen werkbare oplossingen gevonden worden voor de eventuele problemen die voortvloeien uit het autisme. Mocht dit (nog) niet het geval zijn, vertel dan juist wel over je autisme of over hoe het zich bij jou uit (eventueel zonder het woord autisme te noemen)!

Wanneer vertellen?

Een goed moment om het aan de klas te vertellen, is aan het begin van het schooljaar, vooral als het een nieuw samengestelde klas is. In de eerste paar weken zit de klas nog in de forming-fase (voor uitleg van de fasen zie deze presentatie of dit artikel). In de forming-fase worden de onderlinge gedragsregels nog vastgesteld en kunnen docenten nog veel doen om de normen van de klas te beïnvloeden. Als in die fase onder leiding van de mentor een klasse-discussie wordt opgestart waarvan de conclusie is dat ze jou natuurlijk willen helpen, dan is de kans groter dat dit de rest van het schooljaar blijft.

Later in het schooljaar kun je het natuurlijk ook nog vertellen, maak dan met de mentor samen een inschatting hoe groot de kans is dat het positief wordt opgepakt.

Hoe vertellen?

Het liefst vertel je er zelf over, eventueel met hulp van iemand anders zoals je mentor, begeleider of een docent waarbij je je prettig voelt. Overleg met je mentor of docent over een geschikt moment en over hoe zij jou kunnen ondersteunen in de voorbereiding, tijdens het vertellen en na afloop (bijvoorbeeld door afspraken te maken met de klas en daar aandacht voor blijven vragen).

In het boek Autisme in het MBO wordt uitgelegd dat er 3 typen studenten zijn als het gaat om openheid over hun autisme: de student die zijn autisme accepteert, de student die zijn autisme ontkent, en de student die zich verschuilt achter zijn autisme, met voor elk van de typen concrete adviezen. Centraal staat: vertel de klas niet over het autisme zonder zijn toestemming, als hij dat niet wil ga dan niet in discussie maar praat over concrete zaken waar hij tegenaan loopt. Dat kan ook zonder het woord autisme te noemen. Het meest ideale is als hij zelf wil vertellen over zijn autisme, over wat hij lastig vindt en wat hem kan helpen. Ondersteun hem daarbij en geef hem de ruimte om ook over zijn sterke kanten te vertellen.

Besteed ruim aandacht aan je talenten, dat zijn de aanknopingspunten voor een positief contact met de klas! Ga hierbij uit van je kracht. Specificeer wat je kan en waar je goed in bent. Geef de punten aan waar je ondersteuning bij nodig heeft en ga ervan uit dat je dingen kan leren. Stel korte haalbare doelen. Als het nieuwe in je systeem zit, zal je dit zelf kunnen en weer andere dingen leren. 

Begin bij de voorlichting met een algemeen gedeelte over hoe het brein werkt bij kinderen met autisme. Daarna vertel je hoe dat bij jou in de praktijk in zijn werk gaat. Wat heb je nodig om in de klas te kunnen functioneren? Maar laat ook de klas reageren op wat zij nodig hebben om met jou om te kunnen gaan. Dat zal per individu verschillen. Er zullen veel klasgenoten zijn die allang kennis gemaakt hebben met een vorm van autisme. 

De rol van de mentor/begeleider/docent is erg belangrijk, bijvoorbeeld om te zorgen voor een open sfeer, zodat er bij onduidelijkheden gecommuniceerd wordt en niet gepest. Maar ook de relatie tussen je ouders, school (mentor) en jou is belangrijk. Als deze samenwerking goed is heb je ruimte je te ontwikkelen en zal je beter functioneren in de school. Daarnaast is het van groot belang dat je docenten worden voorgelicht hoe met jou om te gaan. De volgende vraag is dan ook, wat hebben je docenten nodig? Dat zal ook per docent verschillen. Dialoog is in alles heel erg belangrijk.

Je kunt deze voorbeeld powerpoint van Autisme Academie gebruiken voor een spreekbeurt en aanpassen voor jouw leeftijd en situatie. Het mooie van deze presentatie is dat het autisme neutraal presenteert, met handige en onhandige dingen.

Op onze pagina Tips bij autisme en Asperger op de middelbare school bij de paragraaf Voorlichting aan klasgenoten vind je filmpjes en ander materiaal dat je als toelichting zou kunnen gebruiken. Je kunt ook de informatie gebruiken van Overprikkeling en onderprikkeling - wat is het en wat doe je eraan? en/of Martine Delfos over mentale leeftijden.


Gerelateerd:

Met dank aan Willeke de Geit voor haar aanvullingen.